Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Kennisland

Kennisland


datum plaatsing

14-02-2004

medium

NRC Handelsblad

auteur

Leo Prick


Enige tijd geleden schreef ik in een bijdrage over de teloorgang van het vbo het volgende: De overheid had, toen duidelijk was dat veel vbo-scholen waren verworden tot een vergaarbak van leerlingen met ernstige leerstoornissen, gedragsproblemen, taalachterstanden of crimineel gedrag, moeten besluiten tot een gerichte aanpak door die vergaarbak uit te splitsen naar de aard van de problemen, om die leerlingen vervolgens in kleine schooltjes een aangepaste begeleiding of behandeling te geven.
Tegelijkertijd hekelde ik op diezelfde pagina in een column het verschijnsel dat, bij het opstellen van de eisen waaraan leraren dienen te voldoen, steeds meer de nadruk wordt gelegd op vage agogische noties, terwijl de vakdeskundigheid wordt gemarginaliseerd.
Enkele lezers nu hebben mij bekritiseerd omdat zij meenden dat ik mezelf hiermee tegensprak. Die kritiek nu is tekenend voor de malaise waarin ons onderwijs verzeild dreigt te raken.
Ik bepleitte dus specialistische zorg voor leerlingen die om uiteenlopende redenen niet in het gewone, reguliere onderwijs thuishoren. Dit om te bevorderen dat scholen zich kunnen concentreren op hun taak van leerschool, en om die taak goed te kunnen uitoefenen dienen leraren vakmatig goed geschoold te zijn.
Waarom nu is die kritiek tekenend voor de malaise die ons onderwijs bedreigt? Omdat die critici er klaarblijkelijk van uitgaan dat wat geldt voor de begeleiders van zorgleerlingen, zou moeten gelden voor alle leraren. Alsof alle leerlingen zorgleerlingen zijn. Dat is nou juist wat ik vrees: dat het die kant opgaat, dat de school een plek wordt waar leraren die inhoudelijk niets te bieden hebben, processen begeleiden. Als die leraren lege hulzen zijn dan zijn ook die processen inhoudsloos.
Dat is mooi gesproken, meldde mij een ander, maar wat hebben we daar nu aan? Inmiddels zijn die probleemleerlingen ondergebracht in het vmbo. Daar zitten die scholen nu mee en hoe los je dat nu op?
Die vraag begrijp ik eerlijk gezegd niet, want nog steeds is het mogelijk die leerlingen uit het reguliere onderwijs weg te halen en hun de benodigde specialistische zorg te geven. In Rotterdam gaan ze dat doen met de leerlingen die gevoel voor tucht en orde moet worden bijgebracht. Heel nuttig, lijkt me, maar er zijn daarnaast ook leerlingen wier gedrag geen problemen geeft maar die net zo min in het reguliere onderwijs thuishoren omdat ook zij een vorm van speciale zorg behoeven die een gewone school niet kan geven. Ook voor hen zou ik speciale voorzieningen willen treffen, ten gunste van zowel die leerlingen als van het reguliere onderwijs.
Ten slotte: vind ik nu dat leraren vaklui moeten zijn met oogkleppen, zonder oog te hebben voor de leerlingen? Natuurlijk niet, maar dat is ook nooit het geval geweest. Wie ervoor kiest te werken met jongeren zal in de regel niet onverschillig zijn voor de vragen en problemen van die jongeren. De een wat meer of op een andere manier dan de ander, en dat is maar goed ook want ook die leerlingen zijn niet allemaal hetzelfde. Maar hoe dan ook, voorop dient te staan dat de leraar in het reguliere onderwijs vakinhoudelijk deskundig is. Zijn beroep is niet dat van bezigheidstherapeut.
Overigens wordt de ontwikkeling waarbij de vakinhoudelijke deskundigheid van de leraar op de tweede plaats komt, door schoolleiders en -bestuurders van harte toegejuicht. Daarmee worden leraren immers multi-inzetbaar. Voor de organisatie van het onderwijs is dat van onschatbare waarde. Zo verneem ik steeds vaker van leraren die klagen omdat ze les moeten geven in een vak waar ze onvoldoende verstand van hebben.
Nederland Kennisland. Maar waar moet die kennis vandaan komen? Toch niet uit lege hulzen die, weliswaar agogisch verantwoord, inhoudsloze processen begeleiden.
[ < terug ]

aanverwante artikelen: