Leraren |
|
datum plaatsing |
07-02-2004 |
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
Geachte leraren van Nederland, nooit eerder kreeg ik zo veel reacties van u op een column als op die van vorige week over de lege hulzen van de bekwaamheidseisen. Op een enkele na is de teneur van al uw reacties: u weet net zo goed als ik dat wij leraren zoiets niet bedenken. Wij hebben wel iets anders en beters te doen. Voor dergelijke onzin ontbreekt ons trouwens ook de tijd. Het geneuzel over bekwaamheidseisen komt uit de koker van lerarenopleiders en vakbonders die blijkbaar niets beters te doen hebben. Ik begrijp het wel, geachte leraren, dat u zo reageert, maar helemaal gelijk heeft u niet. Bij het opstellen van die open deuren zijn ook de vakbonden en de vakverenigingen van leraren betrokken, en daar zijn de meesten van u, dacht ik, toch lid van. Maar, ik geef het graag toe, het feit dat je lid bent van een club betekent nog niet dat je het ook altijd eens bent met wat die doet. En dat geldt in Nederland al helemaal voor de onderwijsvakbonden. U bent lid van een bond omdat die zegt te waken over uw rechtspositie, maar daarnaast pretenderen de bonden ook nog eens op te komen voor de kwaliteit van het onderwijs, en die twee heren dienen, dat gaat gewoon niet samen. Die heren, nou ja, heren, die bijten elkaar zo nu en dan, en niet zo’n beetje ook. Zo is er ooit een HOS-akkoord gesloten waarbij nieuwe leraren ineens een stuk minder gingen verdienen dan hun zittende collega’s. Desastreus voor het onderwijs, goed voor de leden van de bonden. De arbeidsduurverkorting in het basisonderwijs was van hetzelfde laken een pak en het vrouwenvoorrangsbeleid heeft ervoor gezorgd dat inmiddels 10 procent van de Amsterdamse basisscholen zonder directeur zit. Enige tijd geleden sprak ik op een congres van wiskundeleraren. De voorzitter deelde verheugd mee dat de onderwijsvakbond AOb in haar opvattingen over het vak wiskunde al een aardig eind was opgeschoven in de richting die de wiskundigen bepleitten. Wat een pretentie van een vakbond om een mening te hebben over hoeveel wiskunde wenselijk is. Die mening is trouwens als het erop aankomt geen cent waard want als blijkt dat meer wiskunde gaat ten koste van een ander vak, is de bond natuurlijk tegen, want dat andere vak, dat zijn ook leden. Ik ben lid van de ANWB vanwege de wegenwacht. Die bond ageerde tegen het kwartje van Kok. In mijn naam en op mijn kosten. Dat wilde ik niet, dus vroeg ik of ik lid kon zijn van de wegenwacht zonder lid te zijn van de ANWB, en ook dat blad wilde ik niet want dat kost alleen maar bomen en gaat bij ons altijd linea recta richting oud papier. Dat kon niet. Velen van u onderhouden een zelfde relatie met uw bond als ik met de ANWB. U bent er lid van op praktische gronden, maar die bonden ontwikkelen een eigen dynamiek, verbreden hun werkterrein, pretenderen het zelfs een mening te hebben over wiskunde, maar zijn inmiddels een stap verder gegaan. Ze zijn bekwaamheidseisen gaan opstellen, die het gros van de leraren het schaamrood naar de kaken jagen. Daarover schijnt, zo is mij verzekerd, door honderden mensen op honderden bijeenkomsten en met behulp van 15.000 cd-rom’s over het onderwerp te zijn gepraat in zgn. ‘kwaliteitskringen’. Honderden mensen op honderden bijeenkomsten, dat moeten alles bij elkaar tienduizenden leraren zijn geweest, en daar geloof ik eerlijk gezegd geen fluit van. Ik kan me niet voorstellen dat u, leraren, massaal van mening bent dat het aanleren van vakmatige kennis van ondergeschikt belang is, en dat u er massaal voor heeft gekozen uw vak in te ruilen voor dat van bezigheidstherapeut. Mijn conclusie is dan ook dat u door de clubs die u vertegenwoordigen, ontzettend belazerd wordt. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
