Contraproductief |
|
datum plaatsing |
31-12-2005 |
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
Niet iedereen blijkt het altijd met me eens te zijn. Bijvoorbeeld met mijn opvatting dat het onwenselijk is leraren op te delen in kwaliteitscategorieën. Daarover schreef ik laatst naar aanleiding van wat ik daarover aantrof in het blad van de onderwijsbond AOb. In dat blad werd het volgende beweerd: “Het is goed mogelijk, wanneer je daar als school moeite voor doet, om binnen het lesgeven carrièrestappen aan te brengen en leraren die voor de klas staan in aanmerking te laten komen voor de hogere schalen C en D. Dit legt pijnlijk bloot dat de directies hier niet mee weten om te gaan.” De adder onder het gras betreft de term carrièrestappen. Natuurlijk is het mogelijk leraren te beoordelen en, als ze hun werk naar behoren doen, na zoveel jaar in een hogere rang te plaatsen. Maar ja, dat is de bedoeling niet. Het gaat erom of je onderscheid kunt maken tussen matige, redelijke en goede leraren en of je die drie categorieën dienovereenkomstig verschillend moet gaan honoreren. En de vraag waar het uiteindelijk om gaat luidt: bereik je daarmee een eerlijker beloningssysteem en een kwalitatief beter lerarenteam? Ik denk het niet. Onderzoek wijst uit dat leraren in de ogen van hun superieuren het beste presteren in de periode van 6 tot 12 jaar leservaring. Dus jong en energiek maar ook met een zekere ervaring. Bij veel leraren wordt het daarna minder. Moeten we die dan een carrièrestap terug laten doen? Dat is niet realistisch, zoals het ook niet redelijk is iemand vanwege prestaties in het verleden zijn leven lang relatief hoog te blijven honoreren. Verschillen in beoordeling moeten uiteraard door betrokkenen als redelijk worden ervaren. Dat zal nooit voor de volle honderd procent het geval zijn, maar het mag natuurlijk niet zo zijn dat ze als evident onredelijk worden ervaren. Dan werkt het maken van onderscheid contraproductief, dat lijkt me duidelijk. Ik denk dat het een nuttige exercitie is de vraag of dit mogelijk is te betrekken op een heel andere beroepsgroep, namelijk de fractie van een politieke partij in de Tweede Kamer. In zo’n team heb je mensen nodig met allerlei verschillende kwaliteiten: dossiervreters die hun fractiegenoten precies kunnen uitleggen wat bepaalde voorstellen inhouden, uitslovers die onvermoeibaar het land intrekken om in troosteloze zaaltjes voeling te houden met de achterban, specialisten op verschillende terreinen die in staat zijn Kamervragen en wetsvoorstellen te formuleren, leden die van zich af kunnen bijten in NOVA, het woord kunnen voeren in een Kamerdebat, maar ook mensen die van belang zijn als bindende factor in het team, bijdragen aan de teamgeest, interne tegenstellingen kunnen overbruggen, etc. Ik denk dat als een fractieleider het in zijn hoofd zou halen om alle fractieleden, afhankelijk van wat hij ziet als hun kwaliteit, in te delen in drie categorieën, om daar vervolgens ook nog eens belangrijke salarisconsequenties aan te verbinden, het gauw gedaan zou zijn met de teamgeest. Ik geef al die directeuren van scholen die hier niet aan willen beginnen, dan ook groot gelijk. Dus zetten ze alle leraren in dezelfde, laagste schaal. Maar daarmee doen ze iets wat in professionele beroepen buiten het onderwijs ongebruikelijk is. Daar is het namelijk gewoon om verband te leggen tussen niveau van opleiding en honorering. Dat het onderwijs dit principe heeft losgelaten, vind ik onbegrijpelijk. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
