Diensteneconomie |
|
datum plaatsing |
03-12-2005 |
medium |
NRC handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
Het aantal geweldsincidenten op scholen groeit. In de grote steden blijkt de spanning tussen leerlingen en leraren te zijn toegenomen. De klachten daarover betreffen, naast veel middelbare scholen, ook veel ROC’s (regionale opleidingscentra voor middelbaar beroepsonderwijs). Deze krant berichtte daarover enige tijd geleden: “Volgens Leo de Wit van het ‘platform veiligheid’ waar alle ROC’s bij betrokken zijn weet eigenlijk niemand meer ‘hoe het hoort’. Zijn analyse: ‘De na-oorlogse generatie heeft alle heilige huisjes omver geschopt, maar nu we op school met grote groepen leerlingen uit andere culturen te maken hebben, ontstaat er verwarring over wat wel mag en wat niet. Niemand weet het. We moeten die waarden en normen op school herdefiniëren.’” Opvallend was verder de klacht dat veel leraren zich niet gesteund voelen door hun directies als ze duidelijke normen willen stellen. Dit laatste is treurig en het stemt extra droef te weten dat het veel voorkomt. Daarvan getuigen de vele klachten die ik daarover krijg. De cultuur op scholen hangt aan elkaar van smoesjes en uitvluchten en met hun kindvriendelijke, begripvolle houding houden veel directeuren die cultuur in stand. Vanuit de veilige beslotenheid van de directiekamer tonen ze weinig begrip voor de problemen waar leraren zich voor geplaatst zien. Die begripvolle houding is overigens allesbehalve kindvriendelijk, want hij is in wezen zeer ten nadele van die kinderen. Zo zijn die er de dupe van dat scholen voor het middelbaar beroeps- en praktijkonderwijs er niet in slagen voldoende stageplaatsen te vinden. Vaak krijgen bedrijven het verwijt dat ze te beroerd zouden zijn om die beschikbaar te stellen, maar ik kan u verzekeren dat de werkelijke reden is dat ze daar slechte ervaringen mee hebben. Altijd wel een smoes waarom ze te laat komen of uberhaupt niet zijn komen opdagen en altijd weer uitvluchten waarom ze een opdracht niet hebben uitgevoerd. Bedrijven zouden in de rij staan voor stagiaires als ze de ervaring hadden dat die zich geïnteresseerd en behulpzaam opstelden, maar de algemene klacht daarentegen is: je stopt er veel in en krijgt er weinig of niets voor terug. En daar komt bij het door De Wit gesignaleerde gebrek aan omgangsvormen. De Nederlandse economie ontwikkelt zich steeds meer tot een diensteneconomie. Eenvoudige banen in de productiesfeer verdwijnen naar het buitenland. Dat brengt de eis met zich mee, zo kun je overal lezen, van een hogere opleiding. Dat is niet onwaar, maar om goed te kunnen functioneren in een dienstensector is zeker zo belangrijk dat jongens en meisjes weten hoe het hoort. In een winkel, café of restaurant wilt u prettig bediend worden. De eisen die daar gelden hebben weinig van doen met scholingsniveau maar alles met ‘hoe hoort het eigenlijk’. Dat leren ze niet meer vanzelfsprekend thuis. Om jongeren toe te rusten voor een plek in een maatschappij die vooral berust op dienstverlening, moeten scholen daarom expliciet aandacht gaan besteden aan het aanleren van fatsoenlijk gedrag. Soms gebeurt dat ook zoals in opleidingen voor de horeca. Opvallend is dat de aandacht daar voor goede omgangsvormen effect heeft ook op het onderlinge verkeer van studenten en docenten en daarmee op de algehele sfeer van de opleiding. Een verademing vergeleken bij wat in andere sectoren gebruikelijk is. Reden temeer, zou ik zeggen, voor alle scholen om daar werk van te maken. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
