Upgraden |
|
datum plaatsing |
18-06-2005 |
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
In dit dynamische tijdsgewricht hebben woorden maar een beperkte houdbaarheid. Termen worden al snel als te bescheiden of te gewoon beschouwd en worden daarom vervangen door een nieuwe die iets beters, hogers, voornamers suggereert. Staatssecretaris Netelenbos noemde dit ooit tijdens het overleg met Kamerleden upgraden. In dat geval ging het om het vmbo. Door die nieuwe naam zou het lager beroepsonderwijs, eerder al upgegraad tot voorbereidend beroepsonderwijs, nog verder aan status winnen. Dit upgraden is in het onderwijs al jaar en dag een beproefde methode. De lagere school werd basisschool, de onderwijzer leraar en het hoofd der lagere school directeur. De lector werd hoogleraar en de hogeschool universiteit. De mts werd hts, de kweekschool pedagogische academie, en met vereende krachten maakten zij zich vervolgens meester van de vrijgekomen benaming hogeschool en, enige tijd later, ook van de vacante titel lector. De centrale directie was al lang omgedoopt tot College van Bestuur. De gedachte achter upgraden – Netelenbos meende dat zelfs heel letterlijk – is dat de werkelijkheid zich zal voegen naar de nieuwe terminologie. Een vreemde veronderstelling: onderwijzer, kweekschool, mts, ze roepen eerder herinneringen op aan betere tijden, althans beter opgeleide mensen. Upgraden op zich heeft dan ook weinig zin. Je kunt bijvoorbeeld met je lectoren wel universiteitje spelen, voor de buitenstaander blijft het een spel. Dat heeft N. Verbraak, bestuursvoorzitter van Fontys Hogescholen, goed begrepen. Het mag niet blijven bij spelen, vond hij, wij als hogeschool moeten ons niet beperken tot de uiterlijke attributen, we moeten ons gelijkwaardig tonen op het niveau van de inhoud. En wat is, wat de inhoudelijke bevoegdheden betreft, het meest wezenlijke van de universiteiten? Het recht om de doctorstitel te verlenen. Dat recht wordt in praktijk gebracht door het jus promovendi van de hoogleraren. Als hogeschool kun je je dat recht niet toeëigenen. Dus bedacht Verbraak een list. Hij ging op zoek naar een universiteit die zijn docenten dat jus promovendi wilde verlenen. Niet in Nederland natuurlijk, want als je de koning van zijn troon wilt stoten vraag je hem niet of hij zo vriendelijk wil zijn plaats voor je te maken. Een buitenlandse universiteit werd bereid gevonden, en daarmee is dus weer een stap gezet in een richting waarbij het verschil tussen universiteiten en hogescholen zal verdwijnen. Eerder al fuseerde de Universiteit van Amsterdam met een hogeschool en kocht de hogeschool Inholland zich in bij de universiteit van Nyenrode. Het onderscheid tussen universiteit en hogeschool zal steeds meer vervagen want het gaat om een ontwikkeling die het onontkoombare gevolg is van internationalisering. Studenten kunnen voor hun opleiding overal terecht. Dat geldt vooral de betere studenten en degenen die voldoende geld meebrengen. Nederlandse universiteiten zullen in deze markt van kwalitatieve selectie en hoge eigen bijdragen mee moeten gaan concurreren. Deze ontwikkeling is overigens al enige tijd aan de gang: selectie aan de poort, topstudies voor de betere studenten en extra geld vragen voor meer arbeidsintensieve opleidingen. Het overzichtelijke landschap van het tertiair onderwijs is daarmee hard op weg te verdwijnen. Wat een opleiding waard is, het wordt steeds ingewikkelder om dat te beoordelen. Dat kunnen straks alleen nog maar degenen die zich op dat gebied hebben gespecialiseerd. Ik voorspel dan ook gouden tijden voor de bureaus die zich bezig houden met werving en selectie. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
