Bananenschil |
|
datum plaatsing |
11-06-2005 |
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
September 2004 nam Roel in ’t Veld afscheid als decaan van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. Ter gelegenheid daarvan werd hem een boek aangeboden. Nee, geen liber amicorum, maar een heuse roman geschreven door Pieter Hilhorst met als titel Souffleur van de macht. Het verhaal: een aan lager wal geraakte journalist koopt in een café een gestolen laptop. Die blijkt het eigendom te zijn geweest van niet bepaald de eerste de beste want zowat alle politieke kopstukken komen in zijn mailing list voor. Dat wekt uiteraard de nieuwsgierigheid van de nieuwe eigenaar. Van het een komt het ander, en op het laatst krijgt het boekje inderdaad het karakter van een roman. Maar wat overheerst is toch vooral dat het één lange lofrede is op het feestvarken voor wie dit boekje bedoeld was. De vorm, roman, heeft als voordeel dat je het allemaal niet zo nauw hoeft te nemen met de waarheid en zo maakt Pieter Hilhorst van deze literaire vorm dankbaar gebruik voor het schrijven van een hagiografie. Probleem daarbij is dat Sint Roel ooit het voorwerp is geweest van een rel die niet bepaald past bij het vrome leven dat heiligen nu eenmaal plegen te leiden. Nog maar net benoemd tot staatssecretaris voor Onderwijs moest hij alweer aftreden. In de roman wordt deze zwarte bladzijde uit de loopbaan van de Grote Leermeester als volgt beschreven: “Hij heeft zijn val als staatssecretaris bijna in scène gezet. Hij heeft de brug opgeblazen die hem naar de overkant zou brengen. Hij heeft ervoor gekozen om over een bananenschil uit te glijden om grotere ongelukken te voorkomen.” Met andere woorden, hij wilde die macht eigenlijk niet, maar gaf er de voorkeur aan de macht indirect uit te oefenen. Maar die bananenschil, hoe zag die er in werkelijkheid uit? Het was 1993. Het kabinet Kok had de bezuinigingen op onderwijs met kracht doorgezet. Nadat basisscholen en voortgezet onderwijs van alle franje waren ontdaan, was het de beurt aan de universiteiten. Daar was onder de vlag van Krimp en Groei al veel gekrompen. Het grote geld was er dan ook niet meer te vinden, dus werd naarstig gezocht naar centen en stuivers. Toen in de publiciteit werd gebracht dat veel hoogleraren in de tijd van hun baas volop bijklusten, werd dit dankbaar aangegrepen als nieuwe mogelijkheid om te bezuinigen. Om de toon van de discussie die toen ontstond in herinnering te roepen: minister-president Kok vergeleek deze hoogleraren met frauderende bijstandsmoeders. Universiteiten kregen de opdracht nauwgezet te inventariseren wat het wetenschappelijk personeel zoal bijverdiende. Dergelijke inkomsten behoorden in principe toe te vallen aan de universiteit waar de betrokkenen in dienst waren. En of dat in de vrije tijd gebeurde of niet, dat deed niet ter zake. Dus vulden medewerkers braaf hun lijstjes in met onrechtmatige neveninkomsten, in de meeste gevallen niet meer dan auteursvergoedingen van een paar honderd gulden per jaar. Toen verhuisde staatssecretaris Wallage tussentijds van onderwijs naar sociale zaken. De PvdA presenteerde als diens opvolger de hoogleraar Roel in ’t Veld. En toen kwam er de publicatie in Vrij Nederland, het blad dat toen nog geregeld opzien baarde, waaruit bleek dat de nieuwe staatssecretaris al klussend zijn hoogleraarsalaris pleegde te verdubbelen. Dat In ’t Veld zich niet vooraf realiseerde dat hij om die reden in dat politieke klimaat onacceptabel was, getuigt van een ernstig gebrek aan politiek benul. Dat Pieter Hilhorst dit ziet als een onschuldige bananenschil valt overigens wel te begrijpen. Inmiddels is wat het bijklussen betreft iedereen de schaamte al lang voorbij. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
