Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Nieuwe zakken

Nieuwe zakken


datum plaatsing

09-04-2005

medium

NRC Handelsblad

auteur

Leo Prick


Leergeld, zo luidt de titel van een bundel opstellen over de vraag welke uitgangspunten voor de PvdA centraal moeten staan in een toekomstige onderwijspolitiek. De titel Leergeld suggereert dat daarin lering wordt getrokken uit het weinig geslaagde PvdA-onderwijsverleden, maar uit de oplossing die de onderwijskundigen Sjoerd Karsten en Wim Meijnen aandragen blijkt dat allerminst het geval te zijn. Zo pleiten zij ervoor de oude middenschoolwijn over te schenken in de nieuwe, eigentijdse zak van een ‘junior college’, een middenschool dus die twee jaar moet gaan duren.
Met dit voorstel gaan de auteurs voorbij aan het gegeven dat ouders, als hun kind redelijk kan leren, de voorkeur geven aan een havo/vwo school, waar de brugklassen de laatste jaren alleen maar homogener zijn geworden. De sociaal-democraat die leergeld heeft betaald, behoort inmiddels te weten dat de samenleving niet maakbaar is.
Karsten en Meijnen verklaren de almaar homogener wordende brugklassen onder meer uit de lamlendigheid van leraren: “Aan homogene groepen is het gemakkelijker lesgeven dan aan heterogene. De praktijk van gedifferentieerd lesgeven vergt meer voorbereiding.” Met andere woorden, daar zijn die leraren te beroerd voor. Deze verklaring is kenmerkend voor de leraarvijandige houding die in die kringen al jaar en dag bon ton is. Het waren steeds weer de leraren die het waagden de onderwijsvernieuwingen van de PvdA niet realistisch te noemen. In plaats van naar hen te luisteren werden de onuitvoerbare vernieuwingen hen door de strot geduwd. Dat geringschattende ten aanzien van leraren is overigens ook een veel voorkomend euvel in kringen van de wetenschap die zich onderwijskunde noemt. Dat de PvdA onderwijskundigen uitnodigt om leergeld te betalen illustreert hoe weinig men daar van het verleden heeft geleerd. Hun oude wijn in nieuwe zakken bewijst dat trouwens ook.
De beschouwing van Karsten en Meijnen wordt door enkele deskundigen van commentaar voorzien. Althans volgens de inleiding. In werkelijkheid zijn het korte essays die er geheel los van staan. Sommige daarvan zijn zeer de moeite waard en dat van Piet de Rooy is zelfs ronduit een verademing. In de eerste plaats omdat deze hoogleraar Nederlandse geschiedenis de kunst van het schrijven wel verstaat en daarnaast ook omdat hij, ook weer in tegenstelling tot de meeste andere auteurs van de bundel, geen last heeft van sociaal-democratische borstklopperij of sneren naar andersdenkenden. Ook legt hij de schuld van de mislukte onderwijspolitiek van de PvdA niet bij de leraren, maar pleit hij er juist voor een beleid te voeren dat ernstig rekening houdt met de kwaliteit van het werk van leerkrachten. Het zal de PvdA, zo meent hij, al inspanning genoeg kosten om het vertrouwen met deze beroepsgroep enigszins te herstellen.
De Rooy sluit zijn bijdrage af met een commentaar op een column van de onderwijskundige M. Vermeulen die illustratief is voor het denken dat in die kringen gebruikelijk is. Die column gaat over de film Être et avoir, over een dorpsklasje in Auvergne. Vermeulen noemt de werkwijze van de daarin figurerende dorpsonderwijzer Lopez achterhaald. De Rooy: “Daarna volgen nog wat depreciërende opmerkingen over dorpen (‘een met kranten dichtgeplakte wereld’, waarin men kunstenaar noch homo zou kunnen worden). Vermeulen voegt hieraan toe dat grote schoolgemeenschappen zo’n fijne, minder benauwde sociale controle hebben en dat kleinschaligheid nu eenmaal niet te betalen valt.”
De Rooy: “Beknopter kan kortzichtigheid moeilijk uitgedrukt worden”. Inderdaad, vreselijk, en wat nog erger is: zo kenmerkend.
[ < terug ]

aanverwante artikelen: