Jubileum |
|
datum plaatsing |
05-03-2005 |
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
Tien jaar geleden werd de eerste steen gelegd voor het huidige vmbo. Een commissie onder leiding van oud-minister van Onderwijs van Veen bracht toen een advies uit met als titel ‘Recht doen aan verscheidenheid’. Voorgesteld werd om in het vmbo als aparte leerweg het individueel voorbereidend beroepsonderwijs, het ivbo, te handhaven. Toenmalig staatssecretaris Netelenbos koos er evenwel voor het ivbo (ongeveer 55.000 leerlingen), niet in een eigen leerweg onder te brengen maar in de arbeidsmarktgerichte leerweg. Het aantal leerlingen in die leerweg met weinig theorie en veel praktijk, werd gemaximaliseerd op 25.000. De anderen moesten dus worden opgenomen in een van die andere, reguliere leerwegen waarvan alle leerlingen geacht werden door te stromen naar het mbo. Voor de opvang van de leerlingen die extra begeleiding nodig hadden, moesten die nieuwe vmbo-scholen samen gaan met de tot dan toe zelfstandige instellingen voor het voortgezet speciaal onderwijs. Op 29 mei 1995 boog de vaste Kamercommissie van Onderwijs zich samen met Netelenbos over het betreffende wetsvoorstel. Van de Camp (CDA) voorzag dat die kleinschalige specialistische instellingen niets in te brengen zouden hebben in de samenwerking met grote vmbo-instellingen. In een dergelijke bureaucratische structuur wordt, zo vreesde hij, de problematiek van de ‘zorgleerling’ volstrekt onderschat. En hij vroeg of er redenen waren om die kleine gespecialiseerde instellingen op te heffen. Sterk (PvdA) reageerde daarop met: “Naar mijn mening dient de noodzakelijke bijzondere opvang zo dicht mogelijk bij het reguliere onderwijs gebracht te worden om de eventuele overstap te vergemakkelijken.” Vervolgens deed Van Vliet (D66) haar duit in het zakje met: “Ik zie niet in dat het huidige individueel onderwijs niet goed functioneert, maar ik vind het zaak dat wij proberen nieuwe impulsen te geven, zoals mevrouw Sterk ook zei”. Met andere woorden, ik zou met de beste wil ter wereld niet weten wat er mis is met de huidige opvang maar we zijn wel bereid die de nek om te draaien, want nieuwe impulsen, dat is nooit weg. Door Netelenbos werd deze diepe gedachte vervolgens kernachtig samengevat met: “Dit is volgens mij nu precies wat hier wordt voorgesteld, namelijk de zorg in de school bieden, op de maat die de leerling nodig heeft.” Voor Van de Camp aanleiding om, met een beroep op zijn broer, nog een laatste poging te wagen de Kamer tot het inzicht te brengen dat er moeilijk lerende kinderen zijn die je alleen maar ongelukkig maakt door ze langer te laten doen wat ze niet kunnen: “U weet wellicht dat ik een broer heb met een IVBO-diploma, die nog meer verdient dan ik! Ziehier een stukje persoonlijke tragiek! Ik zou er niet aan moeten denken dat men zo iemand in het MBO had gestopt, want dat had hij nooit gered.” Vervolgens zegt hij te hopen dat de Kamer zich bedenkt: “Tussen nu en het moment van stemming ligt nog het pinksterweekend. In onze kringen is het gebruikelijk dat de heilige geest dan langs komt.” Maar met of zonder heilige geest, uitgangspunt bleef de maakbare leerling, die zou zich vanzelf wel aanpassen aan de door Netenbos en de Kamer gewenste structuur. Het is onbegrijpelijk dat gekozen werd voor een zo ingrijpende maatregel op grond van nietszeggende argumenten. Probleemleerlingen, hun aantal diende te worden beperkt want het mocht allemaal niks kosten, en dat mag het nog steeds niet. Daarvan plukken we dagelijks de wrange vruchten, en welke vormen die vruchten allemaal hebben, daar ga ik hier niet op in, want daar staat de krant elke dag weer opnieuw van vol. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
