Nooitgenoeg |
|
datum plaatsing |
26-02-2005 |
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
Kamerlid Vergeer (SP) heeft enige tijd geleden vragen gesteld over de beloning van onderwijsbestuurders. In haar antwoorden verwees de minister naar een onderzoek dat haar collega Remkes had laten verrichten naar de ontwikkeling van de lonen van de hoogst leidinggevenden in de (semi-)publieke sector. Daaruit bleek dat 43 % van de hoge functionarissen bij universiteiten en onderzoeksinstellingen een hoger salaris ontvangt dan de minister. Verder bleek sprake van een opvallende stijging van de salarissen van de happy few bij de beroeps- en volwasseneneneducatie en het hoger beroepsonderwijs. In de onderzochte periode (2002/2003) waren die jaarlijks toegenomen met gemiddeld zoŽn 8%. Sedert de bestuurders in het tertiair onderwijs de ruimte hebben gekregen om hun eigen lonen vast te stellen, zijn deze explosief gestegen terwijl buiten de bestuurskamers Schraalhans keukenmeester is. De docenten daar kwamen terecht in lagere salarisschalen, de salarissen van de managers zijn alleen maar gestegen. Hetzelfde geldt voor de voorzieningen. Nu zou je de hoge salarissen van bestuurders in die sector kunnen rechtvaardigen op grond van het feit dat het anders niet mogelijk is gekwalificeerde mensen te vinden. Maar dat is niet het geval en trouwens ook nooit het geval geweest. Wel is het inmiddels zo dat, nu de lonen in die contreien fors zijn gestegen, uitgerangeerde politici in de rij staan om toe te mogen treden tot deze bevoorrechte kaste. Dat de salarissen de afgelopen paar jaar gemiddeld met zoŽn acht procent stegen, hangt ook niet samen met ontwikkelingen in andere sectoren, maar heeft uitsluitend te maken met een mentaliteit van Rupsje Nooitgenoeg. Bestuurders bij hogescholen en universiteiten hebben tot taak ervoor te zorgen dat er goed onderwijs wordt gegeven. Door de beste docenten en wetenschappers, zodat studenten waar krijgen voor hun geld. Dat dient hun eerste zorg te zijn. Maar dat vinden veel bestuurders te min. Niet interessant genoeg. Iets zo onnozels als onderwijs wettigt niet een salaris hoger dan dat van de minister en een auto met chauffeur. Dus houden zij zich bezig met grootse en meeslepende zaken. De meeste aandacht gaat naar bouwactiviteiten en de koop en verkoop van panden. Hogeschool Inholland koopt een deel van Nijenrode. Wat hebben die twee met elkaar van doen, vraagt u zich af, en het antwoord is: helemaal niets. Alleen Inholland wordt al jaar en dag gerund als een bedrijf met als doel tegen zo gering mogelijke kosten zo veel mogelijk studenten een diploma te bezorgen. Als een onderwijsinstelling geld overhoudt, dient dat te worden gestoken in betere studievoorzieningen, betere docenten, schone en goed voorziene leslokalen. Want onderwijs kan altijd beter en dat van Inholland zelfs veel beter. De koop van een stukje Nijenrode moet bijdragen aan het prestige van Inholland, dat nu niet langer kan worden beschouwd als een simpele hogeschool. Bij de universiteit van Amsterdam lopen studenten in verschillende sectoren studievertraging op als gevolg van gebrek aan personeel. Maar er is wel geld voor prestigieuze bouwactiviteiten. Gaat het dan nergens goed en fatsoenlijk toe? Gelukkig wel, maar er is geen enkele instantie die erop toeziet dat dit overal het geval is. Megalomane bestuurders kunnen ongestraft hun gang gaan. De HBO-raad krijgt een nieuwe voorzitter: Doekle Terpstra. Toen hij zijn werkkamer voor het eerst zag verbaasde hij zich over de luxe in vergelijking met wat hij gewend was als voorzitter van het CNV. Toch is er geen enkele reden om minder zorgvuldig om te gaan met onderwijsgelden dan met vakbondscontributies. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
