Canon |
|
datum plaatsing |
05-02-2005 |
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
Elsbeth Etty opent haar gesprek met de historicus Peter W. Klein in de bijlage Opinie&Debat van vorige week met een citaat uit zijn essaybundel ‘1000 jaar vaderlandse geschiedenis’. Daarin doet hij een aanval op “alle intellectuelen, half- en namaakintellectuelen, geleerden, pseudo-geleerden, journalisten, columnisten, politici, volksmenners, partij-ideologen en wijsgerige tinnegieters” die van mening zijn dat onze nationale identiteit versterkt kan worden door meer aandacht te besteden aan de vaderlandse geschiedenis. Verderop in het gesprek zegt hij het een domme en naïeve gedachte te vinden dat historische kennis als maatschappelijk bindmiddel zou kunnen functioneren. Een nationale historische canon werkt geen integratie maar discriminatie in de hand. Nationalisme leidt op den duur tot moord en doodslag op een schaal die ik niet aanvaard. Tot zo ver Peter Klein. Ik begrijp zijn weerzin, want de politici die de mond vol hebben van het belang van een historische en culturele vaderlandse canon hebben zich nooit eerder bekommerd om de bescheiden ruimte voor geschiedenis en cultuur in het Nederlandse onderwijs. Dat geldt ook voor de Onderwijsraad die dankbaar meesurft op de golf van nationalistische onvrede en nu ineens publiekelijk treurt over de teloorgang van kennis omtrent ons literaire en culturele verleden. Eng nationalisme inderdaad. Dat geldt althans de aanleiding voor die aandacht, want dat die er eindelijk is, daar ben ik eerlijk gezegd wel blij om. Zo zou ik het toejuichen als de huidige discussie zou resulteren in een literair-historische canon, maar ik besef tevens dat het herstel daarvan een utopie is. Vaak hoor je de klacht dat alle ellende in ons onderwijs waaronder ook het verdwijnen van die canon, is begonnen met de Mammoet-wet. Toch geloof ik niet dat die wet veel te verwijten valt. Het toeval wilde evenwel dat, tegelijk met die nieuwe wet, het onderwijs twee andere ingrijpende veranderingen onderging die, wat betreft de cultuuroverdracht, van eminent belang zijn. In de eerste plaats de introductie van multiple choice voor de toetsing van kennis van de moderne vreemde talen. Daarmee verdween de vertaling. Voor wat betreft de vreemde talen was dat misschien zelfs een verbetering, maar voor de ontwikkeling van de taalvaardigheid in de moedertaal was het een ramp. Waarom dat zo is? Om dat te kunnen toelichten is de ruimte waarover ik beschik, te beperkt. Daarover dus een volgende keer. Een tweede verarming: de teloorgang van de canon voor wat betreft de literatuur. Die was nergens formeel als dwingende eis vastgelegd, maar kwam globaal gesproken overal op alle scholen op hetzelfde neer. Die canon verdween en leraren gingen doen wat zij zelf leuk, interessant of boeiend vonden. Terwijl in andere sectoren de anarchie van de jaren zeventig geleidelijk weer verdween, bleef die in het onderwijs bestaan, want de generatie opgeleid in de jaren zestig en zeventig maakte daar de dienst uit. Dit zou misschien niet erg zijn geweest als alle leraren ook een redelijke kennis hadden van de literatuur. Maar daar werd door de universiteiten in de jaren zeventig ook niet al te zeer aan gehecht. En inmiddels is het wat dat betreft er bepaald niet beter op geworden nu leraren worden opgeleid in vage competenties. Met andere woorden, de kennis van welke historische of culturele canon dan ook is in het onderwijs nog maar sporadisch aanwezig. Die zijn we voor goed kwijt. Dat kun je betreuren of toejuichen, maar in ere herstellen, wie zou dat in hemelsnaam moeten doen? [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
