Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Leerling of school

Leerling of school


datum plaatsing

09-12-2006

medium

NRC Handelsblad

auteur

Leo Prick


Onderwijsminister Maria van der Hoeven heeft het plan opgevat om vanaf 2008 alle basisscholen te verplichten deel te nemen aan een eindtoets. De bekendste variant daarvan is de Cito-toets waar ongeveer 80 procent van de scholen aan meedoet. Er zijn twee goede redenen te bedenken waarom de voorgestelde verplichting nuttig zou zijn. In de eerste plaats omdat veel basisscholen zwakke leerlingen niet laten deelnemen aan de toets.
Ouders moeten in staat zijn om zich een oordeel vormen over de kwaliteit van een school. Naast uiteraard allerlei andere zaken zijn de toetsresultaten wat dit betreft een belangrijke maatstaf. Scholen die zwakke leerlingen niet laten deelnemen, zetten ouders op het verkeerde been. Maar niet alleen de ouders. Ook de instanties die moeten toezien op de kwaliteit van de school wordt daarmee belangrijke informatie onthouden.
Een verplichte toets voor alle scholieren van alle scholen lijkt mij dan ook een lovenswaardig initiatief. Wonderlijk genoeg schijnen sommigen daar anders over te denken, getuige hun kritiek op dit voorstel in deze krant twee weken geleden.
Luc Stevens, emeritus hoogleraar orthopedagogiek, is tegen de verplichte toets omdat scholen daar dan speciaal op zouden gaan trainen. Een zonderling argument. Ook nu doen scholen dat al omdat hoge toetsscores gunstig zijn voor de naam van de school.
Ton Duif van de Algemene Vereniging van Schoolleiders is tegen omdat de score van de school in hoge mate afhangt van de achtergrond van de leerlingen. Hoe goed een school presteert wordt, zo betoogt hij, bepaald door de toegevoegde waarde. Dat is natuurlijk waar. Daarom worden scholen altijd vergeleken met scholen met een vergelijkbare leerlingenpopulatie. Wat is daar dan op tegen? Maar het argument is om nog een andere reden wonderlijk. Iedereen schijnt het heel normaal te vinden dat op basis van de toets beslissingen over individuele leerlingen worden genomen. Bij die adviezen wordt ook niet uitgegaan van toegevoegde waarde. De achterstandsleerling met een gemiddelde score krijgt niet een bovengemiddeld advies. Iedereen vindt het blijkbaar gewoon dat in individuele gevallen geen rekening wordt gehouden met de handicap waarmee die leerling zijn schoolloopbaan is begonnen. Met scholen moet in de ogen van Duif blijkbaar omzichtiger worden omgesprongen dan met individuele leerlingen.
De prijs voor de meest onzinnige argumentatie gaat naar Gerrit Staphorsius, directeur primair en voortgezet onderwijs bij het Cito. Die is tegen omdat hij vindt dat, als je scholen ècht met elkaar wilt vergelijken, je meer over een school moet weten dan alleen de toetsscores. Nee, Staphorsius, toetsscores zeggen iets over een bepaald aspect van een school, een aspect dat de meeste mensen heel belangrijk vinden. Als we scholen vergelijken op basis van de toetsscores betreft die vergelijking uiteraard uitsluitend dat ene aspect. Zo vergelijken we de hele dag zaken met elkaar. Landen bijvoorbeeld wat betreft hun inwonersaantallen, of het bruto nationaal product of de uitgaven voor onderwijs en nog veel en veel meer. Maar scholen dat kan niet, die mag je niet op een bepaald aspect vergelijken want, aldus Staphorsius, die hebben allemaal een eigen verhaal.
Overigens, ook leerlingen hebben allemaal een eigen verhaal, en soms hebben ze geluk of pech of last van faalangst of gewoon een slechte dag. Wie het desondanks verantwoord vindt met een toets de leerprestaties van individuele leerlingen te meten, moet het per definitie meer verantwoord vinden met die toets de leerprestaties van een school te meten.
[ < terug ]

aanverwante artikelen: