Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Universitair HBO

Universitair HBO


datum plaatsing

28-10-2006

medium

NRC Handelsblad

auteur

Leo Prick


Kenmerkend voor het Nederlandse onderwijs sedert de invoering van de Mammoetwet is steeds geweest dat, waar je ook in het voortgezet onderwijs begon, je uiteindelijk overal kon uitkomen. Zo stroomden leerlingen van lbo naar mbo naar hbo en van mavo naar havo naar vwo. Door de samenvoeging van vbo met mavo is de doorstroming van mavo naar havo op z’n zachtst gezegd ontmoedigd. Daar heb ik uitgebreid aandacht aan besteed, maar een Amsterdamse schoolbestuurder wees mij er in een e-mail op dat ook de doorstroming van havo naar vwo de afgelopen jaren minder is geworden. Het lijkt me de moeite waard om aan één van de oorzaken daarvan aandacht te besteden.
De leerling die eindexamen havo heeft gedaan en naar de universiteit wil, zal eerst het vwo-diploma moeten halen. Dit betekent niet alleen nog twee jaar langer op de middelbare school, maar ook twee jaar lang hard werken en omdat het niveau van het vwo aanmerkelijk hoger ligt dan dat van de havo, is deze weg ook niet voor alle havisten weggelegd. Geen wonder dan ook dat jongeren met een havo-diploma steeds vaker kiezen voor een andere oplossing die sedert enkele jaren mogelijk is gemaakt: ze gaan naar het hbo, doen daar na één jaar een propedeuse en kunnen daarmee doorstromen naar de universiteit. In plaats van twee jaar lang hard werken op een hoger niveau dan ze gewend zijn, studeren ze nu één jaar op het niveau voortgezet havo. Waarna ze de universiteit niet binnenkomen als beginnend student maar als student in het bezit van een propedeuse.
Hoe vergaat het nu deze studenten op de universiteit? Dat hangt niet alleen af van de studierichting die ze kiezen, maar ook van de universiteit. Veel studies zijn voor havisten met een hbo-propedeuse praktisch ondoenlijk, want veel te zwaar. Dit geldt bijvoorbeeld voor de exacte vakken, daar is hun kennisachterstand veel te groot. Voor veel andere studies ligt dat anders. Ook daar hebben ze last van die kennisachterstand, maar dat valt in veel gevallen door hard werken te compenseren. Maar daarnaast speelt nog iets heel anders: het onmogelijke dilemma waar we personeelsleden van noodlijdende opleidingen voor plaatsen.
Als een onderwijsinstelling te weinig studenten telt, moeten er personeelsleden worden ontslagen, en als het aantal klanten nog verder terugloopt wordt de zaak opgeheven. Door de toelatingseisen te verlagen en het niveau naar beneden bij te stellen, kunnen docenten ervoor zorgen dat hun opleiding binnen het bereik komt van meer studenten. Doen ze dat niet, dan raken ze hun baan kwijt. Dus doen ze dat wel. Als gevolg van dit mechanisme, dat zich voordoet op alle niveaus van ons onderwijs, hebben bepaalde opleidingen zich ontwikkeld tot wat je zou kunnen omschrijven als universitair hbo: universitaire studies die hun eisen hebben afgestemd op de havo-instroom. Studenten weten natuurlijk al vlug aan welke universiteit je met een havo-propedeuse met een redelijke kans op succes een bepaalde studie kunt volgen.
Ik denk niet dat we er verstandig aan hebben gedaan studenten deze weg te bieden. Ter wille van het niveau was het beter geweest de havist die naar de universiteit wil te blijven verplichten een vwo-diploma te behalen en de doorstroming van hogeschool naar universiteit te beperken tot hbo-afgestudeerden. Maar beleidsmakers zijn niet zo zeer geïnteresseerd in het niveau als wel in de kostprijs van afgestudeerden. Die vinden dat dus wel aantrekkelijk zo’n snel havo-hbo-wo-traject. En de universiteiten? Die willen allemaal, hoe dan ook, een zo groot mogelijk deel van de koek.
[ < terug ]

aanverwante artikelen: