Kritisch in de vleesketen |
|
datum plaatsing |
december 2001 |
medium |
Meat & Meal Management |
auteur |
Ria Besseling |
C1000 formule Kritisch in de vleesketen Varkens- en rundvlees aanleveren in derde snit is een bewuste keuze van supermarktformule C1000, rundvleesverkoper bij uitstek. De keten kan korter, stellen inkoper vers vlees en kip Erik Bosman en hoofd Assortimentsmanagement Vers Felix Gerritsen. Het brede en ondiepe vers vleesassortiment voor de C1000 supermarkten wordt ingekocht door Erik Bosman van Trade Service Nederland. De inkooporganisatie doet zaken met een sector waarin door fusies en overnames een enorme concentratie plaatsvindt. ,,Wij nemen voor Schuitema af van zo'n 40 Nederlandse vleesleveranciers", vertelt inkoper vers vlees en kip Erik Bosman. Namen van bedrijven noemt hij niet, maar duidelijk is dat de Nederlandse grootschalige slachterijen en verwerkers van varken, rund, kalf en pluimvee contracten hebben met TSN. Wat de rundvleeskwaliteit betreft heeft vrouwelijk vlees de voorkeur bij C1000. ,,In consumentenpanels namen wij voor rundvlees de Hollandse stier, de Hollandse koe en de Ierse os als vertrekpunt", vertelt Felix Gerritsen, hoofd Assortimentsmanagement Vers. ,,Van deze drie kwaliteiten slaagde de Hollandse koe met vlag en wimpel voor de aspecten smaak, kleur en gemak". Het Ierse ossenvlees heeft volgens hem weliswaar voordelen ten opzichte van het Hollandse, maar die wegen niet op tegen de bleke kleur en onvoldoende zekerheid over een constante aanvoer. ,,Voldoende volume en constante kwaliteit zijn een eerste garantie voor ons formulebeleid in rundvlees. Dat geldt met name voor een belangrijk onderdeel als rundvlees, dat bij C1000 24% marktaandeel in volume heeft. Dat betekent dat van elke kilo rundvlees bijna 250 gram bij C1000 wordt gekocht", aldus Gerritsen en Bosman die inkoopvolumes in cijfers voor zich houden. Varkensvlees bezet bij C1000 20,21% marktaandeel in volume. Het belangrijkste criterium is 100% IKB als standaardnorm. Onderscheidende kwaliteiten zijn voor een landelijke formule als C1000 op dit moment niet te realiseren, weet Bosman. ,,Alle huidige projecten om varkensvlees meerwaarde te geven zijn te kleinschalig voor implementatie bij C1000 met haar 400 en straks 500 winkels. Wij zijn altijd geïnteresseerd in onderscheidende varkensvleeskwaliteiten, maar moeten direct kijken naar het beschikbare volume". Derde snit Aanleveren bij de winkel in derde snit is de policy van C1000. ,,Technische delen in vacuumverpakking bieden voordelen voor het rendement en versheid voor de consument. Er zitten twee dagen tussen aanleveren en verpakken. Bovendien drukt aanleveren in technische delen de kosten in de keten. Snij- en afvlieshandelingen verrichten in onze winkels leidt voor toeleveranciers tot een kortere keten en dus scherpere prijzen", aldus Bosman. Voor de vaktechnische bewerkingen en het verpakken zijn mensen in de winkels nodig. Elke slagerij-afdeling van C1000 heeft een chefslager, een assistent en een medewerker. ,,Gelukkig hebben wij voldoende vakmensen om dit beleid vol te houden", zegt Gerritsen. Decentraal Een andere reden voor aanleveren en bewerken op winkelniveau is dat de vleesketen nog niet is toegerust voor centraal verwerken tot toonbankklare vleesproducten. ,,Die handelingen gebeuren nu decentraal, want bij welke toeleverancier kan nu voor 400 winkels schouderkarbonades worden gehakt of gehakt worden gedraaid? De essentie ligt in het doorrekenen van het vleesproduct naar de varkensschouder zonder been", zo geeft Gerritsen het antwoord. ,,De derde snit wordt teruggerekend naar het halve varken, terwijl de kosten niet worden verdisconteerd. De kosten vanaf het halve varken naar de consumentenverpakking tikken dubbel zo hard aan voor de productiebedrijven. Hier komt immers de overhead bij, zoals het pand, de mensen, de machines, enzovoort". Bovendien worden condities in logistiek zwaarder. De investeringen om vlees op het verkooppunt te krijgen lopen op. De vraag daarbij is: dragen de marges de investeringen nog? "Als supermarktorganiatie kun je kiezen voor óf bewerken in de winkel - dus hiervoor vierkante meters, mensen en machines reserveren - óf voor kant-en-klaar aanleveren. Deze laatste vorm brengt aanvullende kosten in alle delen van de keten met zich mee en is dus zeer onvoordelig", zo maakt Gerritsen het dilemma voor de afnemer duidelijk. "Met onze voorkeur voor deels uitbesteden en deels zelf bewerken, hebben wij tot nu toe een duidelijke keuze gemaakt. Dat echter productiebedrijven in vlees en retailers aan de vooravond staan van ingrijpende veranderingen in de aanvoerketen van vlees, dat staat voor ons vast. Er komt een moment dat we vlees in verdere veredeling laten binnenkomen". Ketendenken TSN stelt hoge eisen aan haar toeleveranciers als het gaat om ketendenken. "Met concepten als ECR (Efficient Consumer Response - het aansturen van de logistieke keten met de scanningkassa - red.) zullen we niet nalaten om, waar mogelijk, kosten uit de keten halen. Wij voeren samen met onze vleesleveranciers een gezamenlijke operatie uit. Op basis van co-partnership zorgen partijen ervoor dat vlees van de juiste kwaliteit, op een veilige manier geproduceerd en tegen de laagst mogelijke ketenkosten bij de winkels komt. Vers vleesbedrijven kunnen in hun productie en in hun communicatie ketenbewuster opereren richting afnemers, vindt Bosman. "In veel ondernemingen overheerst nog het productgerichte. Goed informeren wat de klant wil en op die wensen productontwikkeling loslaten is meestal veel efficienter dan produceren en kijken bij welke klant het product in het assortiment past. Veel productontwikkeling gebeurt op basis van brutowinst bij de producent". Het gevolg is dat Bosman nog te vaak meemaakt dat vleesverwerkers komen met producten die niet passen in het aanbod. "Ook met onjuiste verpakkingen maakt de producent onnodig kosten. Meer aandacht voor ketendenken, de plaats van het vleesproduct in het totaalpakket vers vlees en een verbeterde communicatie met de afnemer levert voor producent en afnemer voordelen op", zo denkt de vleesinkoper. International sourcing International sourcing in vlees krijgt steeds meer aandacht, voorspelt Bosman. 'Nederland staat open voor importen uit andere landen. Marktpartijen aan aanbod- en afzetzijde worden groter, daarom moeten vleesleveranciers concurrerend zijn in hun markt. Hoe belangrijk blijft Nederland als grootschalige agrarische producent van varkens- en rundvlees? Nu grondstoffen duurder worden, richten afnemers zoals TSN hun blik op nieuwe Europese landen en zijn daarbij zeer kritisch op de keten. Uiteindelijk doel blijft immers de consument voorzien van vlees van een prima kwaliteit tegen een acceptabele prijs". Organisatieprofiel C1000 is een landelijke supermarktformule van Schuitema NV.Met een totaal marktaandeel van 11,2% binnen de levensmiddelenmarkt is C1000 de grootste winkelformule voor zelfstandige supermarktondernemers. Ze telt 400 supermarkten met een gemiddeld verkoopvloeroppervlak (vvo) van 725 m2 en een gemiddelde weekomzet van ƒ 252.100,-. De ombouw van 123 A & P supermarkten naar C1000 is medio 2002 afgerond. C1000 telt dan ruim 500 supermarkten. Vers vlees is met 16,5 tot 17% de sterkste versgroep binnen C1000. Cijfers over volume en omzet noemen Bosman en Gerritsen niet. Het vers vleesassortiment bestaat in volume voor 24% uit rundvlees, 20, 21% uit varkensvlees en voor 20% uit pluimvee en wild. De overige percentages zijn voor lam, kalf en …….. De inkoop van vers vlees en kip voor C1000 vindt plaats via TSN (Trade Service Nederland). De organisatie verzorgt tevens de inkopen voor Sperwer en Codis. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
