Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Rugzakleerlingen

Rugzakleerlingen


datum plaatsing

10-09-2006

medium

NRC Handelsblad

auteur

Leo Prick


Speciaal onderwijs is bedoeld voor grofweg twee categorieën leerlingen. In het ene geval gaat het om kinderen met een visuele, auditieve of verstandelijke handicap. Hun aantal is redelijk stabiel. Daarnaast is er een tweede categorie: die van de leerlingen met gedragsproblemen. Hun aantal is de afgelopen jaren sterk gestegen. CDA-minister Maria van der Hoeven heeft de Tweede Kamer een brief gestuurd waarin zij aankondigt die stijging een halt te willen toeroepen. De brief van de minister ging vergezeld van onder meer een rapport van de landelijke commissie die toezicht houdt op de indicatiestelling, op de vraag dus of het oordeel dat een leerling extra zorg dient te verkrijgen, juist is. Die commissie is van oordeel dat de selectie van leerlingen zorgvuldig gebeurt, maar signaleert tevens dat er iets heel vreemds aan de hand is. Het percentage leerlingen dat officieel wordt bestempeld als zorgleerling vertoont namelijk grote, regionale verschillen. Zo zien we dat in hoog scorende gebieden dat percentage twee tot drie keer zo hoog ligt als in de gebieden die laag scoren. Nu denkt u wellicht dat is logisch met het oog op de grote steden, maar die scoren in meerderheid onder het gemiddelde.
Wat het basisonderwijs betreft wordt in toenemende mate gebruik gemaakt van de rugzak. Zo gaan leerlingen met ‘een stoornis binnen het autistisch spectrum’ in de meeste gevallen niet naar een school voor speciaal onderwijs, maar naar een gewone basisschool die extra geld krijgt om de nodige specifieke zorg te bieden. Het aantal rugzakleerlingen stijgt spectaculair terwijl dit niet leidt tot een daling van het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs. Blijkbaar gaat het hier om een nieuwe voorziening voor een categorie leerlingen die vroeger niet als afwijkend werd herkend, althans niet in die mate dat ze naar het speciaal onderwijs werden verwezen.
Dat het aantal rugzakleerlingen regionaal zo sterk varieert, wijst erop dat niet overal in het land in dezelfde mate een beroep wordt gedaan op deze mogelijkheid van financiering. Te verwachten valt dat scholen in de gebieden waar weinig rugzakken worden uitgedeeld in toenemende mate een beroep zullen gaan doen op deze regeling, met als gevolg dat het aantal rugzakken de komende jaren behoorlijk zal blijven stijgen.
Het spreekt vanzelf dat de minister iets wil doen aan deze ontwikkeling van explosief stijgende kosten. Vermoedelijk zal daarom worden gekozen voor het aanscherpen van de criteria, maar het effect daarvan ebt snel weg: het gaat hier niet om zwart of wit, maar om meer of minder grijs. Dat maakt de ontwikkelingen onbeheersbaar. Ik zou daarom kiezen voor de volgende oplossing.
De invoering van het principe rugzak heeft duidelijk gemaakt dat er leerlingen zijn voor wie specifieke zorg wenselijk is, en waarbij de gewone school, dankzij extra budget, die zorg zelf kan organiseren. Alle scholen krijgen daartoe een rugzaktoeslag. Bij het bepalen van de hoogte daarvan wordt uitgegaan van de gebieden met de hoogste rugzakdichtheid; dus heeft niemand reden tot klagen. Daarmee spaar ik om te beginnen de kosten uit van de indicatiestelling, van de daarmee samenhangende beroepsprocedures, en van alle ambtenaren en commissies die straks moeten onderzoeken waarom de rugzakuitgaven alsmaar blijven stijgen. Daarmee is de situatie dan weer dezelfde als vroeger toen deze leerlingen ook naar een gewone basisschool gingen, met als belangrijk verschil dat de scholen nu wel de middelen hebben om deze leerlingen de extra zorg te bieden die ze volgens deskundigen nodig hebben.
[ < terug ]

aanverwante artikelen: