Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Op de schop

Op de schop


datum plaatsing

24-06-2006

medium

NRC Handelsblad

auteur

Leo Prick


Enige tijd geleden kreeg ik een telefoontje van een verontruste lerares. Haar school, vertelde ze mij, had een nieuwe rector gekregen en onder de bezielende leiding van deze nieuwe schoolleider ging de hele school op de schop. Binnen de kortste keren was de sfeer grondig verziekt. De conrectoren waren naar huis gestuurd of hadden zich ziek gemeld. Er was een adviesbureau ingehuurd, en ook een interim-manager. Kan dat zo maar, werd mij gevraagd, die nieuwe rector heeft het bestuur van christelijke provincialen in zijn zak, die vinden het blijkbaar allemaal prachtig, die plannen van hem, naar de leraren wordt niet geluisterd. Maar wat doen jullie dan om je stem te laten horen, vroeg ik, u zegt, de sfeer is grondig verpest, maar denkt iedereen daar ook zo over. Ja zeker, vooral de vele oudere docenten, was haar reactie. Maar daarnaast, ging ze verder, zijn er ook veel vrouwen met maar een kleine deeltijdbaan, dus die zijn niet echt betrokken bij wat er op school gebeurt. En dan zijn er ook nog een paar ambitieuze jongeren die allerlei cursussen hebben gevolgd op het gebied van management. Die zien hun carrièrekansen nu ineens spectaculair stijgen. Die hoor je niet klagen. Integendeel. Die verkondigen hetzelfde soort taalgebruik als waar de rector zich van bedient: het is hier een ingeslapen boel, de leerling anno 2006 vraagt om heel ander onderwijs dan zoals we dat eeuwen lang gewend zijn geweest; het gaat in het nieuwe onderwijs niet om kennis want die veroudert snel maar om de vraag hoe je de kennis die je op een bepaald moment nodig hebt kunt vinden; één leraar voor een klas met 25 kinderen, dat is achterhaald; de maatschappij zit niet te wachten op individualisten, maar op teamplayers, het onderwijs moet daarom worden georganiseerd in de vorm van groepsprocessen; leraren moeten niet denken dat ze hun kennis in de hoofden van de kinderen kunnen pompen, ze moeten leerlingen begeleiden om hun weg door de leerstof te vinden. Kortom de bekende riedel van de moderne onderwijsmanager.
Wat hier staat te gebeuren heeft de afgelopen jaren op veel scholen plaats gevonden. Leraren zijn zelden in staat om zich daar tegen te weer te stellen. Nu de oudere, hoog opgeleide docenten geleidelijk in de minderheid komen, wordt het steeds gemakkelijker om protesten uit die hoek af te doen als het verzet van behoudende krachten. Want zodra ouderen een minderheid vormen tellen ze niet meer mee. Overigens wil de ironie van de geschiedenis dat de ouderen van nu ooit zelf hebben bijgedragen aan deze nu door hen verfoeide mentaliteit. In de jaren zeventig hadden studenten en beginnende, “kritiese” leraren geen enkele consideratie met de ouderen van toen. Dat heeft de kwaliteit van het onderwijs indertijd meer kwaad dan goed gedaan en daarmee oogsten de oudere docenten van nu wat ze indertijd zelf hebben gezaaid. Maar de gevolgen zijn inmiddels wel een graadje erger doordat de jonge leraren van nu vaak vakinhoudelijk weinig in hun mars hebben. Daardoor zijn ze ook niet tot veel meer in staat dan leerlingen te begeleiden om hun eigen weg te vinden in de leerstof. En dat komt die onderwijs vernieuwende rector en zijn soort uitstekend van pas.
Over een jaar of tien, vijftien moet de helft van de Nederlandse beroepsbevolking hoog zijn opgeleid. Dankzij de hier geschetste ontwikkelingen zullen we er ongetwijfeld in slagen dit doel te bereiken: toch minstens de helft van de jongeren moet in staat worden geacht om dat vinden van die eigen weg door de leerstof lang genoeg vol te houden. Leuk kunnen we het misschien niet altijd maken, maar wel makkelijk.
[ < terug ]

aanverwante artikelen: