Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Exclusief

Exclusief


datum plaatsing

10-06-2006

medium

NRC Handelsblad

auteur

Leo Prick


“Schoolcijfers zeggen weinig”, aldus de kop die deze krant plaatste boven een bericht over het mislukte avontuur van de selectie van studenten door de Universiteit Leiden. Gebleken was dat een hoog examengemiddelde weliswaar een aardige voorspeller was van studiesucces, maar dat bleek niet te gelden voor een laag gemiddelde. Anders gezegd: goed in het voortgezet onderwijs betekent dat de kans op goede studieresultaten groot is, maar ook scholieren met matige examencijfers doen het vervolgens als student vaak uitstekend. Daarmee vormen de ervaringen van Leiden een bevestiging van alle eerdere onderzoek op dit gebied. Dit verklaart ook waarom er indertijd zoveel protest kwam tegen het voornemen om studenten medicijnen op basis van examencijfers te selecteren. Toch vind ik die wijze van selectie alleszins redelijk en ik heb de indruk dat inmiddels vrijwel iedereen daar zo over denkt. Dit komt doordat de examencijfers van de scholieren die voor een dergelijke studie in aanmerking willen komen, inmiddels een specifiek karakter hebben gekregen.
Bij studies zoals diergeneeskunde en medicijnen gaat het om een beperkt aantal beschikbare plaatsen. Jongeren die een dergelijke opleiding willen gaan volgen, zijn vaak extreem gemotiveerd voor de beroepen waar deze studies voor opleiden. Reden om extra hun best te doen op school. De cijferlijst van elke scholier vormt een mix van intelligentie en inzet. Leerlingen die sterk gemotiveerd zijn om een opleiding te volgen waar een numerus fixus voor geldt, zullen zich extra inspannen om een zo hoog mogelijk eindexamengemiddelde te halen. Daarmee maakt dus de factor motivatie deel uit van de selectieprocedure.
In Leiden werd de factor motivatie apart gemeten door middel van een speciale test en, zoals te verwachten, bleek de uitslag daarop maar weinigzeggend. De test bleek, aldus de woordvoerder van de universiteit, makkelijk te manipuleren. Logisch. Studenten wisten dat het de bedoeling was zo gemotiveerd mogelijk voor de dag te komen. Dan is het niet moeilijk op zo’n vragenlijst de gewenste antwoorden te achterhalen. Motivatie moet je daarom niet afleiden uit wat mensen zeggen, maar uit wat ze doen, wat ze ervoor over hebben. Bijvoorbeeld hard werken voor het eindexamen zodat je hoge cijfers haalt. Dat die cijfers in het Leidse onderzoek weinig bleken te zeggen, kwam doordat het daarbij niet ging om het realiseren van een lang gekoesterde wens.
Hoge of lage eindexamencijfers, voor veel leerlingen geldt dat ze al lang tevreden zijn als ze hoe dan ook slagen voor het eindexamen. Als ze vervolgens een studie gaan volgen is het bepaald niet ongewoon dat de modale leerling zich ontpopt tot een uitstekend student. Bijvoorbeeld uit interesse voor het vak van zijn keuze. Of om snel af te studeren en zo weinig mogelijk studieschuld te maken.
Selectie aan de poort op basis van examencijfers is zinvol als het gaat om studieplaatsen waarnaar de vraag het aanbod verre overtreft. De Universiteit Leiden had natuurlijk gehoopt dat selectie aan de poort zou bijdragen aan het exclusieve karakter van de instelling. Zo in de geest van: daar laten ze niet zomaar iedereen binnen, dat moet dus wel bijzonder zijn, dus daar wil ik ook naar toe. Een reclamebureau had het kunnen bedenken, maar blijkbaar werkt dat niet zo in deze branche. Studenten zoeken niet bewust een bepaalde universiteit, maar een bepaalde studie. En hoewel het reizen steeds gemakkelijker en voor studenten ook veel goedkoper is geworden, zoeken ze die ook nog eens zo dicht mogelijk bij huis.
[ < terug ]

aanverwante artikelen: