Pervers? |
|
datum plaatsing |
20-05-2006 |
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
Enkele weken geleden, in een gesprek met deze krant, kondigde Wouter Bos aan een einde te willen maken aan wat hij noemde de perverse solidariteit, de geldstromen van arm naar rijk. Hij lichtte dit toe met: “De slager op de hoek betaalt de studie van iemand die de kans krijgt een giga-inkomen te gaan verdienen. Dat is de omgekeerde wereld.” Daarmee geeft de PvdA-leider aan dat, net als de andere grote politieke partijen, ook de PvdA van mening is dat studeren een persoonlijke, lucratieve investering is in je eigen toekomst en om die reden in principe ook zo veel mogelijk door de betrokkene zelf dient te worden betaald. Enkele decennia geleden zagen we dat anders. Toen kregen studenten een combinatie van beurs en renteloos voorschot, waarvan alleen het laatste hoefde te worden terugbetaald. En wie in het onderwijs of bij de overheid ging werken hoefde zelfs helemaal niets terug te betalen. De toelage alleen was voldoende om van rond te komen. Zonder de noodzaak dus van een bijbaan, die er trouwens meestal ook niet was. Collegegeld werd niet of nauwelijks geheven. Dit beleid, dat werd ingegeven door de economische behoefte aan meer hoog opgeleiden, zorgde ervoor dat in het verleden talloze kinderen van slagers en andere kleine zelfstandigen onbezorgd konden gaan studeren. Sommigen van hen zullen vervolgens ongetwijfeld een giga-inkomen zijn gaan verdienen, maar velen wellicht nog minder dan de slager van Wouter Bos. Voor de mensen met hogere inkomens maakt het niet uit of ze al dan niet substantieel moeten bijdragen aan de kosten van de studie van hun kinderen. Een hoge eigen bijdrage met het vooruitzicht van een forse studieschuld vormt daarentegen wel een drempel voor de lagere en middeninkomens. Een simpele rekensom van de kosten van lenen en de inkomenseffecten van een studie moge dan uitwijzen dat studeren een lucratieve investering is, het gaat daarbij om gemiddelden. Velen, en daarbij vooral veel van de afgestudeerden uit lagere milieus, zitten beneden het gemiddelde rendement, want sociale achtergrond speelt ook een rol bij de carrière van academici. En daarnaast is er altijd het risico van een mislukte studie. Als studeren een lucratieve investering is, dan geldt dat niet alleen de betrokkenen zelf, maar ook de overheid. Degenen die indertijd een door de overheid gefinancierde studie hebben gevolgd en later een giga-inkomen zijn gaan verdienen hebben de kosten van hun opleiding dubbel en dwars terugbetaald via de belastingen en degenen die na hun studie een modaal inkomen zijn gaan genieten hebben ook minder betaald. Kan het nog eerlijker? Het enige effect van een hoge eigen bijdrage aan de kosten van de studie is dat het veel mensen afschrikt te gaan studeren en dat dit vooral geldt voor de lagere en middeninkomens. Doordat studeren wordt gezien niet als een voor de maatschappij in zijn geheel verantwoorde investering, maar als een persoonlijke, lucratieve onderneming heeft deze visie op studeren een effect dat ik pervers zou willen noemen. De keuze van de studie wordt als gevolg daarvan niet ingegeven door interesse, intellectuele nieuwsgierigheid, de verdere ontwikkeling van de eigen talenten, maar door de vraag of die investering later wel zijn geld zal opbrengen. Zou je dat wel doen, jongen, die kunstgeschiedenis of verder in de muziek, het moet later allemaal wel worden terugbetaald. Of: ga liever rechten of economie studeren in plaats van natuurkunde, dan hoef je niet te lenen want dan houd je genoeg tijd over voor een baantje. En voor wie gelden al deze beperkende overwegingen? Inderdaad, voor de kinderen van de slager bij Wouter Bos op de hoek. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
