Kapitaalvernietiging |
|
datum plaatsing |
01-04-2006 |
medium |
NRC Handelsblad |
auteur |
Leo Prick |
Er zijn studenten die een paar jaar lang op kosten van de gemeenschap een dure opleiding volgen en het er vervolgens bij laten zitten. Zo studeerde Tweede Kamerlid Sharon Dijksma eerst rechten aan de Universiteit van Groningen en vervolgens bestuurskunde aan die van Twente. Zonder ooit af te studeren. Daar betaal ik mijn belastinggeld niet voor. Terug met mijn geld! Onzin natuurlijk, maar het kan nog onzinniger. Zo stelt Dijksma (PvdA) voor dat vrouwen die, na een dure opleiding, niet buitenshuis gaan werken, de kosten van hun opleiding terugbetalen. Als reactie hierop schreef de Nederlandse Heleen Mees die in de Verenigde Staten werkt, dat we het de vrouwen in Nederland gemakkelijker moeten maken buitenshuis te werken. Zij schetst hoe in Amerika de goed betaalde tweeverdieners mensen inhuren voor allerlei karweitjes die we in de Nederlandse huishoudens gewend zijn zelf te doen zoals schoenen poetsen, nagels lakken en eten koken. “Op die manier”, schrijft ze, “beperken Amerikaanse vrouwen hun eigen werkdruk, terwijl ze tegelijkertijd nieuwe banen in de dienstensector scheppen voor laag opgeleide arbeidskrachten.” Dat in Amerika die dienstverleners zo overvloedig en voor weinig geld voor handen zijn, komt doordat er veel laag opgeleiden zijn die, zich vaak te pletter werkend met twee banen, toch nog een armetierig bestaan leiden. Dat veel hoog opgeleide vrouwen of, heel soms, mannen veel tijd besteden aan het runnen van hun gezin is niet een vorm van kapitaalvernietiging. Hun hoge opleidingsniveau heeft namelijk gunstige effecten voor de wijze waarop ze dat doen. Kunnen ze, omdat ze hoog zijn opgeleid beter poepluiers verschonen of de kinderen naar voetbal en muziekles brengen, hoor ik schamper. Nee, dat denk ik niet, maar ik denk wel dat goed opgeleide ouders kritischer zullen luisteren naar wat ze zien en horen over school, voetbal of muziekleraar. Actieve, goed opgeleide moeders, zijn de kritische voelhorens voor wat er eventueel mis is bij dit soort voorzieningen. Daarmee is die al dan niet afgemaakte opleiding van ‘niet werkende’ ouders wel degelijk van maatschappelijk belang. Ik zou me wat dit betreft niet willen spiegelen aan de situatie in de Verenigde Staten waar ongeschoolde arbeid zo goedkoop is vanwege het overvloedige aanbod ervan. Wat ik in dit verband dan ook een ernstig probleem vind is dat wij wat betreft de vele laag opgeleiden dat land achterna gaan. In 1977 stroomde nog ruim 41 procent van de jongens en 33 procent van de meisjes na het mavo-examen door naar de havo. Enkele jaren geleden was dit percentage teruggevallen tot onder de 10 procent. Met de invoering van het vmbo is deze weg tot sociale stijging welhaast onbegaanbaar geworden. Verder hebben we met de ontsporingen van het studiehuis het onderwijs op havo en vwo zo ingericht dat de steun van ouders of professionele huiswerkbegeleiders voor veel kinderen onontbeerlijk is. En ten slotte hebben we de eisen die we stellen zo ontwikkeld dat een goed milieu als achtergrond het halve werk is. Over dit laatste en over de relatie daarvan met de mogelijkheid van sociale stijging zei de socioloog Wout Ultee vorige week in een gesprek met Kees Versteegh in de bijlage Opinie en Debat van deze krant behartenswaardige dingen. Kortom, we hebben het de kinderen van laag opgeleide ouders erg moeilijk gemaakt via ons schoolsysteem hogerop te komen. Zo verspillen we niet alleen talent en kweken wij niet alleen hele generaties nagellaksters en schoenenpoetsers, zo leggen we ook de basis voor een rotmaatschappij. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
