Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Monumentaal wonen op de grens van oud en nieuw

Monumentaal wonen op de grens van oud en nieuw


datum plaatsing

10-mei-'08

medium

AD Haagsche Courant

auteur

Jesse Budding


Wonen in een pakhuis of een loods roept bij de meesten van ons niet echt warme gevoelens op. Ten onrechte, zo laat de Oliemolen Mercurius in Delft zien. In dit industrieel erfgoed zijn vanaf 26 juni vier luxe eengezinswoningen te huur. Daarnaast komt er een woonvorm voor verstandelijk gehandicapten. Hoe een oud pand een nieuw jasje kreeg.

Wie het bouwterrein betreedt, bekruipt eerst het idee dat het hier om onvervalste nieuwbouw gaat in plaats van een gemeentelijk monument. Tussen alle steigers door is het piepschuim – de volgende werkdag wordt het gesierpleisterd - wat de klok slaat. Er valt werkelijk geen steen te zien die doet denken aan industrieel erfgoed van bijna twee eeuwen oud.
Maar wie de Oliemolen binnengaat, ziet dat nog steeds veel herinnert aan het verleden: houten spanten, levensgrote balken die het plafond (mede) gaan vormen, zwarte muurankers in de Oliemolen. Hier, in de stoomolieslagerij en in een deel van de loods komt overigens een zogeheten Thomashuis: een woonvoorziening voor acht mensen met een verstandelijke handicap die begeleiding krijgen van een inwonend echtpaar.
Juist de combinatie van oud en nieuw maakt deze locatie zo bijzonder. Neemt niet weg dat projectontwikkelaars niet dol zijn op dit soort projecten, zo is de ervaring van architecte Ineke Hulshof: “Lastig vinden ze het, ze zien allemaal risico’s.” En hoe was het voor haar en collega Peter Stello als bouwmeesters? “Een geweldige uitdaging”, zegt ze in de bouwkeet van aannemer Weba. Toch had Hulshof architecten al enige ervaring op dit gebied. Zo renoveerde het de Delftse brouwerij ‘De gekroonde P’. “Het is de kunst om er zo slim mogelijk ruimte in te maken”, legt Hulshof uit, “zoveel mogelijk van het oude te behouden en er op een frisse manier nieuw leven in te maken. Juist de beperkingen maken het aardig, de grotere verdiepingshoogten bijvoorbeeld. Daardoor kun je tussenniveaus met doorkijkjes maken. Een oude muur is een cadeautje dat je krijgt.”
Maar zo’n oud en samengesteld pand als de Oliemolen in een nieuw jasje gieten moet voor de architecten toch ook een continu koorddansen zijn geweest tussen de eisen van deze tijd, zoals lichtval, en de strikte criteria die gelden voor een monument. In het vroegere pakhuis kwamen geen ontsierende dakkapellen, maar ramen precies op de rand van muur en dak. Gelukkig mocht op de oude molenromp wel een nieuwe laag met ramen verrijzen, zodat ook daar meer zonlicht naar binnen kon schijnen. En Hulshof kreeg zelfs opdracht van de gemeente en de ontwikkelaar om een deel van de loods door te breken zodat de achterliggende nieuwbouwwijk, de Hoornse Zoom, ontsloten werd. Hulshof: “Wij hebben dit, in combinatie met de opgave de historische structuur te bewaren, in het ontwerp verwerkt door de kap van het pakhuis en de spantconstructie te behouden als poort. Zo wordt zoveel mogelijk bewaard en een goede doorgang mogelijk.”
De huurwoningen tellen allemaal ten minste vier kamers met mogelijkheden voor toevoegingen. Het prijskaartje bedraagt ongeveer 1300 euro per maand, want woningcorporatie Staedion wilde er geen koopwoningen in hebben. Maar die plafonds: soms wel zes, zeven meter hoog. Niet te veel stookkosten? “Mmm, het is hier goed geïsoleerd”, zegt Hulshof geruststellend.

Een levendige bedrijfsgeschiedenis
De Oliemolen bestaat uit drie delen: de oorspronkelijke oliemolen uit 1829 met daarachter de stoomolieslagerij, een loods en een pakhuis. De molen was toentertijd waarschijnlijk Neerlands grootste in zijn soort, aldus de Staedionsite.
De initialen op de sluitsteen boven de deur - M.I.B - herinneren aan Mattheus Johannes Blonk die de molen liet bouwen. Blonk perste er olie uit lijn- en raapzaad voor de verlichting van huishoudens. Van het restafval maakte hij veekoeken. Het ging hem evenwel niet voor de wind: vijf jaar later al was hij failliet.
Het pand kreeg andere eigenaars. In 1874 volgde uitbreiding met een stoomolieslagerij. Langzamerhand nam de stoommachine het werk van de molen over. De opbouw van de molen zelf is waarschijnlijk rond 1900 weer afgebroken. Tezelfdertijd werd de olieslagerij uitgebreid met het pakhuis, een zaadpakhuis en een zaadzuiginstallatie.
Tijdens het interbellum kwam er een einde aan deze bedrijvigheid. Vervolgens maakten diverse andere bedrijven gebruik van het complex. Onder meer een carrosseriefabriek, een bedrijf in relatiegeschenken, een schilderbedrijf en een expeditiebedrijf in groente en fruit dat de huidige loods halverwege de vorige eeuw neerzette.
[ < terug ]

aanverwante artikelen: