Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Werkgevers betalen maar wat graag voor bijscholing
Werkgevers betalen maar wat graag voor bijscholing

Werkgevers betalen maar wat graag voor bijscholing


datum plaatsing

juni 2008

medium

Installateurszaken

auteur

Jesse Budding


Een leven lang leren
Druk, druk, druk. Toch wil de baas dat zijn personeel af en toe zijn kennis bijspijkert. Natuurlijk ja, dat moet een productgerichte opleiding zijn. Maar die extra opleidingsdag uit de cao? “Ik heb er weinig ideeën over.”

Joost Wijers is eigenaar van het gelijknamige installateursbedrijf in het Limburgse Echt. Mensen die hij binnenkrijgt, volgen vaak een bbl (beroepsbegeleidende leerweg). Hij stuurt zijn personeel alleen naar productgebonden opleidingen. “Eerste monteur of tweede monteur. Die kwaliteiten zijn nu eenmaal het meest gevraagd.” Voordat hij ze naar de schoolbanken stuurt, moeten ze echter eerst een half jaar bij hem in loondienst zijn. “Als ze zwaar gemotiveerd zijn, betaal ik zo’n cursus, dat wil zeggen: lesgeld en boeken. Op voorwaarde dat ze zoveel mogelijk in de avonduren leren en na afloop nog minstens een jaar in dienst blijven.”

Slim genoeg
Hoe vaak laat hij trouwens zijn werknemers bijscholen? “Moeilijk te zeggen”, aldus Wijers, “dat ligt eraan. Mijn huidige personeelsleden willen niet leren – die zijn slim genoeg.” Gelach op de achtergrond. “Mensen van 35 jaar en ouder hebben vaak een gezinnetje, die willen niet meer zo gauw iets leren. Wel stuur ik ze nog eens op een cursus van twee tot drie dagen. Maar ja, als je een vakman bent, waarom zou je dan nog een papiertje gaan halen om het aan de muur te prikken?”
Wijers weet het: in de nieuwe cao staat ook dat de werkgever de werknemer een extra opleidingsdag per jaar moet geven. “Maar ik heb er weinig ideeën over. Om de zoveel tijd naar een ketelcursus, maar alleen als dat nodig is. Dit jaar gaan we naar de beurs in Utrecht, maar ik plan geen extra beursdag in.”

Bbl-traject
“Erg veel”, antwoordt Arie Vreugdenhil, senior medewerker training en opleiding bij Tempus, op de vraag hoe vaak zijn werkgever personeel laat bijscholen. “op jaarbasis mogen onze werknemers tussen de 750 en 800 euro aan training verbruiken. Dat komt in de praktijk neer op om en nabij twee volle dagen per werknemer per jaar.”
Van al die trainingen is naar zijn schatting ongeveer negentig procent productgericht. “Tèchnisch gericht dus: installatietechniek, OMI, SEMI, meetcursussen, keteltrainingen, sleutelavonden, VCA en dergelijke. Want het gaat hierbij met name om ons buitenpersoneel. Ook volgen vijftig van onze medewerkers een bbl-traject: vier dagen in de week werken en een dag leren.
De extra opleidingsdag die de cao nu met zich meebrengt heeft volgens Vreugdenhil geen consequenties voor het beleid van Tempus, overigens een honderd procent dochter van Eneco. “De medewerkers gaan gemiddeld al circa twee dagen per jaar naar school c.q. trainingen. Dat wil zeggen: de één een halve dag, de ander drie en een halve dag. Als we nu nog extra dagen moeten gaan indelen, zou dat een probleem kunnen zijn bij onze uitvoering.”

In groepjes
Een heel ander verhaal houdt David Wagemans, directeur van installatiebedrijf Verstappen Van Amelsvoort in het Brabantse Nuland. Hij laat zijn personeel wisselend bijscholen. “Al naar gelang er behoefte aan is. Soms moet iemand twee keer per jaar op cursus, dan weer een heel jaar niet. VCA laten wij bijvoorbeeld altijd in groepjes volgen. Dat diploma blijft tien jaar geldig. Dat betekent dat je het ene jaar soms meer kosten maakt dan het andere.
Nee, we houden daarin geen gemiddelde bij. Het budget dat we ervoor uittrekken, is afhankelijk van de uitgaven op dat terrein vorig jaar. Maar als iemand ècht iets wil volgen, hangt het niet op die ene cent meer of minder.”

In overleg
Ook bij Verstappen van Amelsvoort geldt: het bedrijf betaalt de kosten, de werknemer investeert zijn tijd in de kennisverwerving. “Als wij zelf willen dat personeel een opleiding gaat volgen, is het natuurlijk in ieder geval geen punt”, constateert Wagemans. “Als een werknemer meer scholing wil, gaat dat in onderling overleg. Komen wij tot de conclusie dat een cursus inderdaad voor de persoon in kwestie noodzakelijk is, dan betalen we die natuurlijk ook.
Wat betreft de nieuwe opleidingsdag die de nieuwe cao voorschrijft, zegt Wagemans: “Daar geven we nog niet concreet invulling aan. Ook hier geldt: in nader overleg kijken we naar ieders behoeften op dit vlak. Voor de servicemonteurs echter vormt het geen enkel probleem: zij volgen elk jaar wel elders scholing.”

Tamelijk laconiek
Arjan Welink, mededirecteur van installatiebedrijf Welink in Hardenberg, heeft een twintigtal werknemers onder zijn hoede. Een groot gedeelte van hen is al wat ouder. “Die hebben hun scholing al gehad”, meent Welink. “Jonge aanwas is er te weinig. Maar ik laat mijn personeel bijscholen als daar behoefte aan is.” Wat voor opleiding precies, dat kan van alles zijn. Maar in elk geval productgericht. “Eerste monteur bijvoorbeeld.” In het verleden vergoedde Welink de bbl van een jonge werknemer: “Ik investeerde het geld, hij een dag in de week aan zijn studie.”
Over de ene extra opleidingsdag waartoe de nieuwe cao verplicht, doet hij tamelijk laconiek. “Ach, ik laat het aan mijn monteurs zelf over. In de praktijk denk ik echter dat het geen verschil zal uitmaken.”

@kader:Extra opleidingsdag in cao
In maart sloten werkgevers en bonden een nieuwe cao af voor de sector kleinmetaal. Hij is afgesproken voor de duur van 22 maanden en omvat onder meer een structurele loonsverhoging van 6,5 procent, waarvan 3,5 procent op 1 april 2008 en 3 procent op 1 februari 2009.
In het cao-akkoord staan daarnaast veel afspraken over de opleiding en ontwikkeling van werknemers. Bijvoorbeeld het recht op een scholingsdag per jaar die de werknemer tot een maximum van drie dagen (in drie jaar dus) kan opsparen, het recht op EVC (toets op competenties opgedaan door ervaring) en praktijkopleiders die een betere opleiding en meer ondersteuning krijgen.
[ < terug ]

aanverwante artikelen: