De boekenkast van Juul Kraijer |
|
datum plaatsing |
|
medium |
Kunstbeeld |
auteur |
Sandra Jongenelen |
De lievelingsboeken van Juul Kraijer (1970) gaan vrijwel allemaal over waarneming van het onalledaagse. Vaak hebben ze een wetenschappelijke benadering, zoals het curieuze boek waarin een arts de materialisaties van een medium onderzoekt. Klopt het wat hij fotografeert? Een andere schrijver stelt vraagtekens bij foto’s van hysterici aan het eind van de negentiende eeuw. Zijn de foto's nep? Geënsceneerd? Weer een ander schrijft over een verhevigde vorm van kijken als gevolg van geestverruimende middelen. Die laatste is Aldous Huxley die een halve eeuw geleden zijn Doors of Perception publiceerde. ‘Interessant drugsverhaal’, oordeelde een vriend die er een jaar of drie geleden mee kwam aanzetten. Maar volgens Kraijer draait het daar nauwelijks om. Het gaat om Huxleys intense waarneming tijdens de trip en de inzichten in kunst die dit hem biedt. De Brits-Amerikaanse schrijver stelt dat het menselijk bewustzijn een soort trechter is. Er is weinig nodig om te overleven, slechts een fractie van wat er is. Kraijer: ‘Huxley suggereert dat om het smalle gedeelte van de trechter te omzeilen, drugs uitkomst bieden . Ze werken als een soort bypass en zorgen ervoor dat je direct kan inpluggen op het brede stuk. Wat je ziet is geen andere wereld, maar dé wereld.’ In één van de hoofdstukken gaat Huxley in op de draperieën op schilderijen. Figuren bestaan voor negentig procent uit de abstractie van geplooide stof, zegt hij. Van daaruit is het een kleine stap naar Leonardo da Vinci, het zestiende-eeuwse schildersgenie dat in Kraijers zelfgetimmerde kast aanwezig is met een soort posterboek; losse, superieure reproductie in zwart-wit. Kraijer kocht het album uit de jaren dertig van de vorige eeuw op een rommelmarkt in Groningen. Vorig jaar kreeg ze The Complete Paintings and Drawings van Da Vinci cadeau, een dikke pil van 30 bij 45 cm, die vanwege het formaat niet in de kast past. Ze slaat een pagina open met over twee pagina’s verdeeld, zes tekeningen van gedrapeerde stof. Draperiestudie was voor kunstenaars vroeger een belangrijk onderdeel van de leerschool, vertelt Kraijer. De plooien van een mouw doen aan haar eigen werk denken. Ze wuift de opmerking weg, maar zegt er wel naar te streven. Het onalledaagse staat ook centraal in Phenomena of Materialisation van de Duitse medicus baron von Schrenck Notzing. Het boek verscheen in 1913 en documenteert de materalisaties van het medium Eva C. Materialisaties zijn tastbare fotografeerbare vormen via een medium door geesten aangenomen. Aanvankelijk hechtte de arts geen geloof aan dit soort voorstellingen, maar door Eva C. jarenlang aan een systematisch en wetenschappelijk onderzoek te onderwerpen, concludeerde hij uiteindelijk dat de beelden echt waren. Kraijer is er zeker van dat hij werd bedot. ‘Zie je de 'materalisatie' van een pantoffel op het hoofd van Eva? Samen met de Parijse dame waar de seances plaatsvonden, probeerde ze gewoon te kijken hoe ver zijn goedgelovigheid ging.’ Ze las over het boek in een tentoonstellingscatalogus van het Metropolitan Museum of Art over fotografie en het occulte. Met dank aan www.abebooks.com – een online antiquariaat met wereldwijd tienduizenden titels – viel het thuis op de deurmat. Een ander bemind boek is Physical Signs met diagnoses voor huisartsen. Het dateert uit 1957. Kraijer kocht het tien jaar geleden op een rommelmarkt. Het bevat zwart-wit foto's van patiënten die gelaten poseren met gaten in de nek, abcessen op de tong, misvormde ledematen. Als dochter van een psycholoog gaat haar hart sneller kloppen bij Invention of Hysteria, een uitgave uit 1982 over de Iconographie Photographique de la Salpêtrière, een vakblad aan het eind van de negentiende eeuw uitgegeven door het gelijknamige Parijse vrouwengesticht. Daarin wordt beweerd dat de foto’s die de beroemde dokter Charcot van zijn hysterische patiëntes maakte in feite zijn geregisseerd. De illustraties van het tijdschrift worden tegenwoordig voor veel geld los verkocht, weet Kraijer. Ze vertelt over Charcots sterpatiënt Augustine, die er in haar ‘normale’ tijden verpleegster was en uiteindelijk als man verkleed uit het gesticht wist te ontsnappen. Kraijer vindt dat Charcots werk op de rand balanceert. ‘Het is twijfelachtig of je in een studio een groepje patiënten op bestelling hysterisch kan laten zijn, en behoorlijk onethisch.’ Haar mooiste boek is Das Ewige Antlitz (Het eeuwige aangezicht) uit 1926, waar ze vijftien jaar lang naar zocht. Het bevat afgietsels van grootheden, veelal op hun doodsbed. Behalve de dodenmaskers van Dante, Luther, Napoleon en Beethoven bevat het wetenschappelijke beschrijvingen, onder andere over de vindplaats van de gipsafdrukken. Kraijer is vooral geboeid door het beeld van Alma, de dochter van Goethe, die op zestienjarige leeftijd stierf. ‘Ze lijkt wel zwakzinnig. Fascinerend om te zien.’[ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
