Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Hedgefonds in de kunst draait puur om geld
Hedgefonds in de kunst draait puur om geld

Hedgefonds in de kunst draait puur om geld


datum plaatsing

medium

Stichting Artes

auteur

Sandra Jongenelen


De een handelt in aandelen; de ander in kunst. Is er verschil? Vraag het een kunsthandelaar of medewerker bij een veilinghuis en zij zullen de vraag zeker bevestigen. Een aandeel op de Amsterdamse beurs is ‘niets’, terwijl je een kunstvoorwerp kan vastpakken. Wie met kunst werkt, doet dat uit liefde en toewijding, zullen ze zeggen.
‘Onzin’, stelt Philip Hoffman (44), voormalig topman bij Christie’s in Londen. Als ervaringsdeskundige heeft hij recht van spreken en verwijst hij dergelijke antwoorden naar de prullenbak. ‘Het is een façade. Ze spreken voor 75 procent over passie, maar doen hun werk vooral voor het geld en de prestige die ervan afstraalt.’
De Britse Hoffman stapte zo’n twintig jaar geleden over van accountantskantoor KPMG naar het gerenommeerde Britse veilinghuis, waar hij op zijn drieëndertigste tot jongste financieel directeur ooit werd benoemd. Onlangs was hij op uitnodiging van de Stichting Artes te gast in Amsterdam en vertelde hij tijdens het debat Kun$t en Kapitaal in Felix Meritis over zijn jongste bedrijf: het Fine Art Fund.
Dat kunstfonds dat hij in 2003 opzette, koopt en verkoopt kunst met als enige doel geldelijk gewin. Inmiddels zijn er vijf hedgefondsen, onder andere gespecialiseerd in kunst uit China, India en het Midden-Oosten. De fondsen hebben een gemiddelde looptijd van tien jaar. Grootste klapper is – met dank aan de enorme prijsontwikkeling – het Midden-Oostenfonds.
Met een startkapitaal van twintig miljoen dollar groeiden de fondsen de afgelopen jaren naar een vermogen van tweehonderd miljoen dollar. Dat maakt dat Hoffman zich de grootste kunsthandelaar ter wereld kan noemen. Er zijn honderd tot tweehonderd financiers. Een deel daarvan belegt via de bank en is ook voor hem anoniem.

Drie miljoen dollar
Wekelijks schaffen Hoffman en zijn dertig medewerkers voor drie miljoen dollar aan kunst aan, van de vijftiende eeuw tot aan gisteren. Het gaat om werk van Ruysdael, Canaletto, Degas, Warhol, Bacon en Zhang Xiaogang. Voordat de aangekochte stukken met winst worden doorverkocht, blijven ze gemiddeld anderhalf jaar in bezit.
Investeerders kunnen rekenen op een jaarlijks dividend van tien tot vijftien procent, maar het rendement staat tot dusver op vijftig procent. Met een dergelijk vermogen lijken de fondsen de markt te domineren, maar Hoffman ontkent dat. ‘Wat is tweehonderd miljoen dollar op een kunstmarkt van veertig miljard? Wat is tweehonderd miljoen als Picasso’s Jongen met een pijp 104 miljoen dollar kostte? Denk aan Klimts portret dat 135 miljoen opbracht? Daarmee vergeleken zijn wij klein.’
Hoffman spreekt voornamelijk over geld en wint geen doekjes om zijn drijfveren. ‘De kunstmarkt is een geheime wereld, maar ik houd van duidelijkheid. Ik doe het niet voor de mensheid. Het gaat om de lol, het geld en de uitdaging. Daar ben ik heel eerlijk over. Ik zit niet in de business voor de kunst. Ik koop ook werk dat ik lelijk vindt.’
Voor Hoffman is kunst geld. Hij had ook in diamanten of onroerend goed kunnen handelen. Zelf vindt hij de financiële insteek niet zo gek. ‘Het is misschien vulgair om met kunst geld te verdienen, maar kunst en geld gaan al vierhonderd jaar samen. Kunst is altijd handel. Het is ook altijd voor de elite bestemd geweest. Het is controversieel wat we doen, maar het maakt het leven kleurrijk.’
Ook zijn klanten, onder wie de grootste wc-fabrikant ter wereld, zitten in het topsegment. Vaak gaat hem om miljardairs. Uit privacygevoeligheid noemt hij geen namen, maar bij de rich & famous kan iedereen zich wel wat voorstellen. Deelname aan een fonds vereist een minimumvermogen van vijf miljoen dollar. Met die hoge instap wil Hoffman voorkomen dat ‘een oud vrouwtje’ via het hedgefonds haar pensioen gaat opkrikken. ‘Die verantwoordelijkheid is me te groot.’
Toch sluit hij de komst van een fonds voor de gewone man niet uit. Is dat eenmaal een feit dan zal hij beleggers een inleggarantie bieden. Ook ziet hij initiatieven in Nederland. Zijn lippen lijken wel verzegeld, maar hij spreekt de verwachting uit dat binnen één tot twee jaar een vergelijkbaar Nederlands kunsthedgefonds wordt opgericht.

Kunst uit het Midden-Oosten
Terwijl een kunsthistoricus uitputtend over één schilderij kan praten, schieten bij Hoffman de dollars, euro’s en ponden over tafel. De hoogste winst ooit – 546 procent – haalde het fonds met een schilderij, waarvan hem de naam even is ontschoten. ‘Maar ken je Peter Doig? We kochten zijn Iron Hill voor 450 duizend pond. Twaalf maanden later ging het voor 1,2 miljoen opnieuw over de toonbank Een jaar daarvoor had ik zelfs nog nooit van hem gehoord.’
Van Damien Hirst, bekend geraakt dankzij kunstverzamelaar en reclameman Saatchi, kocht het fonds nooit iets aan. De kunstenaar kwam vorig jaar volop in het nieuws vanwege de verkoop van zijn met diamanten bedekte schedel For the love of God. Daarover heeft Hoffman een nieuwtje. De media meldden dat een groep investeerders het werk voor 75 miljoen euro wist te verwerven, maar dat is volgens hem onjuist. ‘Het is nooit verkocht.’
Zo overpriced als Hirst is, zo relatief  betaalbaar waren tot voor kort schilderijen uit het Midden-Oosten. Voor een werk van de Iraanse kunstenaar Charles Hossein Zenderoudi legde het fonds ruim negentienduizend dollar neer. Voor 1,6 miljoen wisselde het opnieuw van eigenaar. Een schilderij van de Iraanse kunstenaar/kalligraaf Mohammed Ehsai steeg van ruim honderdduizend dollar naar 1,2 miljoen, terwijl een beeld van de Iraanse beeldhouwer Parviz Tanavoli dat voor ruim honderdduizend dollar werd verworven, voor 2,8 miljoen wegging.
De prijzen in het Midden-Oosten exploderen dankzij de gigantische olieopbrengsten. ‘In Dubai wordt voor 32 miljard dollar in kunst geïnvesteerd. De inkomsten zijn zo hoog dat de sjeiks de gehele jaarlijkse kunstmarkt kunnen opkopen. Dat geldt overigens ook voor Bill Gates.’

Eén miljard dollar
In het verlengde daarvan verwacht Hoffman dat de markt zal verdubbelen. ‘Er zijn zo veel rijke mensen. Heb je een huis in Londen en New York dan koop je daar voor honderd miljoen dollar een paar meesterwerken voor. Met liefde voor de kunst heeft het niets te maken. Bij dat soort bedragen koop je niet met passie.’
De prijzenslag is zo hevig dat Hoffman niet uitsluit dat een schilderij binnenkort voor één miljard dollar van eigenaar zal wisselen. Met 140 miljoen dollar is een Dripping van de Amerikaanse kunstenaar Jackson Pollock nu het duurste schilderij ter wereld is. Een schijntje, voorspelt Hoffman. Verschijnt de Mona Lisa op de markt dan hangt daar volgens hem een prijskaartje van mogelijk twee miljard dollar aan. Het lijkt een hypothetisch voorbeeld. Het topstuk van het Louvre in Parijs zal toch niet op de markt verschijnen? Hoffman kijkt geamuseerd om vervolgens te antwoorden: ‘zeg nooit nooit.’
In de categorie ‘het zou me niks verbazen’ behoort ook zijn uitspraak over kunst uit China. ‘Ik sluit niet uit dat een schilderij van een hedendaagse Chinese kunstenaar evenveel gaat opbrengen als een werk van Andy Warhol. Het klinkt misschien obscene, maar het is net als met andere handel. Als er vraag naar is, gaan de prijzen omhoog.’
De afgelopen jaren steeg vooral de waarde van hedendaagse kunst. ‘Het is niet langer sexy om een Rubens te hebben’, verduidelijkt Hoffman. ’Voor het eerst in de geschiedenis zijn contemporaine werken duurder dan impressionisten. Andrew Lloyd Webber – componist van succesvolle musicals als Evita en Cats – heeft een collectie met veel negentiende-eeuws werk dat nog maar de helft waard is van wat hij ervoor betaalde. Maar zijn Picasso die hem waarschijnlijk twee miljoen kostte, is nu twintig miljoen waard.’

Tennisveld
Hoffman koopt wereldwijd kunst op veilingen, bij kunsthandelaren en bij particulieren thuis. Soms verplaatst hij zijn negotie naar het tennisveld. Tijdens een partijtje onderhandelde hij eens met een vriend over een schilderij van Frank Auerbach, een kunstenaar verwant aan Lucian Freud. Vóór de wedstrijd mocht Hoffman het voor 1,7 miljoen dollar meenemen, maar na afloop had hij de prijs naar 1,1 miljoen weten te krijgen. Twee maanden later verkocht hij het voor 2,7 miljoen aan weer een andere vriend. ‘We’re just moneytising art.’
Tegenover de succesverhalen staat ook missers, zoals de aankoop van een Italiaanse Oude Meester die ondergewaardeerd op een veiling zou verschijnen. Tijdens de voorbezichtiging konden Hoffmans experts het werk onvoldoende bekijken, omdat interesse van het hedgefonds de prijs op voorhand ophoog zou stoten. Na aankoop bleek het doek voor negentig procent te zijn gerestaureerd. Niet bepaald een florissante aanwinst, maar het verlies bleef binnen de perken. Verkoop leverde uiteindelijk een winst op van vier procent. Tegenvallers zijn er soms ook op een andere manier. ‘Ik zei ooit ‘nee’ tegen de aankoop van een Giacometti van drie miljoen dollar die later voor zeven miljoen werd doorverkocht.’

Tip
Hoffman is er trots op dat de aangekochte kunstwerken veelal zichtbaar blijven en niet in de opslag verdwijnen. ‘We zijn geen excentrieke organisatie, maar lenen ons werk graag uit aan musea. We geven geld aan musea, sponsoren prijzen, financieren catalogi en loven stipendia uit aan kunstenaars. Daarnaast stimuleren we onze investeerders ook zo filantropisch te zijn.’
Hoffmans eigen dochter die kunstenaar wil worden, houdt hij voor dat 98 procent van de kunstenaars de headlines niet haalt. Voor haar en andere beginners heeft hij wel een tip. ‘Succes is voor een groot deel afhankelijk van een goede galerie. Zorg ervoor dat bijvoorbeeld de Gagosian Gallery in Londen je werk vertegenwoordigt. Zij hebben de markt en zij zorgen dat musea en verzamelaars komen kijken. Treurig misschien, maar de meeste kunstenaars worden over het hoofd gezien.’

[ < terug ]

aanverwante artikelen: