Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



De boekenkast van Berend Strik
De boekenkast van Berend Strik

De boekenkast van Berend Strik


datum plaatsing

medium

Kunstbeeld

auteur

Sandra Jongenelen


Waarom breekt een kunstenaar door? Wanneer ben je een kunstenaar en maak je kunst? En wie bepaalt dat? Het zijn zomaar wat vragen die de boeken in de kast van Berend Strik oproepen. Ze zijn terug te voeren tot de context, een woord dat na verloop van tijd telkens opduikt.
Soms ligt het slechts aan de omstandigheden of een kunstenaar een plek in de geschiedenisboeken krijgt toebedeelt. Strik vertelt over Marsden Hartley, een Amerikaanse kunstenaar die in de Eerste Wereldoorlog in Berlijn verliefd werd op een soldaat. Na terugkeer in de VS werkte hij vrijwel onopgemerkt in de stijl van pop-art.
Wat hij deed was uniek, maar zijn context maakte dat zijn naam nu niet op ieders lippen ligt.
Hij was een voorloper van pop-art, maar dat werd niet als zodanig herkend. Bovendien schilderde hij Duitse soldaten, niet bepaald een onderwerp in die tijd.
Iets vergelijkbaars geldt voor veel outsiderkunstenaars, al vindt Strik dat begrip vervelend. ‘Ze worden niet als kunstenaars gezien, omdat ze niet met het bewustzijn van kunstenaars werken. Maar is dat belangrijk?’ Hij haalt een boek uit de kast van Henry Darger (1892-1973), bij leven schoonmaker in een instelling voor zwakzinnigen in Chicago en inmiddels één van de bekendste Amerikaanse vertegenwoordigers van outsiderkunst.
Na zijn dood bleek Dargers huis veranderd in een soort tunnel van boeken en troep die eindigde bij zijn tafel. Postuum werd ook het manuscript van The Story of the Vivian Girls ontdekt met pagina’s vol zelfbedachte fantasiebeelden die Darger deels uit modebladen had geknipt of met carbonpapier uit kranten en tijdschriften had overgetrokken. Het werk is absurd en rijk; zoet en vol liefde, maar ook venijnig en duister. Een kat wordt een slak, meisjes hebben piemeltjes; pas in tweede instantie zie je de scherpe randjes.
Strik zag het werk op een tentoonstelling in New York in combinatie met etsen van Goya, op zijn manier ook een vertegenwoordiger van het kwaad. ‘Darger staat los van de gehypte kunstwereld’, zegt Strik. ‘Hij was een geïsoleerd persoon die zijn eigen wereld creëerde. Fascinerend dat je het werk niet kan plaatsen en dat je het met Goya kan presenteren.’
Van Darger is het een kleine stap naar Geschonden beeld. Beeldende expressie bij schizofrenen van prof. J. Plokker uit de jaren zestig van de vorige eeuw. Dat boek bevat kunst van mensen met een stoornis, die in tegenstelling tot Darger ‘over de grens zitten’. Maar ook voor dit werk geldt: zonder de context van de tekst zou het werk niet hetzelfde zijn.
Meer dan een kwart eeuw geleden keek Strik veel in Der Adler vom Oligozän bis heute van Marcel Broodthaers, een catalogus uit 1972 vol afbeeldingen van de mythische roofvogel; etiketten van flessen, sigarenbandjes, antropologische vondsten. Voor Strik was het een eyeopener en inspiratiebron voor zijn kunstenaarschap. ‘Dat iets wat zo beperkt is, ook zo breed is. Dat beeldende kunst zo simpel kan zijn.’ Ook hiervoor geldt bij nader inzien dat de tentoonstelling en de catalogus de context boden.
Na die conclusie is het opvallend hoe contextloos de indeling van de metalen stellingkasten met kunstboeken is. Er zit geen logica in. Mondriaan, Beuys, Magritte, de Sensation-catalogus uit 1997; alles kris-kras door elkaar. ‘Het is een doolhof’, bevestigt Strik. ‘Misschien moet ik iemand vragen er lijn in aan te brengen.’ Een paar keer zoekt hij vergeefs een boek dat hij ‘gisteren nog in handen had’.
In Kunst vanaf 1945 staat het werk van Strik zelf vermeld. ‘Het is een grappige ervaring die een bewijs levert van het bestaan.’ Tegelijkertijd is het ook weer context. ‘Het maakt je vast. Je bent wie je bent en doet wat je doet, terwijl beeldende kunst je los moet maken. Beeldende kunst zou je ergens over na moeten laten denken.’
Ook context, maar dan in de openbare ruimte, is architectuur, waarvan het boek DD One Architecture getuigt. De publicatie bevat uiteenlopende projecten van stedenbouwkundig onderzoek tot en met een gebouw voor het drinken van bier. Een verbijsterende reis langs briljante en bijna stupide projecten, zo omschrijft Rem Koolhaas het werk van het Nederlandse architectenbureau.
Hoe je met beeldende kunst om moet gaan, leert Mies van de Rohe. De Duits-Amerikaanse architect en meubelmaker dacht na over de manier waarop je beelden in de openbare ruimte kan presenteren. Strik laat een plaatje zien met onder andere Picasso’s Guernica en een gebeeldhouwde vrouw. Het gaat niet alleen om het werk; het is het werk in de ruimte.
In de architectuur zijn ook Rem Koolhaas (hij heeft een krabbel van hem in zijn S, M, L, XL) en Le Corbusier van belang. Die Zwitsers-Franse architect werd eens verweten dat hij de menselijke maat uit het oog was verloren, waarop hij zich prompt in een tuinhuisje liet interviewen in zijn zwembroek. Geniaal ontwapenend en opnieuw context.
[ < terug ]

aanverwante artikelen: