Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Beppie Melissen wint Mary Dresselhuys Prijs
Beppie Melissen wint Mary Dresselhuys Prijs

Beppie Melissen wint Mary Dresselhuys Prijs


datum plaatsing

medium

Halfjaarbericht VandenEnde Foundation

auteur

Sandra Jongenelen


Een cocktail aan emoties

Half maart ontving Beppie Melissen de Mary Dresselhuys Prijs. De onderscheiding is bedoeld voor een acteur of actrice die zijn of haar talent al heeft bewezen, maar bij wie verdere ontplooiing nog meer belooft voor de toekomst. De tweejaarlijkse prijs werd in theater Bellevue in Amsterdam uitgereikt na afloop van Gods Wachtkamer, het nieuwe stuk van Carver dat in januari in premičre ging.

Aan het einde van de voorstelling gebeurt het. De acteurs nemen het applaus in ontvangst als uit de zaal een vrouw naar het podium loopt. Ze heeft een masker op, min of meer gelijk aan dat van de toneelspelers. Met haar kleren had ze zo een rol kunnen hebben. Ze roept iets, maar ondanks haar heldere stem is haar boodschap onduidelijk.
En dan is er dat moment, die blik op het gezicht van Beppie Melissen. Ze drukt verbazing uit. Maar ook verlegenheid. Als ze een paar tellen later begint te begrijpen waarom de vrouw het podium op stommelt, begint ze te glanzen. Voor die combinatie – verwondering, timiditeit en dat intense stralen – zou een woord moeten zijn. Hoe is het mogelijk dat een mond, twee ogen en een neus dat kunnen oproepen?
De vrouw heeft intussen de speelvloer bereikt en richt zich tot de zaal die zojuist Gods Wachtkamer van toneelgroep Carver heeft gezien. ‘Als voorzitter van de jury van de Mary Dresselhuys Prijs is het mij een grote eer de prijs uit te mogen reiken, maar één minuutje nog. Wie weg wil, kan nu weg.’

Het publiek houdt zich koest. Het heeft niet alleen Carvers beste voorstelling sinds jaren gezien, zoals NRC Handelsblad terecht schreef. Het beseft dat het iets bijzonders meemaakt. De vrouw begint zich om te kleden. ‘Even iets organiseren’, zegt ze praktisch en tovert uit haar vrolijk gebloemde boodschappentas een paar glanzende pumps.
‘Jij ziet er altijd goed uit, maar neem lekker je tijd’, pareert Beppie Melissen. De zaal geniet. Dit is geen ingestudeerde dialoog, maar real life. De gemaskerde vrouw in beige berentrui ondergaat een snelle metamorfose. Op hakken en in een zwart met wit feestpak blijkt het Petra Laseur, dochter van Mary Dresselhuys (1907-2004).
‘Zij kijkt van boven op ons neer’, zo betrekt Laseur haar moeder erbij. Dan richt ze zich tot Beppie Melissen. ‘Om met Shakespeare te spreken: jouw toneel is voor mij helaas een ander deel van het woud. Ik koester een grenzeloze bewondering en vind het iedere keer een raadsel hoe mensenhanden zoiets kunnen maken.’

Uit haar boodschappentas haalt ze ‘troostprijzen’ tevoorschijn, chocolade-eitjes voor de drie medespelers Joke Tjalsma, Merijn de Jong en Roel Voorbij. Beppie Melissen krijgt een rood-wit-blauw gestreepte band over de borst gehangen. ‘Dan kunnen de mensen straks op het bal zeggen: kijk, die met die sjerp. Dat is haar.’ ‘Ja, daar houd ik van’, vrolijkt Melissen terug.
Na de overhandiging van de Mary Dresselhuys-penning, ontworpen door beeldend kunstenaar Eric Claus, volgt volgens Laseur het belangrijkste: de financiële kant. Ze vertelt dat de onderscheiding een initiatief is van Joop van den Ende en in 1992 werd aangeboden aan Mary Dresselhuys.
Sindsdien wordt de prijs iedere twee jaar uitgereikt. Beppie Melissen is de achtste winnares. Haar voorgangers zijn Jeroen Willems (1994), Katelijne Damen (1996), Porgy Franssen (1998), Ramsey Nasr (2000), Sylvia Poorta (2002), Jacob Derwig (2004) en acteursgroep Wunderbaum (2006).
De prijs wordt mogelijk gemaakt door de financiële bijdrage van de VandenEnde Foundation en bestaat uit € 12.500, – , verduidelijkt  Laseur. ‘Mijn verbouwing’, reageert Melissen enthousiast, maar Laseur maakt haar zin af… ‘te besteden aan het uitoefenen van het beroep in de breedste zin van het woord.’ Hilariteit in de zaal. Laseur: ‘Maar als je zegt: er is een blokkade doordat ik in deze keuken zit, telkens met een enorme afwas. Neem dan een afwasmachine.’ Melissen: ‘Now you are talking.’

Laseur leest een deel van het juryrapport voor. ‘De winnaar heeft veel van Mary’s specifieke kwaliteiten: haar lichte en glasheldere spel en grote concentratie, haar droge humor, markante stem, sterke vormbewustzijn, haar knappe fysieke beheersing en schijnbaar vanzelfsprekend naturel en onnadrukkelijke timing. Op het toneel zowel als in haar televisiewerk.’ Dan stopt ze. ‘Je mag de rest in bed lezen. ‘Dan heb ik ook eens wat te doen’, pingpongt Melissen.
Vervolgens onthult Laseur dat de jury niet unaniem was. Ze vertelt hoe ze samen met de juryleden Hans Croiset, Gerardjan Rijnders, Laurens Spoor en Loes van Toorn, de longlist wist terug te brengen tot een kleinere lijst met daarop de naam van Beppie Melissen. ‘Dan doe ik niet meer mee’, deelt Gerardjan Rijnders mee. Het is vier maanden vóór de officiële uitreiking.
Het publiek houdt de adem in. Heeft het iets gemist? Is er sprake van oud zeer, een nooit opgelost conflict tussen die twee? Laseur haalt de spanning van de ketel door te vertellen dat Rijnders net was begonnen met de repetities van Gods Wachtkamer. Hij heeft niet alleen de tekst geschreven, maar voert ook de regie en wil elke belangenverstrengeling voorkomen. Uiteindelijk blijkt hij het wel eens met de toekenning en is het oordeel van de jury alsnog eenstemmig.

Beppie Melissen heeft de prijs meer dan verdiend, aldus het juryrapport. ‘Niet alleen vanwege haar grote talent, maar ook om haar inzet en de consequente volharding waarmee zij haar geesteskind Carver heeft geďnspireerd en hopelijk blijft inspireren.’ Samen met Leny Breederveld en René van ’t Hoff richtte Melissen in 1989 toneelgroep Carver op, waarvan ze sindsdien artistiek leider is. ‘In die functie, ‘de moeder van Carver’, levert zij ideeën voor iedere voorstelling. Samen met een regisseur stimuleert en innoveert zij het hele wordingsproces. Het eindresultaat oogt spontaan, maar er is een lange zoektocht aan voorafgegaan. Alle thema’s van de Carver-stukken verwijzen naar de absurditeit van het leven en het onvermogen van de mens daarmee om te gaan. De droge humor in deze voorstellingen relativeert en ontroert.’

Wat volgt is geen droge opsomming van Melissens successen met Carroussel, Carver en haar televisiewerk. Laseur: ‘Moet ik de hele lijst voorlezen of er een paar uitpikken? Dan zeg ik dat de voorstelling Wankel Evenwicht fantastisch was en dan blijkt die niet door jouw geschreven te zijn. Of straks geef ik op van Jiskefet en heb je dat óók niet geschreven. Ik doe het toch fout en noem daarom niks. We weten het allemaal wel. En nog even dit; er is iemand die ontzettend tevreden zou zijn, een dierbare en trouwe fan: Mary Dresselhuys.’
Tot haar overlijden reikte Mary Dresselhuys de naar haar genoemde prijs zelf uit. Dat haar dochter die taak overneemt, is niet meer dan logisch, maar sluit naadloos aan op het stuk van de laureaat. In de folder staat het zo mooi omschreven. ‘Gods Wachtkamer is een voorstelling over de intiemste aller relaties, namelijk die tussen een dochter en haar moeder. Wat als de moeder wacht op het einde en haar dochter haar dagelijks komt bezoeken? Wat als de moeder niet meer weet dat ze op het einde wacht en dat de vrouw die haar dagelijks komt bezoeken haar dochter is? Wat als zoveel niet gezegd is en nooit gezegd zal worden? Voor eeuwig in de wacht.’

De jury van de Mary Dresselhuys Prijs roemt Beppie Melissen in haar rol als dochter van de dementerende moeder. Ze ‘bewijst (…) opnieuw hoe ze een heel scala van emoties kan uitdrukken, van woede tot wanhoop tot laconieke droge humor.’ Het is exact wat Beppie Melissen deed na afloop van de voorstelling. Haar gezicht toonde verbazing en verlegenheid en straalde tegelijkertijd. Geen wonder dat er geen combinatiewoorden voor deze emoties bestaan. Je zou die woorden maar bij weinig mensen kunnen gebruiken.
[ < terug ]

aanverwante artikelen: