Harald Vlugt bladert één van zijn boeken door. ‘Soms heb ik een fantasie’, zegt hij. ‘Dan zou ik vijf jaar in de gevangenis willen zitten om alleen maar boeken te lezen. Zo’n schat aan informatie. Dat lijkt me heerlijk.’ Het tekent zijn hang naar uitersten. Hij omringt zich met beelden en slaat ze op in dozen. Hij koopt duizenden boeken per jaar en versnippert ze. Hij is bibliofiel én boekvernieler. Hij spreekt in grote getallen – mijn boeken vertegenwoordigen een waarde van honderdduizend euro – en over kleine oplages, minuten en kwartjes. Hij zoekt vrijheid en verlangt naar opsluiting.
Een paar jaar geleden woonde Vlugt in het voormalige huis van Adriaan van Dis in Amsterdam en had hij een boekenkast van negen bij vijf meter. Hij rangschikte er zijn boeken in op kleur: de witte, groene, rode – noem maar op – keurig op een rij. ‘Een visueel feest, al bleek het moeilijk iets te vinden. Een boek terugzetten daarentegen was uitermate gemakkelijk.’
Maar sinds zijn verhuizing staat alles in dozen. De boekenkast beschouwt hij als eenheid en die weigert hij op te delen over drie verschillende plekken. Wil hij nu een boek raadplegen dan loopt hij naar de opslagruimte om op goed geluk een verhuisdoos te openen. Misschien houdt zich daar het gewenste blauwe boek schuil. Wie zal het zeggen.
Er was een tijd dat Vlugt jaarlijks vijf- tot zesduizend boeken kocht. Daarmee stilde hij niet zozeer zijn leeshonger. Hij maakte er sculpturen van. In zijn atelier staan enkele voorbeelden, gemaakt van onder andere een Statenbijbel uit 1642. Dat werk bombardeert hem tegelijkertijd tot vandaal; hij moest er een meer dan drie eeuwen oud boek voor vernielen.
Bij zijn nieuwste project versneed hij antiquarische boeken over Nederlands-Indië. Van de illustraties boetseerde hij collages die dienen als associatieve verbeeldingen bij gedichten van Adriaan van Dis. Totok II heet de bundel die eind mei is gepresenteerd. Hij heeft nog legio plannen voor sculpturen van boeken. ‘Ik wil ze ont-auraïseren, van hun aura ontdoen. Je kan ze hergebruiken, recyclen en een nieuwe betekenis geven.’
De tekst van een boek is vaak afval, terwijl de illustraties in zijn archief belanden. ‘Wil je informatie over menselijke figuratie, landschappen of een ander onderwerp?’ Zijn verzameling telt één miljoen beelden. ‘Binnen een minuut heb ik het.’
In zijn tijd in Naarden Vesting bezocht hij dagelijks een antiquariaat, waar hij mocht snuffelen in verse aanvoer. Eens trof hij tussen een doos vol Bouquetreeksen een album aan met houtsneden van Nederlandse kunstenaars. Voor twee kwartjes mocht hij het meenemen. Thuis bleek het origineel werk te bevatten. Het laatste blad was van Escher. ‘Echt heel bijzonder.’
Via dezelfde handelaar tikte hij ook de Kwadraatbladen op de kop, een uitgave met bijdragen van nationale en internationale kunstenaars die steendrukkerij De Jong & Co in Hilversum aan zijn relaties gaf. De oplage bedroeg vijfhonderd, vertelt Vlugt. ‘Er zijn er misschien nog 35 van.’
Bijzonder is ook het debuut van grafisch ontwerper Anthon Beeke dat beelden bevat van het alfabet, gevormd uit naakte lichamen. De letters zijn gefotografeerd door Ed van der Elsken en ook dat boek kreeg Vlugt voor vijftig cent in bezit. Nadat hij het heeft laten zien, verdwijnt het met een plastic hoesje eromheen in een ladekast. ‘Ik wil het niet verzieken.’
Hij tovert het boekje tGv op tafel, een visuele briefwisseling met beeldend kunstenaar Pieter Bijwaard, waarbij elk werk zeven keer heen en weer pendelde tussen Amsterdam en Parijs, waar Vlugt destijds woonde. Op tafel ligt ook de onlangs verschenen bundel met vroege gedichten van Joost Zwagerman. ‘Het laatste boek dat ik heb gelezen.’ ‘Tot hier en nog veel verder’, noteerde Zwagerman voorin.
De schrijver groeide op in Alkmaar, nabij Bergen waar Vlugt werd geboren, maar pas in Amsterdam raakten ze bevriend. Ook de roots van Van Dis voeren terug naar Bergen, het dorp waar Bijwaard nu woont. Iedereen vliegt uit over de wereld, maar de gemeenschappelijke geestgronden vormen blijkbaar een grote aantrekkingskracht.
Speciaal voor het bezoek snorde Vlugt een tussen plexiglas geklemd telegram op met de tekst I’m still alive. De boodschap blijkt afkomstig van On Kawara, een Japans conceptueel kunstenaar die hem in de jaren tachtig stuurde als onderdeel van een kunstproject. Vlugts ‘vodje’ maakte zes jaar geleden deel uit van een reizende tentoonstelling met werk van On Kawara en is nu vijfduizend dollar waard. Onbewust raakte de kunstenaar betrokken bij een project met letters. Vast geen toeval.
Van 24 mei t/m 21 juni 2008 exposeert Harald Vlugt de grafiekserie Totok in Galerie Nouvelles Images. In deze Haagse galerie is op 31 mei de officiële presentatie van de bundel Totok II met gedichten van Adriaan van Dis en collages van Harald Vlugt.
www.haraldvlugt.com
Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.