Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Kunst en psychiatrie: beide grensverleggend
Kunst en psychiatrie: beide grensverleggend

Kunst en psychiatrie: beide grensverleggend


datum plaatsing

apr-08

medium

catalogus De nieuwe Salon

auteur

Sandra Jongenelen


Sinds een jaar of tien is de relatie tussen de kunst en Altrecht – de overkoepelende instelling voor geestelijke gezondheidszorg – hecht. ‘Altrecht is kunstgevoelig’, legt Boudewijn van Grunsven uit. ‘De ontmoeting tussen de wereld van de kunst en de wereld van de gekken is boeiend.’
Hij geeft er twee redenen voor. ‘Kunst doet een beroep op je verstandelijke en intellectuele kwaliteiten. Dat spreekt aan. Maar kunst weet ook de omgeving te veraangenamen, zowel voor patiënten als medewerkers.’ Hij vertelt over de aankoop van een werk van kunstenaar Gijs Frieling, tevens directeur van kunstcentrum W139 in Amsterdam. ‘Zijn antroposofische muurschildering is te vinden bij de geestelijk gehandicapten met een psychiatrische afwijking, een moeilijke afdeling. ‘Frielings kunst is heel rustgevend voor patiënten.’

Van Grunsven is zakelijk beheerder van Het Vijfde Seizoen, een artist-in-residency, dat in 1998 van start ging op het terrein van de Willem Arntsz Hoeve in Den Dolder. Sinds een fusie valt het psychiatrisch centrum onder Altrecht, dat in de provincie Utrecht meerdere vestigingen kent, waaronder het Willem Arntsz Huis in de Utrechtse binnenstad. In totaal werken er 2700 mensen.
Met Het Vijfde Seizoen wil Altrecht ‘de maatschappij dichter bij de psychiatrie brengen en het gesloten karakter van het terrein doorbreken’. Dat streven sluit aan op het beleid om patiënten zo veel mogelijk terug te laten keren naar de maatschappij. Bij de Willem Arntsz Hoeve gaat de meerderheid uiteindelijk weer buiten de wonen.
In lijn met die filosofie stelt Altrecht dat de kunstenaars van Het Vijfde Seizoen zich niet mogen afzonderen maar in direct contact moeten treden met patiënten. Hun inspiratie kunnen ze uit de bosrijke omgeving van het kunstenaarspaviljoen putten, maar door de omgang met bewoners worden ze tegelijkertijd een extreme ervaring rijker. Want zeg nou zelf; wie gaat er wel eens drie maanden lang met psychiatrische patiënten om?

De afgelopen tien jaar maakten een groot aantal kunstenaars gebruik van Het Vijfde Seizoen, onder wie Fransje Killaars, Roy Villevoy, Erik van Lieshout en Berend Strik. Veel blijven na vertrek met het onderwerp bezig, zegt Van Grunsven. Als voorbeeld noemt hij Annaleen Louwes, die tijdens haar werkperiode een aantal patiënten fotografeerde.
Soms rolt het werk een paar maanden later van de persen. Zo bundelde de dichter Menno Wigman zijn ervaringen in Het Gesticht. Dat verslag is gebaseerd op een kortere versie, getiteld Vrij naar Van Gogh, die Wigman op het terrein van de psychiatrische instelling schreef.
En daarmee zijn we beland bij een andere relatie tussen de kunsten en Altrecht. Van Grunsven: ‘Veel grote kunstenaars à la Van Gogh hebben een tijdje contact met een psychiater of psychiatrische instelling. Ze denken wild en grensverleggend. Een echte kunstenaar zoekt zijn grenzen en gaat in zijn werk tot het uiterste. Daarom wordt hedendaagse kunst vaak niet geapprecieerd.’

Maar ook op een ander niveau is er aandacht voor kunst. Veel patiënten maken onder leiding van een bezigheidstherapeut werk dat via artotheek Altrecht wordt uitgeleend en verkocht. De artotheek is toegankelijk voor (ex)cliënten en personeel, maar ook de buitenwacht shopt er, waaronder enkele bedrijven die de kunst in hun kantoren hangen.
Van Grunsven schat dat circa vijftig patiënten – verspreid over alle locaties – aan de artotheek leveren. Een aantal van hen exposeerde vorig jaar in het Centraal Museum. Want ook de organisatie van tentoonstellingen elders, behoort tot de activiteiten van Altrecht. Dollen aan de overkant heette die presentatie, waaraan ook kunstenaars van Het Vijfde Seizoen meededen.
Eén van de geselecteerde patiënten was Frans Krijger die vóór zijn ziekte op de Rijksakademie in Amsterdam zat en met zijn werk de Prix de Rome won, één van de belangrijkste Nederlandse staatsprijzen. Een krijttekening van zijn hand staat afgebeeld in een eerder dit jaar verschenen boek over het Willem Arntsz Huis. Het spat van de pagina.

De relatie tussen Altrecht en kunst kreeg vanaf 1995 vaste vorm, maar gaat veel verder terug. Al in de jaren twintig van de vorige eeuw kreeg Jan van Herwijnen (1889 - 1965) de vrijheid om kunst te maken. Zijn serie De Krankzinnigen bevindt zich in de collectie van het Museum voor Moderne Kunst Arnhem en hing dit voorjaar in museum Kranenburgh in Bergen. Volgens Van Grunsven was de ruimte die Van Herwijnen kreeg typisch iets voor de Willem Arntsz Stichting, de voorloper van Altrecht. ‘Heel bijzonder dat een patiënt in die tijd papier en potlood kreeg.’
Sinds een aantal jaren kent Altrecht een actief aankoopbeleid en geeft de instelling ook catalogi uit van kunstenaars. Grote projecten komen in samenwerking met de gemeente, provincie en de Stichting Kunst in de Openbare Ruimte (SKOR) tot stand. Een voorbeeld daarvan zijn de rotating shelters – draaiende schuilplaatsen – die vanaf juni op het besloten plein naast de nieuwbouw van het Willem Arntsz Huis staan.
‘In de schuilplaatsen kunnen patiënten zich even afzonderen, vrienden ontvangen en hun iPod aansluiten’, vertelt Van Grunsven. ‘Dan zijn ze even weg van het hele psychiatrische gedoe.’ Kijken ze uit op het toevluchtsoord van een andere patiënt? Geen nood. Dan draaien ze hun shelter gewoon. De drie privéhuisjes zijn een ontwerp van de Duitse kunstenaars Berthold Hörbelt en Wolfgang Winter.
Ook in de architectuur van de nieuwbouw toont Altrecht zich van zijn kunstzinnige kant. In plaats van een onopvallend, traditioneel psychiatrisch gebouw neer te zetten in steriel wit, domineren de kleuren groen en geel, zowel binnen als buiten. De patiëntenvertrekken zijn klein, maar doen qua uitstraling niet onder voor vriendelijk ingerichte hotelkamers. De kunst en vormgeving op de gangen versterken dat beeld.
Nadat de patiënten van het Willem Arntsz Huis begin dit jaar naar het belendende complex verhuisden, staat de oudbouw leeg. In juni komt er weer volk dankzij De Nieuwe Salon, waarbij een groot aantal vertrekken wordt opgetuigd met werk van Utrechtse kunstenaars. Centrale thema: U Home, waarbij de U staat voor de provincie Utrecht. Home is anywhere you hang your head, zong Elvis Costello ooit.
Voor het gebouw eind 2008, begin 2009 tegen de vlakte gaat, biedt het nog één keer onderdak aan schilders van interieurs, installaties met omgevingsgeluiden en foto’s van mensen in hun huiselijke omgeving. Na het vertrek van de kunstenaars is een tijdperk voorbij, waarin het gebouw een thuis vormde voor psychiatrisch patiënten. De kunst dooft het licht definitief.
[ < terug ]

aanverwante artikelen: