Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Numerus fixus
Numerus fixus

Numerus fixus


datum plaatsing

12-apr-08

medium

NRC Handelsblad

auteur

Leo Prick


Zesjescultuur

Als er bij een universiteit te veel aanmeldingen zijn voor een bepaalde studierichting, wordt de capaciteit aangepast aan de toegenomen vraag. Alleen als het gaat om dure opleidingen wordt er gewerkt met een numerus fixus. De toelatingen worden dan aangepast aan de veronderstelde maatschappelijke behoefte. Zo gaan we te werk in het tertiaire onderwijs waar we in principe studenten vrij laten in de keuze van hun studie en in de keuze van de onderwijsinstelling.
In het voortgezet onderwijs werkt het niet zo. Daar zien we de laatste jaren een duidelijke verschuiving in de voorkeur van de leerlingen. Zij doen steeds meer hun best om te worden toegelaten tot een moeilijke opleiding. De vijf categoriale gymnasia in Amsterdam zijn overvol en moeten een deel van de aanmeldingen, ondanks hun geschiktheid, de deur wijzen. Vluchten naar Haarlem kan niet meer, want ook daar overtreft het aantal aanmeldingen het beschikbare aantal plaatsen. Deze ontwikkeling is al enige tijd aan de gang, en dus was er alle gelegenheid daarop te anticiperen. Maar wie zou dat moeten doen? Een universiteit zal zijn capaciteit bij bijvoorbeeld politicologie uitbreiden als zich daar meer studenten aanmelden. Toename van de vraag bij de ene studierichting, betekent in de regel een afname van de vraag elders. De universiteit kan dus schuiven met middelen en ruimte en soms ook nog een beetje met de mensen. Maar in het voortgezet onderwijs is een school vol als die vol is.
Omdat de capaciteit niet kan worden aangepast aan de vraag, wordt de vraag aangepast aan de bestaande capaciteit. Dit laatste doen de scholen door de lat voor toelating telkens een stukje hoger te leggen. Zo wordt de vereiste cito-score, afhankelijk van de vraag, naar willekeur verhoogd of verlaagd. Maar inmiddels heeft men blijkbaar een dusdanig niveau bereikt dat de eisen niet meer met goed fatsoen nog verder kunnen worden opgeschroefd en dus wordt er geloot.
Het is niet verstandig om leerlingen die de ambitie hebben om een moeilijke opleiding te volgen en die hun best hebben gedaan om aan de toelatingseisen te voldoen niet tot die opleiding toe te laten. Niet omdat een categoriaal gymnasium de enige weg is naar geluk, maar gewoon omdat het van belang is dat leerlingen zo mogelijk een opleiding kunnen volgen die past bij hun ambities. Zo zijn er scholen specifiek gericht op jongeren met ambities op het gebied van topsport, muziek en ballet. We hebben die speciale onderwijsvoorzieningen getroffen omdat we menen dat het goed is voor jongeren om hun talenten te ontwikkelen, en dat gebeurt nu eenmaal het beste in een omgeving met vergelijkbaar gemotiveerde soortgenoten.  
Deze krant meldt: “Een aantal ouders van kinderen die vorige week zijn uitgeloot voor het Stedelijk Gymnasium Haarlem gaat juridisch actie voeren. Doel is om de school te bewegen de leerlingen alsnog aan te nemen door een extra brugklas in te richten”. Het is een bescheiden berichtje op pagina zoveel. Als die ouders studenten waren geweest hadden zij al lang zo veel lawaai gemaakt dat ze de voorpagina hadden gehaald, wat voor de gemeente ongetwijfeld reden zou zijn geweest om met een oplossing te komen. Ook de Amsterdamse ouders zijn blijkbaar te braaf om capaciteitsuitbreiding in de vorm van een extra gymnasium of een specifiek op de exacte bollebozen toegesneden ‘technasium’ af te dwingen. Door deze jongeren te dwingen een opleiding te volgen waar ze niet op hun tenen hoeven staan, leggen politici de basis voor wat ze zeggen te verafschuwen: de zesjescultuur.

[ < terug ]

aanverwante artikelen: