Heilstaat
“Leraren hebben het onderwijs gered”. Deze bevinding van de Commissie Dijsselbloem, deze pluim voor alle leraren, was natuurlijk feestelijk nieuws voor de Algemene Onderwijsbond, de AOb. Het Onderwijsblad, het orgaan van deze vakbond van leraren, besteedde dan ook volop aandacht aan dit blijde nieuws. En hoe hadden de leraren dat eigenlijk gedaan, het onderwijs redden? Door zich zo weinig mogelijk aan te trekken van de vernieuwingen die beleidsmakers bedachten. En, maar dat werd niet vermeld, door zich ook niets aan te trekken van hun eigen vakbond.
Die vakbond was namelijk een warm voorstander van de door Wallage ingevoerde basisvorming en van zijn streven scholen zo veel mogelijk op te doen gaan in grote schoolgemeenschappen. Op 4 december 1993 besteedde Het Schoolblad (zo heette Het Onderwijsblad toen) uitgebreid aandacht aan de opvattingen daarover bij de leraren. De vakbond signaleerde tot haar voldoening een volslagen ommezwaai in hun denken over de vernieuwingen: “De basisvorming valt de leerkrachten in de betrokken scholen erg mee en de tegenzin is in een half jaar afgebrokkeld van zo’n veertig procent tot een verwaarloosbaar percentage. (…) De positieve of minstens neutrale houding van veel leerkrachten blijkt ook uit de door driekwart van de respondenten gesteunde stelling dat de basisvorming een stimulans is voor vernieuwing.”
Waarop nu was dit juichende commentaar gebaseerd? Niet op de mening van leraren, want hen was helemaal niets gevraagd. Om te achterhalen wat zij van de vernieuwingen vonden was, in een telefonische enquête, aan hun directeuren gevraagd: wat denken jullie dat jullie leraren ervan vinden? Dan antwoord je als directielid dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van de wettelijk opgelegde vernieuwingen uiteraard niet dat de leraren van jouw school het maar niks vinden, dat ze weigeren die uit te voeren, gewoon hun eigen gang gaan. En je antwoordt natuurlijk al helemaal niet dat je dat nog prima vindt ook. Dan vertel je dat het wel gaat.
Ook wat de schaalvergroting betreft zag de bond dat het de goede kant op ging, al vond zij het beleid op dat vlak niet rigoureus genoeg: “Ondanks het succes van het beleid dat vorming van scholengemeenschappen moet stimuleren, blijft de wens actueel dat de categoriale muurbloemen met hun verschralende onderwijsaanbod door middel van wettelijke maatregelen aan fusiepartners geholpen worden.” De Muur was toen al gevallen, maar zoals u ziet, in Onderwijsland stond het streven naar een heilstaat nog recht overeind. Muurbloemen moesten met dwang aan een partner geholpen worden.
Het door de AOb toegejuichte fusiegeweld heeft ertoe geleid dat talloze herkenbare en vaak uitstekend functionerende scholen zijn opgegaan in grote anonieme organisaties. Het zijn vooral de gymnasiale muurbloemen geweest die, vaak na hevige strijd en dankzij de inspanningen van invloedrijke ouders, de kaalslag van ons onderwijslandschap hebben overleefd. De schaalvergroting is ten koste gegaan van vooral de zwakkere leerlingen die als geen ander gebaat waren geweest bij opvang in een overzichtelijke omgeving waar leraren en leerlingen geen vreemden voor elkaar zijn.
Waarom deze inmiddels bejaarde koeien alsnog uit de sloot gehaald? Omdat we bij het kritisch terugblikken op de onderwijsvernieuwingen niet alleen moeten kijken naar de rol die politici hebben gespeeld. Zij werden daarbij volop gesteund door allerlei organisaties die daar financieel garen bij sponnen zoals de pedagogische centra, het Cito en het instituut voor leerplanontwikkeling SLO. En door organisaties zoals de AOb, die last hadden van dezelfde ideologische verblinding als die waar de betrokken politici aan leden.
Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.