Lulkoek
De laatste jaren zijn veel scholen gefuseerd tot grotere organisatorische eenheden. We zien deze ontwikkeling ook in het basisonderwijs. Voor de scholen heeft dit tot voordeel dat bepaalde werkzaamheden die vroeger door de directeur werden verricht door een gemeenschappelijke administratie worden uitgevoerd. Niet elke directeur hoeft zich nog langer te verdiepen in regelingen en voorschriften van gemeente, ministerie of inspectie. Die gemeenschappelijke dienstverlening wordt door de scholen bekostigd en is uiteraard alleen zijn geld waard zo lang de kosten in overeenstemming zijn met de uitgespaarde tijd.
Zo begint het fusiesprookje in de regel, als maatregel ter verhoging van de efficiency. Vervolgens komt er een ontwikkeling op gang die het sprookje geleidelijk het karakter geeft van een tragedie. De muisjes blijken een olifant te hebben gebaard. De administrateur die bepaalde diensten verleent aan de scholen, zich daartoe verdiept in administratieve voorschriften, subsidieregelingen, bouwverordeningen en personele voorzieningen, verwerft gaandeweg een kennis van zaken die verre superieur is aan die van de directies van de afzonderlijke scholen. Zo kan het gemeenschappelijke bureautje zich ontwikkelen tot een dienst die de scholen steeds meer de wet voorschrijft. Wat ooit bedoeld was om hen bij te staan, blijkt eerdaags te zijn uitgegroeid tot een instituut dat bepaalt hoe zij moeten werken. De administrateur wordt bestuur, interesseert nog andere scholen zich bij hem aan te sluiten en vervolgens is er een heus College van Bestuur dat steeds meer taken naar zich toetrekt. Het bedenkt van alles waar de scholen vaak allesbehalve gelukkig mee zijn en waarvan ze de kosten zelf moeten opbrengen, iets wat ze zich vaak al lang niet meer realiseren, want ze zien zich niet meer als eigenaar van het bureau. Dat zijn ze trouwens ook niet, inmiddels zijn ze eigendom. In sommige gevallen ook geestelijk eigendom.
Zo heeft de stichting Veldvest die ongeveer 20 basisscholen in Veldhoven en omgeving bestiert, een heus College van Bestuur bestaande uit twee personen. De Stichting Veldvest is volgens het bestuur toe aan een cultuuromslag. In het kader daarvan stuurde het de scholen onlangs een notitie die, volgens de begeleidende mail, het resultaat was van een structuurreflectie en de sleutel zou bevatten voor een structuurinterventie. Het bestuur voelde de noodzaak om de aangesloten scholen met die structuurreflectie te verblijden, omdat het “scherper dan ooit het onderwijskundige failliet ontwaart van de Nederlandse educatieve infrastructuur waarbinnen de school opereert”.
Om u een beeld te geven van het karakter van die tekst een citaat:
“Vanuit zelfgezochte urgentie en de wil tot maatschappelijke legitimatie kan de school regie pakken op de keuze en de uitvoering van de eigen strategische agenda. Dat tot dusverre in Nederland door de scholen zelf de drie o’s van onderzoek( vergroting van zelfevaluatief vermogen) ondersteuning ( collegiale ondersteuning en feedback ten behoeve van primaire proces) en opleiding( coachen op single, double en tripel loop niveau en professionalisering) niet bij elkaar gedacht zijn verklaart waarom nu de minister toeziet op de organisatie van de realisatie van externe standaarden betreffende taal en rekenen. De minister compenseert wat het veld in het isolement van de beschotting heeft veronachtzaamd.” Ondertekend: Jos de Mönnink filosoof en bestuurder bij Veldvest.
Daar betalen ze dus voor, de scholen die zijn aangesloten bij de stichting Veldvest, voor een kletsmajoor die ze opzadelt met dit soort lulkoek.
Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.