Plasterk & Ritzen
Ooit hadden bestuurders van onderwijsinstellingen weinig te zeggen over de vraag waar het onderwijsgeld aan moest worden uitgegeven. Het was dan ook niet verwonderlijk dat zij aandrongen op een grotere financiële vrijheid. Die was nodig voor het ontwikkelen van eigen beleid. Zo zou een universiteit bijvoorbeeld de excellente hoogleraar die naar het buitenland dreigde te vertrekken, binnenboord kunnen houden. Geen onredelijk verlangen. Bovendien strookte een grotere autonomie met bredere maatschappelijke ontwikkelingen zoals een zich terugtrekkende overheid, besturen op afstand en het streven naar een grotere diversiteit in het onderwijsaanbod.
Natuurlijk hadden sommigen hun bedenkingen tegen een grotere mate van vrijheid. Waren die bestuurders wel competent genoeg om die beleidsruimte aan te wenden ter bevordering van de kwaliteit van onderwijs en onderzoek. Zou er niet te veel geld gaan naar prestigieuze projecten zoals bijvoorbeeld nieuwbouw? Maar ik kan me niet herinneren dat iemand de vrees uitte dat de bestuurders hun nieuwverworven vrijheid zouden aangrijpen om met het aan hen toevertrouwde gemeenschapsgeld onbeschaamd de eigen en elkaars zakken te vullen. Dat vond blijkbaar iedereen, ikzelf voorop, ondenkbaar. En toch is dit gebeurd. De salarissen van onderwijsbestuurders zijn explosief gestegen. Ook het lucratieve fenomeen ‘bonus’ is hun niet langer onbekend. De Universiteit van Maastricht heeft daar een nieuwe variant aan toegevoegd: de bindingspremie.
Na zijn ministerschap werkte Jo Ritzen enkele jaren bij de Wereldbank in Washington. Om zijn pensioen veilig te stellen, gaven ze hem een zak gevuld met 200.000 belastingvrije dollars mee. Die stak hij in zijn zak en vervolgens vroeg hij zijn nieuwe werkgever, de Universiteit van Maastricht, op te draaien voor het pensioengat dat een gevolg was van zijn buitenlands verblijf. Wetend dat de ene dienst de andere waard is, dat je als medebestuurder straks weer afhankelijk bent van nieuwe collega Jo, stemde de universiteit met dit verzoek in. Ik begrijp de boosheid daarover van minister Plasterk. Die heeft jarenlang vanuit zijn positie van wetenschapper ervaren hoe zeer er aan de universiteit op de kleintjes gelet moet worden. Wellicht geholpen door dat verleden is hij gelukkig ook veel te fatsoenlijk om zoiets gewoon te vinden. Dus liet hij onderzoeken of de universiteit dat wel had mogen doen, maar de uitkomst was voorspelbaar. Niets of niemand verbiedt het de bestuurders van onze universiteiten om onderwijs- en onderzoeksgelden in eigen zak te steken.
Het bedrag dat Ritzen ter compensatie van zijn pensioengat door de Universiteit van Maastricht kreeg toegekend bedroeg 372.000 euro. Daarvan heeft hij, blijkbaar omdat niet dat hele bedrag te rechtvaardigen viel met het pensioenverhaal, 26 procent teruggestort. Vervolgens heeft Peter Elverding, de voorzitter van de Raad van Toezicht van de Universiteit van Maastricht, een truc bedacht om eventuele verdere discussie over de redelijkheid van het toegekende bedrag uit te sluiten. Hij heeft het aan Ritzen toegekende bedrag voorzien van een geheel nieuw etiket: ‘bindingspremie’. Na deze op het eerste gezicht slimme zet, die niettemin het karakter heeft van frauduleus antedateren, stelt hij, met de arrogantie de huidige bestuurselite eigen, dat Plasterk daar geen fluit over heeft te vertellen: “Zo gaat dat bij onderhandelingen. Je komt uiteindelijk tot een totaalpakket waar iedereen zich in kan vinden. Maar dat leggen we de minister nog wel uit.” Niet alleen frauduleus, ook nog hondsbrutaal.
Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.