Onderwijspolitiek
Voor wat betreft het voortgezet onderwijs kende de schaalvergroting veel motieven: de ideologie van de brede scholengemeenschap, bezuinigingen, en, na de invoering van de lump sum-financiering, het spreiden van risico’s zoals bijvoorbeeld de toe- of afname van de leerlingenaantallen. Dit risico speelde ook een belangrijke rol bij de schaalvergroting in het hoger beroepsonderwijs. Die opleidingen kenden in de jaren tachtig een aardverschuiving voor wat betreft de belangstelling van de studenten. Sociale academies liepen leeg terwijl de economische opleidingen de toeloop nauwelijks aankonden. Door de verschillende studierichtingen onder de vlag van één hogeschool te brengen werden de hieraan verbonden risico’s gespreid.
Nu is er met fuseren iets heel wonderlijks aan de hand. Het is niet een op louter rationele gronden gebaseerde ingreep, het is een ziekte. Vandaar ook de term fusiekoorts. Het gaat daarbij klaarblijkelijk om een aanstekelijk mechanisme. Als de één het doet, moet de ander het ook. Uit angst dat die ander er vandoor gaat met de krenten uit de pap. Groot groeien wordt een collectief streven, men probeert de grootste te zijn. Ter verdediging van hun fusievoorstellen wordt door bestuurders steevast gewezen op de onontkoombaarheid ervan en op de economische voordelen van schaalgrootte.
Het bedrijfsleven kent een helder criterium om het succes van een fusie-operatie aan af te meten: de ontwikkeling van de winst. In de auto-industrie woedde enkele jaren geleden de fusiekoorts, maar de meeste aankopen zoals die van Chrysler, Jaguar, Smart en Landrover, om er maar enkele te noemen, hebben hun nieuwe eigenaren alleen maar verlies opgeleverd. Achteraf gezien was het beter geweest er nooit aan te beginnen.
Onderwijsinstellingen kennen niet zoals grote bedrijven een Raad van Commissarissen om het fusie-enthousiasme bij het management zonodig te temperen. In het onderwijs heeft het virus dus vrij spel. De kans dat de ongebreidelde fusiekoorts er tot ongelukken leidt, lijkt daarom groter dan in het bedrijfsleven. Maar omdat er geen duidelijk criterium is waaraan eventueel succes kan worden afgemeten, doet zich in het onderwijs het onwaarschijnlijke verschijnsel voor dat fusies er altijd succesvol heten te zijn. Ze worden namelijk nooit ongedaan gemaakt. Zelfs niet wanneer ze leiden tot massale onvrede onder personeel en studenten.
Inmiddels is iedereen ervan overtuigd geraakt dat veel mammoethogescholen het ongelukkige resultaat zijn van een te ver doorgeschoten fusiewoede. Dit heeft, sedert politici zijn gaan luisteren naar de kiezer, ook in die kringen geleid tot de roep om kleinschaligheid. Helaas zal dit geen effect hebben, want het is niet de politiek, maar het zijn die grote, gefuseerde instellingen die de dienst uitmaken in het Nederlandse onderwijs. Tweede Kamer, Ministerie, Inspectie, ze hebben er niets over te zeggen. De door politici als Terpstra en Vliegenthart bemande en bevrouwde Raden, en de verpolitiekte Colleges van Bestuur bepalen wat er in Den Haag gebeurt, ook al zijn ze wijs genoeg dit nooit hardop te zeggen. Want dit opereren achter de schermen is uiteraard ook de kracht van dit Onderwijs-Politieke Complex, dat onlangs versterking heeft gekregen van de gezaghebbende VVD-politicus – hij was de opsteller van het Liberaal Manifest - Geert Dales. Een welkome aanwinst, want deze nieuwe voorzitter van het College van Bestuur van de hogeschool Inholland is afkomstig uit een partij die tot voor kort in dat Onderwijs-Politieke Complex maar matig was vertegenwoordigd.
Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.