Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Carričre
Carričre

Carričre


datum plaatsing

16-jun-07

medium

NRC Handelsblad

auteur

Leo Prick


Ieder wijs

Twee weken geleden schreef ik: “De discussie over het beroep van leraar wordt al jaar en dag verziekt door het idee van carričremogelijkheden. Als die er zouden zijn, zou het beroep aantrekkelijk worden.”
Liesbeth Augustijn mailt mij met de vraag of dit niet in tegenspraak is met wat ik in mijn column van 10 februari 2001 te berde bracht. Toen ik die had opgeduikeld, las ik daarin van mezelf: “In de jaren zeventig stonden huisartsen en leraren nog midden in de hoofdstroom van de maatschappij van toen. Werken was je inzetten voor een betere wereld. Natuurlijk is hun werk nog net zo belangrijk als vroeger, maar ze maken allang niet meer deel uit van de karakteristieke ontwikkeling, de hoofdstroom, van de maatschappij van nu. Hun beroepen zijn gemarginaliseerd. Wie deel wil hebben aan de maatschappelijke ontwikkelingen, de ambitie heeft een rol te spelen in de maatschappij, daar mee richting aan te geven, kiest een andere bestemming.”
Inderdaad gaapt er een kloof tussen wat ik ruim zes jaar geleden, en wat ik onlangs schreef. Dat verschil heeft alles te maken met wat er in die tussenliggende periode is gebeurd.
Februari 2001 maakte het bedrijfsleven een periode door van ongekende bloei. Terwijl het onderwijs te maken had met een overschot aan personeel, en de personele inspanningen in die sector er vooral op gericht waren mensen te lozen, boden bedrijven hun goed opgeleide werknemers scholingsmogelijkheden en perspectieven. Ruim een half jaar na het verschijnen van de bewuste column, 11 september 2001, kwam, met de instorting van de WTC Towers, een einde aan de tech en telecom hype. Als gevolg van bezuinigingen, fusies en faillissementen kwamen ook in die sectoren mensen op straat te staan. In de daaropvolgende jaren heeft het bedrijfsleven zich geleidelijk hersteld en inmiddels wordt er weer strijd geleverd om de gunsten van goed opgeleide jongeren.
Ook voor wat betreft het onderwijs is er sedertdien een en ander veranderd. Na jaren van bezuinigingen en verwaarlozing is de politiek, in het voetspoor van de publieke opinie, weer waarde gaan hechten aan kwalitatief goed onderwijs.  Zo is er de laatste jaren veel extra geld naar toe gegaan. Dat extra geld is door de instellingen voornamelijk besteed aan het management en de uitbreiding van het bureaucratische apparaat. Terwijl andere sectoren een aantrekkelijk arbeidsklimaat creëren door het bevorderen van scholing en ontwikkeling, is carričre maken in het onderwijs synoniem geworden met doorgroeien naar het management, en het is deze ontwikkeling die ik twee weken geleden bekritiseerde.
Je zou verwachten dat juist in het onderwijs waarde wordt gehecht aan ontwikkeling en scholing van het personeel, dat de inspanningen erop zouden zijn gericht om de deskundigheid van leraren op het gebied van hun vak te bevorderen. Het tegendeel is het geval. Terwijl scholing de laatste jaren overal aan belang heeft gewonnen, heeft het onderwijs een tegengestelde ontwikkeling doorgemaakt. Zo heeft men er het probleem van de deskundigheidsbevordering opgelost door de invoering van de teambevoegdheid. Een leraar mailt mij hierover: “Dit wangedrocht is tijdens het bewind van mevrouw Van der Hoeven in het leven geroepen en houdt in dat als in een team van leraren, hoe groot ook, één persoon over de lesbevoegdheid voor een bepaald vak beschikt, alle teamleden dit vak mogen geven. U kunt uiteraard zelf verzinnen waartoe dit leidt.” Voor de betreffende leraar betekent dit dat die geacht wordt les te geven in 10 verschillende vakken. Een soort van Iederwijs-concept dus, maar dan voor leraren.

[ < terug ]

aanverwante artikelen: