Carričre
Klopt niet, kreeg ik als commentaar op mijn laatste column. Dat de ene leraar het drukker heeft dan zijn collega komt niet zo zeer doordat de een langzamer werkt dan de ander, maar heeft alles te maken met creativiteit. En de mate waarin leraren creatief kunnen zijn, bijvoorbeeld interessante opdrachten bedenken of inspelen op de actualiteit, wordt in hoge mate bepaald door de deskundigheid op hun vakgebied.
Hier moest ik aan denken bij het lezen van een ingezonden brief die ik aantrof in het Onderwijsblad, het orgaan van Algemene Onderwijsbond. In die brief laat Liesbeth Augustijn, lerares op een school voor havo en vwo in Zoetermeer, de lezers van dat blad weten dat ze van plan is per september aanstaande ander werk te zoeken: “Als bestuurskundige is het zonder meer leuk om maatschappijleer en geschiedenis te geven, maar nog meer geniet ik van meedenken over schoolbeleid en organisatie. Maar mij met dergelijke zaken bezighouden kan naast mijn lestaak maar moeilijk in een normtaak, want lesgeven is mijn core business. Carričremogelijkheden zijn in het onderwijs gering en dat maakt dat ik ga uitkijken naar ander werk.”
De discussie over het beroep van leraar wordt al jaar en dag verziekt door het idee van carričremogelijkheden. Als die er zouden zijn, zou het beroep aantrekkelijk worden. Daarbij wordt vergeten dat de afwezigheid ervan wel eens een net zo aantrekkelijk aspect zou kunnen zijn van een beroep. Ben jij altijd nog gewoon huisarts? Ben jij nog gewoon notaris? Ben jij nog gewoon dominee? Dat zijn vragen die we nooit stellen. Het zijn gerespecteerde beroepen waarvan we ons kunnen voorstellen dat iemand dat zijn leven lang blijft doen. Maar de vraag “ben jij nog steeds gewoon leraar?” is inmiddels heel gewoon. Blijkbaar omdat er iets mis is met het leraarsberoep als zodanig, moeten er voor leraren blijkbaar allerlei vluchtwegen worden bedacht.
Een voorwaarde om bevrediging te kunnen vinden in het leraarsberoep is dat je inhoudelijk gemotiveerd bent voor het vak dat je doceert. Daaraan ontlenen leraren hun beroepsidentiteit, in hoge mate hun arbeidsvreugde en de mogelijkheid om de leerstof aan te passen aan het niveau en de interesse van de leerlingen. Maar ja, als je als bestuurskundige les geeft in het vak geschiedenis, kun je aan dat vak moeilijk enige vreugde ontlenen. Dat gaat nu eenmaal niet met iets waar je geen verstand van hebt. Zouden ze in Zoetermeer geen gediplomeerde leraar hebben kunnen vinden? Ik vrees dat het veel erger is, namelijk dat de schoolleiding daar helemaal niet geďnteresseerd is in de vakinhoudelijke deskundigheid van haar leraren. Die mentaliteit is niet alleen funest voor de kwaliteit van het onderwijs, maar ook nog eens ontzettend dom. Want leraren die geen genoegen vinden in hun professie, in hun core business om met Liesbeth te spreken, die willen straks allemaal wat anders. Meedenken over het beleid bijvoorbeeld. Scholen doen er verstandig aan leraren te benoemen die zo zeer geďnteresseerd zijn in hun vak dat ze het denken over beleid graag aan de directie overlaten.
Overigens en voor alle duidelijkheid: dat een leraar carričre wil maken, daar is niks mis mee. Maar dat die wens tot norm wordt verheven maakt niet alleen dat scholen allerlei overbodige functies bedenken in de sfeer van het middle management, maar ook, en wat zo mogelijk nog erger is, dat degene die leraar wordt en blijft niet voor vol wordt aangezien. Deze ontwikkeling is funest voor het aanzien van het beroep. En daarmee voor de kwaliteit van het onderwijs.
Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.