Mijn dochter deed dit jaar de CITO-toets. Ze was op van de zenuwen, en met haar de hele klas. Vroeger, toen ik als leerling die toets zelf maakte, hadden wij dat niet. Denk jij ook niet dat dat alles te maken heeft met de televisie? Daar heb je ook allemaal die wedstrijden van ijsdansen en idols, van wie het hoogste scoort.
Ik denk dat het meer te maken heeft met de waarde die wordt gehecht aan de uitslag. Vroeger werd die beschouwd als een extra gegeven naast het schooladvies, als een second opinion, maar meer ook niet.
En dat is veranderd?
Toe nou, dat zie je toch bij je dochter. Nu draait alles om de toets als selectie-instrument. Je ziet toch zelf dat veel scholen hun toelatingsbeleid vooral bepalen op grond van de CITO-uitslag.
En dat is in jouw ogen dus niet verantwoord?
Absoluut niet.
Het lijkt me bij twijfel toch wel handig te weten of een leerling thuishoort op de mavo of toch net havo kan doen.
Maar dat achterhaal je niet met de CITO-toets. Die is absoluut niet geschikt om verantwoord uitspraken te doen over dit soort grensgevallen. Daarom benadrukte het CITO vroeger ook dat de toets in de eerste plaats bedoeld was voor de beoordeling van de school.
Van de school? Wat wilde men daarmee?
Als je bijvoorbeeld als gemeente verantwoordelijk bent voor de openbare basisscholen, moet je zicht hebben op de kwaliteit daarvan. Zo is de gemeente Amsterdam ooit begonnen met de toets die later is overgenomen door het CITO. De toets die vroeger werd aangeprezen als een second opinion, wordt inmiddels gebruikt als doorslaggevend criterium.
Nou, op de school van mijn dochter vertelde de directeur dat haar oordeel door de scholen toch ook wel serieus wordt genomen.
Helaas is dit lang niet overal het geval. In Utrecht heeft men bijvoorbeeld besloten dat leerlingen met een score van 540 wel en die met een score van 539 niet op het VWO worden toegelaten. In andere gemeenten liggen die grenzen weer anders.
Dat vind je, neem ik aan, niet verantwoord.
Die aanpak getuigt van geen enkel verstand van zaken.
Ook het CITO, las ik, protesteerde daar tegen.
Inderdaad, het gaf als commentaar dat je geen stringente grenzen moet aanhouden en het advies van de basisschool niet moet negeren.
De selectiegeest moet dus terug in de fles?
De overdreven, soms zelfs absolute waarde die aan de toetsuitslag wordt gehecht, daar moet een einde aan komen, want het effect is averechts.
Dat snap ik niet.
Kijk, hoe meer waarde scholen voor voortgezet onderwijs hechten aan de toets des te meer gaan basisscholen, ouders en gespecialiseerde bureaus de kinderen trainen en komen er specifieke oefenboeken en oefen cd’s. Ouders die vrezen dat het schooladvies te laag gaat uitvallen, stellen alles in het werk om een hoger advies te bewerkstelligen.
Maar dat lukt ze toch niet. Het CITO zegt zelf dat dit oefenen met oude toetsen helemaal niet helpt.
Natuurlijk zeggen ze dat, want met die trainingen wordt de functie van hun toets ondergraven, maar het is onzin. De beste manier om hoog te scoren op de CITO-toets is veel te CITO-toetsen. Net als bij hardlopen en verspringen.
Maar als die kinderen door veel oefenen slimmer worden, dan kun je daar toch alleen maar blij om zijn?
Het effect is dat daardoor kinderen terecht komen op een moeilijkere school dan ze eigenlijk aankunnen. Maar ja, zo lang die toetsuitslag een doorslaggevend criterium is, zullen die nadelige effecten alleen maar toenemen. Ouders willen nu eenmaal het beste voor hun kinderen. En het beste is in de ogen van de meeste ouders het hoogste en daar valt ook best wat voor te zeggen.
Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.