Daling versspeciaalzaken eindelijk gestabiliseerd |
|
datum plaatsing |
|
medium |
Mediapartners |
auteur |
Judith van Ruiten |
De bakker verdwijnt wel. De slager niet. En de groenteman kan maar beter meteen zijn biezen pakken. De meningen over versspeciaalzaken zijn net zo divers als het assortiment dat velen van hen tegenwoordig in de winkel hebben liggen. , Straal enthousiasme uit en blijf innoveren! Dat is de dé manier om te overleven’, roepen de paar duizend overgebleven ambachtsmannen in koor. Een strategie die eindelijk succes lijkt te hebben. Want voor het eerst in jaren heeft de daling van het aantal versspeciaalzaken zich gestabiliseerd. Dat het wat beter gaat met zijn vakcollega’s, verbaast slager van het jaar 2004 Wiljo Kuenen uit het kleine dorpje Ruurlo in de Achterhoek helemaal niet. Hij spreekt over de goede begeleiding van de branchevereniging van slagers. De geweldige Keurslagerformule, het goed opgeleide personeel en het voordeel van slagers ten opzichte van andere versspeciaalzaken als bakkers en groentezaken die minder goed zijn georganiseerd. Dat het hard werken is om in deze tijd het hoofd boven water te houden, staat wat hem betreft buiten kijf: ,,Supermarkten worden steeds groter en bieden veel producten aan die ik ook in mijn winkel heb liggen. Service en een eerlijke prijs. Daar draait het vooral om. Het heeft jaren gekost om zo succesvol te worden als ik nu ben”. Het harde werken van slagers als Kuenen werpt voorzichtig zijn vruchten af. Uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat er momenteel 2895 slagerijen zijn in Nederland. Negentig zaken minder dan in 2005 en bijna 2500 minder dan in 1994. Desondanks spreekt het onderzoeksbureau van een stabilisatie, omdat de daling minder sterk doorzet dan een paar jaar geleden het geval was. Met andere speciaalzaken gaat het zelfs wat beter. Het aantal vis -, drank - , tabak - en reformwinkels is met enkele tientallen toegenomen. Het aantal snoepwinkels is gelijk gebleven. J. Holla van marktonderzoeksbureau Gfk is minder positief gestemd na het horen van de cijfers. ,,Alleen de goeden blijven over”, is zijn conclusie. Hij is ervan overtuigd dat de speciaalzaak nooit helemaal verdwijnt, maar wel dat de supermarkt steeds meer terrein verwerft. Niet alleen omdat supermarkten steeds groter worden, maar ook omdat zij steeds meer versproducten aanbieden. ,,Vooral ouderen met wat meer geld kopen nog in de speciaalzaak. Jongeren met weinig tijd en minder geld gaan naar de Albert Heijn of Super de Boer, omdat je daar nou eenmaal al je boodschappen in een keer kan doen”. En dat is nou precies wat volgens Holla moet veranderen om te voorkomen dat straks alle speciaalzaken het loodje leggen. ,,Het is eigenlijk heel simpel”, zegt de marktonderzoeker die dezelfde adviezen bijna dagelijks aan speciaalzaken geeft. ,,Leg nou eens niet die mandarijnen, grapefruits en sinaasappels bij elkaar, maar die mandarijnen, bananen, cherrytomaatjes en waspenen. Op die manier lok je de jongeren van vandaag de winkel in. Zij willen snelheid, maar ook een variëteit aan lekkere verse producten en een stukje service. Snij rosbief of fruit voor ze. Pak de producten netjes in en leg ze op een zichtbare plek neer tussen andere snelproducten als snackpeentjes”. Het zijn tips die de brancheorganisatie Aardappelen, Groente en Fruit (AGF) ook regelmatig geeft aan haar leden. Ten opzichte van 1994 heeft de organisatie het aantal groentespeciaalzaken zien halveren. Het geven van adviezen aan de ruim 1500 zaken die Nederland momenteel nog telt is daarmee steeds belangrijker geworden. De AGF raadt haar leden aan om zich aan te sluiten bij bestaande formules als de Echte Groenteman, Fruit Company en Eet Idee die de consument herkent en bewezen aantrekkelijk vindt. Daarnaast adviseert de organisatie om in te spelen op trends door bijvoorbeeld kant en klare dieetmaaltijden aan te bieden. De echte groenteman Rob Beukert in Haaksbergen nam alle adviezen ter harte en boekte de afgelopen drie jaar tien procent omzetgroei. Bij binnenkomst in de winkel lacht Sonja Bakker de klant tegemoet vanaf een vijftal kaften van haar laatste boek en al snel valt het oog op de kant en klare caloriearme ‘fit en gezond salade’ achter de vitrine. Maar Beukert en zijn team hebben meer te bieden. Het assortiment gaat van kant en klare goulashsoep en stampot tot de lekkerste Argentijnse navelsinaasappels, snackkomkommers en zelfgemaakte knoflooksaus waar buurtdorpsbewoners een blokje voor om zouden rijden. Zelfs kalkoenen van een poelier uit Monster die de landelijke media haalde met de organisatie van een kalkoendrive-in, werden met kerst aangetrokken om ze in de winkel te vullen en verkopen. Beukerts’geheim voor succes noemt hij zelf het verkopen van excellente producten voor een eerlijke prijs. ,,Aan mijn grossier Van Aarle in Brabant heb ik wat dat betreft veel te danken. Het is maar wat lastig om een groothandel te vinden die niet alleen consequent is in prijs, maar ook in kwaliteit. Ik probeer er voortdurend voor te zorgen dat de beste producten in mijn winkel liggen. Het is proeven, proeven en nog eens proeven. De Hollandse komkommer is bijvoorbeeld veel smaakvoller dan de Spaanse. En van juli tot en met september is het weer lastiger om goede sinaasappels te vinden. Verder is het natuurlijk van belang om niet al te veel branchevreemde producten te verkopen. Die kalkoenen zijn natuurlijk gewoon leuk voor een keertje. Bovendien hebben die dingen met zeventig euro per stuk veel geld opgeleverd”. Naast de aandacht voor prijskwaliteit, de presentatie van producten in de winkel, het inspelen op trends en smaakvoorkeuren van bewoners in een specifieke regio, noemen detaillisten als Beukert het belang van investeren op het juiste moment, de steun van het gezin, het vinden van goed opgeleid personeel en de juiste bedrijfsopvolger. Het zijn de ingrediënten voor succes die in perfecte harmonie moeten zijn met elkaar. Maar als de klanten wegblijven, kun je daar als winkelier niet altijd wat doen. Elke detaillist heeft voorbeelden in overvloed van collega’s uit de omgeving die de winkel uiteindelijk definitief moesten sluiten. Eind jaren negentig toen de nieuwe hygiënecode de kop op stak en winkels soms drastisch verbouwd moesten worden, werden de meeste zaken genoodzaakt om te stoppen. Het is de periode waarin bakker Geert Verdeuzeldonk samen met zijn vrouw Marlies besloot om de zaak in Wanssum tegen de Duitse grens drastisch te verbouwen. Sinds 1998 staat daar nu een bakkerij die moeilijk over het hoofd te zien is met een groot puntdak met rode dakpannen. Deze week hangt een aanbieding van een nieuw brood dat goed is voor de spijsvertering op het uithangbord: breedbrood met pompoenpitten. Klanten uit de hele regio en ook uit Duitsland bezoeken de bakkerij. Niet alleen omdat zij het brood, de vlaaien of de broodjes met kaas zo lekker vinden, maar ook omdat in de weide omgeving geen bakkerij of kaaswinkel meer is te vinden. Marlies Verdeuzeldonk kan wel vijf bakkers en kaaswinkels uit het dorp opnoemen die zijn gestopt met de zaak. ,,Hartstikke treurig natuurlijk. Maar bij het merendeel viel de omzet al jaren dusdanig tegen, dat ze het geld niet hadden voor de verbouwing die door de nieuwe wetgeving werd opgelegd”. De Verdeuzeldonken kunnen zich daar alles bij voorstellen, want ook voor hen was het spannend of ze het zouden redden. Bijna tien jaar geleden maakten ze het pand tot aan bijna de grond toe gelijk om te voldoen aan de belangrijkste voorwaarden: tegels tot aan het plafond en het gebruik van roestvrij staal in het hele pand. Met succes, want de klandizie groeit en daarmee ook de winst. Bijna tien jaar later vinden zij dat het tijd is voor een nieuwe investering. Marlies: ,,De kaascorner wil ik onderhanden nemen, want daar kunnen we nog veel meer klanten mee genereren”. Al het harde werken en de slimme bedrijfsinvesteringen van de overgebleven versspeciaalzaken ten spijt, is onderzoeksbureau Locatus van mening dat het niet lang meer duurt voordat de laatste ambachtsman zijn biezen pakt. Directeur Gerard Zandbergen noemt het een geleidelijk proces. Maar hij is ervan overtuigd dat supermarkten de speciaalzaak uiteindelijk volledig opeten door een steeds completer pakket aan boodschappen te bieden. ,,Je ziet nu al dat veel groenteboeren, bakker en slagers geen enkele productkennis meer toevoegen. Vooral het aantal groenteboeren zie je de afgelopen jaren dalen. Nog een paar jaar en de eerste megasupermarkt van zo’n 4000 vierkante meter zal de Nederlandse markt betreden. Dan is het echt gedaan met de speciaalzaak”. Woordvoerder Paul Jansen van het Vakcentrum, de brancheorganisatie van de zelfstandige detaillist, heeft een mening die haaks staat op die van Zandbergen. Beantwoord de volgende vraag eens, geeft hij als opdracht: ,,Als jij een feestje geeft en een goede Port nodig hebt en een bijzonder kaasplankje wilt samenstellen. Waar ga je dan heen?”. Jansen ontkent niet dat het aantal versspeciaalzaken verder zal afnemen, maar is ervan overtuigd dat behoefte blijft bestaan aan excellente producten waarmee je nou eens echt een leuke avond, lunch of high tea kunt organiseren. ,,De winkels die zijn gevestigd in steden nabij een supermarkt die de nodige aanloop creëert, hebben de meeste kans op succes. Verder wordt de rol van de branchevereniging steeds belangrijker. Wij moeten de winkelier stimuleren door voorlichting te geven en productwedstrijden te organiseren zodat hij gemotiveerd blijft om het beste van het beste aan te bieden”. Ook slager Kuenen is positief gestemd. Nadat hij slager van het jaar werd, steeg zijn omzet explosief. Hij levert nu bijzondere vleeswaren als naegel-holt aan tientallen toprestaurants. Liefhebbers van een echt goed stukje vlees, komen van heinde en verre langs in zijn winkel in het kleine Ruurlo. Kuenen weet als geen ander dat hij dit succes niet in zijn schoot geworpen heeft gekregen. Tien jaar geleden begon hij als slager en al snel moest hij de winkel verbouwen en stoppen met de slachterij om aan de wettelijke normen te voldoen. Toen werd het echt hard werken. ,,Ik wist dat ik er een mooie zaak van had gemaakt. Maar het heeft jaren geduurd voordat ik mee durfde te doen aan de wedstrijd van slager van het jaar. De jury kijkt overal naar. Als één bordje ontbreekt bij een stukje vlees, weet je al dat je niet kan winnen. Hetzelfde is het geval met die voeg daar die tussen de tegels op de grond ontbreekt. Je wordt op bijna 400 punten gekeurd en dat heeft de iedereen gestimuleerd om heel goed werk te verrichten. Je moet trots zijn op wat je doet. Helaas zie ik je dat te weinig terug bij detaillisten met wie ik spreek. Pas als je die overtuiging op de klant weet over te brengen, ga je het redden”. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
