Met vereende krachten uit het alfadal |
|
datum plaatsing |
|
medium |
Installateurszaken |
auteur |
Jesse Budding |
Dat techniek geen hoge ogen scoort bij de jeugd, is langzamerhand wijd en zijd bekend. Maar hoe komt dat nu precies? En vooral: wat kunnen we eraan doen? Willemijn Evers onderzocht de ‘techniekmoeheid’ in opdracht van ROC Twente. Haar belangrijkste aanbevelingen in het rapport ‘Succesvol kiezen!’ op een rijtje: * Continue aandacht keuzeproces: niet alleen bij het keuzemoment * Segmentatie van leerlingen op kwaliteit keuzegedrag Slechts twintig procent van de leerlingen lijkt structureel onzeker te zijn over de toekomst en de kwaliteit van hun eigen keuze. * Fasering van het oriëntatieproces Het oriëntatieproces van leerlingen valt uiteen in een tweetal deelprocessen: een breed zoekproces in de tweede klas en een specifiek en gericht oriëntatieproces in de vierde klas. Leerlingen in de brede zoekfase oriënteren zich op globale mogelijkheden en richtingen. Een persoonlijke band tussen leerling en voorlichter is in deze fase dan ook noodzakelijk. * Belang beroepsbeeld In alle deelonderzoeken komt het belang van het beroepsbeeld expliciet naar voren. Leerlingen kiezen niet zozeer voor een opleidingscarrière als wel voor een beroep. Beroep verdient dan ook een centrale rol in voorlichting en communicatie. * Rol ouders Ouders spelen een centrale rol in het keuzeproces. Dit geldt voor beide oriëntatiefasen maar in het bijzonder voor de brede oriëntatiefase (tweede klas vmbo). Ouders worden bij uitstek gezien als vertrouwenspersonen die het beste voor hebben met de leerling, in staat zijn goed in te schatten wat de leerling wil en wat voor hem of haar het beste is. Het is dan ook aan te bevelen ouders te betrekken in het communicatie- en voorlichtingsbeleid. * Rol decaan De rol van de decaan is ambigu in het oriëntatieproces en verdient nader onderzoek. De decaan lijkt een imagoprobleem te hebben onder tweedeklassers. Werk en Vakmanschap is een werkgeversinitiatief met als doel technische vaklieden toe te leiden naar en te behouden voor de techniek. Ben Kemna, regiomanager noord van Werk en Vakmanschap, is blij met de uitkomsten van het onderzoek. Hij onderschrijft de belangrijke rol die de ouders spelen, vooral in de tweede en derde klas van het vmbo. “Bovendien geldt als basis nog steeds: de ouders willen het beter hebben voor hun kinderen. ‘Moet mijn zoon veertig jaar in de fabriek staan?’ Heb je zelf in een blauwe overall rondgelopen, dan moet je zoon toch ten minste een witte boord eronder dragen.” Vooral moeder stuurt volgens hem vaak sterk de keuze van zoon- of dochterlief. Niet dat ze per definitie negatief staat ten opzichte van de techniek, maar onbekend maakt nu eenmaal onbemind. Plus: “De jeugd hangt meer aan hun moeder. Zij voelt meer mee en vraagt meer door dan vader. Evers staaft dat ook.” Beroepsinformatie Van slogans als ‘Kies techniek’ moeten we het volgens Kemna ook niet hebben. Hij denkt dat het de belastingbetaler alleen maar geld heeft gekost. Nee, Kemna ziet de oplossing heel ergens anders: “Kijk naar Corus, dat geen werknemers meer kon krijgen. Zij informeren de ouders van jongeren over het werk dat hun bij de hoogovens te wachten staat. Dat soort dingen leggen beslist geen windeieren.” Maar Corus is naar zijn zin nog te veel een uitzondering. Vaker ziet hij het gebeuren dat een bedrijf voorlichting op scholen ‘afkoopt’: ze geven 1000 euro subsidie voor een bijeenkomst en dat is het dan. Wat volgt, is vaak een algemeen verhaal, niet toegespitst op de praktijk van alledag. “Daar red je het niet mee. Bedrijven zouden zich standaard van tijd tot tijd open moeten stellen voor leerlingen, anders zit je straks in elkaars vaarwater. We moeten ze zien te interesseren om meer zelf mee te doen aan bijeenkomsten, zoals in de Week van de Techniek.” Want het aantal jongeren dat voor techniek kiest, is nu natuurlijk niet bepaald hoog. Geheid een baan “Dat gat moeten we dichten met informatie, regionaal gericht en beter aansluitend bij de jongeren. Mijn voorkeur gaat uit naar leerlingen en ouders informeren op scholen. Als ik zeg: ‘In de techniek krijg je geheid een baan!’, dan zal zo’n jongere wel vier keer nadenken om het niet te doen. Als ik dat onderbouw met goeie verhalen uit het bedrijfsleven, zeg dat ze er een goeie boterham in kunnen verdienen en waarbij ze mogen meekijken wat er precies op de werkvloer gebeurt, versterk je het positieve beeld alleen maar. Het imago moeten we echt opkrikken: techniek is hot! En dat je er af en toe vieze handen van krijgt… ja, dat weten we nu wel. Maar dat moet je ook niet erger maken dan het is. En dit soort sessie wèrken: de toestroom van leerlingen naar de techniek neemt nu al toe.” Aanbod regionaliseren Maar ook heeft Kemna bezwaren over de inhoud van het aanbod op de ROC’s. Zo vindt de regiomanager dat de ROC’s meer moeten aansluiten bij de behoeften van de lokale arbeidsmarkt. “Als naar beroepen in de sectoren sport en beweging nauwelijks vraag is in jouw gebied, ga je die toch ook niet aanbieden? Richt je meer op de regionale arbeidsmarkt. De mobiliteit van mbo’ers ligt nu eenmaal lager dan die van hbo’ers en wo’ers.” Daarnaast zijn de studieprofielen hem veel te specifiek, waardoor een leerling bij een verkeerde keuze later compleet moet omscholen. Liever ziet hij ICT en electro met elkaar verbonden in een studierichting. Ten slotte ziet Kemna bij deze problematiek ook een rol voor de overheid weggelegd: “Ze zou achteraf premies kunnen geven voor goede onderwijstrajecten – aanschouwelijk onderwijs vooral - en het aantal studenten dat men trekt.”[ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
