Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Wie wat spaart, die krijgt wat
Wie wat spaart, die krijgt wat

Wie wat spaart, die krijgt wat


datum plaatsing

medium

Installateurszaken

auteur

Jesse Budding


Nieuwe installaties in huizen betalen zich in de toekomst terug

Zonnecollectoren, douche-warmteterugwinning (WTW), HR-ketels en geisers met Gaskeur HR: de afgelopen tijd zijn er heel wat ontwikkelingen gaande geweest op het gebied van innovatieve installaties. Betalen deze investeringen zich eigenlijk terug bij de verkoop van een huis?

De eerlijkheid gebiedt het te zeggen: in de meeste gevallen heeft de consument niet gekozen voor vernieuwende producten zoals WTW om het milieu te sparen, maar slechts zijn of haar eigen portemonnee. Als echte zuinige Hollanders namelijk willen we natuurlijk ook die energierekening zo veel als mogelijk omlaag brengen.
“Zuinige CV en goede isolatie gaan zich zeker terugverdienen”, beweert de internetsite van het Ministerie van Volksgezondheid, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) nu de wet sinds 1 januari dit jaar het energielabel verplicht bij de verkoop van een huis. Maar is dat nu daadwerkelijk het geval? Voor alle duidelijkheid: een verkoper die geen energielabel overlegt aan de nieuwe koper of huurder overlegt, krijgt nog steeds geen sanctie aan zijn broek. Dus de vraag is hoeveel mensen in werkelijkheid met het label werken. Maar voor wie dat wel doet: betalen ook op dit punt nieuwe installaties zich terug? Of voert de overheid hier propaganda? We vroegen het diverse mensen die met de materie te maken hebben.

Verbaasd
Peter van Duijne, directeur van de Makelaars Associatie in Den Haag, moet even nadenken voordat hij deze vraag beantwoordt. “Het helpt wel”, zegt hij dan. “Maar het is niet zo dat je zegt: anders had ik het niet verkocht. Vergelijk het met nieuwe kozijnen aan de voorkant van het huis: dat staat beter. Niet dat je twintigduizend euro meer ontvangt, maar er kan sneller een bod volgen of uitgebracht worden. Het hangt er ook van af wat er precies nieuw is: de leidingen? De ketel?”
Af en toe kan hij zich hogelijk verbazen. Bijvoorbeeld als een huiseigenaar een klein raam vervangt voor de lieve somma van tweeduizend euro. “Wat is dan de verhouding tussen de investering en het rendement, zo kun je je afvragen. Afgezien van het feit dat het raampje minder tocht en daardoor comfortabeler is, duurt het toch jaren voordat je het geld eruit haalt.”

Concrete bedragen
Maar daarmee constateert hij wel een tendens. “Dakisolatie, dubbel glas, zonnepanelen, vloerisolatie… De mensen worden zich er wel bewuster van, ook dat een oude ketel meer gas verbruikt. De EPA-keuring (Energie-Prestatie-Advies, een door de overheid gestandaardiseerde keuring, red.) draagt daar ook aan toe bij, zeker in de huursector. De installatiebranche straalt ook uit dat je na twaalf tot vijftien jaar je ketel moet vervangen. Ik denk dat het in de toekomst nog belangrijker zal worden ja.” Anderzijds: “Bij aan- en verkoop merken we ook dat mensen er niet echt lastig over doen. Zo is een oude CV-ketel nooit een reden om een pand niet te kopen.”
Een concreet bedrag dat huizenkopers meer zouden willen betalen, kan Van Duijne echter niet noemen. “Maar als een oud huis gerenoveerd moet worden, krijg je niet twee- à drieduizend euro meer als je een nieuwe ketel erin hebt. Het draagt bij, maar het geeft niet de doorslag.”
Wel kan hij iets zeggen over de verhouding tussen aanschaf- en installatiekosten: “Vernieuw je alleen de installatie, dan haal je dertig tot veertig procent van de kosten eruit. Met een nieuwe ketel erbij ga je naar veertig tot vijftig procent.”

Lange termijn
Otto Pasker, vestigingsdirecteur bij Technisch Adviesburo Duinwijck te Leusden, is het min of meer met de stelling van Van Duijne eens. Innovatieve installaties zijn niet een heel belangrijk item bij de verkoop”, zegt hij door de telefoon, “tenzij het om extreme dingen gaat. Neem bijvoorbeeld de 0 energiewoningen (in onder meer Leeuwarden, Zandvoort, Woubrugge, red.) of de Stad van de Zon (in Heerhugowaard met als doelstelling CO2-emissieneutraal, red.). Dit soort huizen hebben veel uitstraling en trekken dus veel kopers denk ik.”
En een nieuw model CV-ketel of zuinige installatie, levert dat nu meer op bij verkoop? “Op zich verhoogt een HR-ketel de aantrekkelijkheid van een woning natuurlijk wel. Vergelijk het met dubbel glas. Op dit moment nog niet echt, maar ik ben ervan overtuigd dat dat in de toekomst zal gaan veranderen. Nu denken mensen alleen nog maar in termen van: wat levert het mij op aan energiebesparing? Straks echter zullen mensen ook meer en meer gaan bedenken wat de invloed is op de verkoopprijs van hun huis. Dan hoef je echt niet tien jaar lang ergens te blijven wonen om een nieuwe installatie rendement te laten opleveren.”

Positief effect
Zijn inschatting is dat het ingevoerde energielabel steeds meer zal gaan bijdragen aan het belang van nieuwe installaties. “Ik denk dat het over een jaar of vijf wel te merken zal zijn. Dan zal de verkoopprijs van woningen daardoor gaan stijgen.”
Ook Peter Hoogvliet, bedrijfsdirecteur van de woningbouwcorporatie Vestia laat soortgelijke geluiden horen. Anno 2008 zijn vernieuwende installaties niet van invloed op de verkoopprijzen, luidt zijn mening. Nòg niet. “Want op termijn zullen ze van waarde zijn. Niet dat ik dat met bewijzen kan aantonen, maar dat geloof ik nu eenmaal.”
Net als Pasker verwacht hij dat het energielabel een positief effect zal hebben op innovatieve installaties. “De mensen moeten er eerst misschien een beetje aan wennen, maar stukje bij beetje zul je zien dat mensen er meer waarde aan gaan toekennen.”

Vergelijk koelkasten
“Die labeling begon met koelkasten”, blikt Hoogvliet terug. “Het leuke is: nu zijn er helemaal geen koelkasten met B- of C-labels meer te koop bij de witgoedwinkels, laat staan met een E- of een F-label. De labeling werkte daar zelfs zo goed, dat er nu een nieuw onderscheid is gemaakt. Je hebt nu A+ en A++-labels.”
“Bij auto’s zie je dat het eigenlijk nu pas begint te leven. Die kun je nu nog wel met een F-label kopen, maar in de loop van de tijd zul je steeds meer A- en B-labels gaan zien. Vergelijk het ook eens met de ketels: de gewone ketels werden VR-ketels, de VR-ketels werden HR-ketels en nu heb je alweer HR+-ketels en zelfs HR++-ketels. Bijna elke ketel is tegenwoordig wel HR.”
Hij denkt echter wel dat bij huizen een dergelijk effect pas over heel lange termijn zal gaan plaatsvinden. “Nu maakt een nieuw model CV-ketel of andere zuinige installatie volgens mij nog amper uit. We staan nog maar aan het begin van het kritische denken. Ik zou hier graag een heel enthousiast verhaal willen houden, maar helaas, het is niet anders.”

Zeewaterwarmtecentrale
Vestia wil als maatschappelijke organisatie een bijdrage leveren aan de terugdringing van het energieverbruik. Hoogvliet daarover: “Het gaat ons dus puur om ideële overwegingen en niet om financiële argumenten.”
Het was reden genoeg voor de woningbouwcorporatie om bijvoorbeeld een zeewaterwarmtecentrale neer te zetten in de Haagse wijk Duindorp. “Op zich zou het een onrendabele investering zijn geweest”, legt Hoogvliet uit. “Dan waren de nieuwe bewoners dus duurder uit geweest dan met gas. Ware het niet dat we er subsidie van de overheid voor hebben gekregen. Daarnaast hebben we de kopers de garantie gegeven dat ze voor de verwarming met zeewater niet meer betalen dan de gasprijs op dat moment.”
Hoe dan ook, de innovatieve ontwikkelingen in huizen zullen voorlopig nog wel even doorgaan. Dus zullen ze het milieu steeds meer gaan sparen en de energierekening omlaag brengen. Op termijn zullen ze bovendien de verkoopprijs van een woning alleen maar spekken. Maar ook hier geldt: geduld is een schone zaak. Schoon in alle opzichten wel te verstaan.

Winst en milieu gaan samen
Dave Lambrechts besloot dat het roer om moest: hij wilde ecologisch materiaal in zijn Amsterdamse herenhuis. Dus: douche-WTW, warmtepomp en strobalen als isolatie. Denk niet dat Lambrechts een geitenwollen sok is, de ‘kwaliteit en luxe’ vindt hij ook heel belangrijk. “Ik heb een vaatwasser, twee badkamers en een sauna. Toch is het economisch interessant: ik kon het allemaal voor een scherpe prijs inbouwen.”
Wel moet je andere keuzes maken dan traditionele bouwers, vindt hij. “Ze zijn te terughoudend. Als je te weinig thermische massa hebt, heeft een installatie als lage temperatuurverwarming weinig zin. Voor hetzelfde geld zijn veel grotere stappen mogelijk.”


[ < terug ]

aanverwante artikelen: