Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Help wandkunst opsporen
Help wandkunst opsporen

Help wandkunst opsporen


datum plaatsing

medium

Kunstbeeld

auteur

Sandra Jongenelen


Het Instituut Collectie Nederland (ICN) is samen met vier andere instellingen gestart met de actie Help wandkunst opsporen. Doel daarvan is deze kunst die in, op of aan gebouwen zit, opnieuw op de kaart te zetten. Het gaat veelal om monumentaal werk op niet-openbare plekken uit de wederopbouwperiode tussen 1945 en 1965. Denk daarbij aan wandschilderingen, tapijten, maar ook betonreliëfs en glas in beton.
Deze kunst is in feite vogelvrij, vertelde Frans van Burkom, adviseur van het ICN, vorig jaar bij de onthulling van het gerestaureerde Bloemen en Vogels in een voormalige school in Amsterdam. Die muurschildering van Aart Roos (1919) spat weer van de muren, maar stond op de nominatie gesloopt te worden. Bouwvakkers hadden er al leidingen en stopcontacten op getekend. Na protest van enkele prominente kunstenaars en politici besloot projectontwikkelaar Ymere het kunstwerk in de oude luister te herstellen.
Net als bij het werk van Roos zit veel wandkunst verankerd in muren van gebouwen uit de jaren vijftig en zestig. Nu deze panden niet langer aan de eisen van deze tijd voldoen, zijn ze rijp voor de sloop of toe aan een grondige renovatie. Dikwijls wordt een sloopvergunning afgegeven, zonder dat bekend is dat er bijzondere kunst in zit. Op die manier zijn een aanzienlijk aantal kunstwerken verdwenen, waaronder vroeg werk van Peter Struycken.
Rutger Morelissen, adviseur bij het ICN, noemt het verschil in waardering tussen monumentale kunst en kunst op een spijker opvallend. Een schilderij van Karel Appel is tegenwoordig miljoenen euro’s waard, terwijl een wandschildering van hem niet meer dan een ‘vervelende vlek op de muur’ is. Hij breekt een lans voor de wandkunst, maar ook voor de maatschappelijke context. ‘De periode van wederopbouw is voor Nederland een bijzondere tijd, waarin met hervonden elan de maatschappij werd vormgegeven.’ De huidige generatie architecten en projectontwikkelaars moet volgens hem bewust worden gemaakt van de waarde van het werk, zodat herplaatsing sexy wordt.
De eerste stap naar behoud en herwaardering is de landelijke inventarisatie, die gebeurt met behulp van de website www.helpwandkunstopsporen.nl. Daarop kan iedereen informatie toevoegen over wandkunst bij hem of haar in de buurt. Op de website www.wederopbouwkunst.nl staan onder andere gegevens van kunstenaars die actief waren op het gebied van de monumentale wandkunst. Onder hen Louis van Roode (1914-1964), die vond dat een kunstenaar al in de ontwerpfase van een gebouw moest samenwerken met een architect. Inmiddels zijn negentien van zijn wandkunstprojecten gelokaliseerd. De bekendste is de gevel – zeven meter breed en bij ruim vijftig meter hoog – van het Stationspostkantoor in Rotterdam met 22 verschillende glas-in-lood-ramen.
Zijn 84 meter lange werk in Vlissingen met zeedieren, onder andere in schervenmozaïek, wordt bedreigd. Tot halverwege dit jaar heeft het een beschermde status, maar wat er daarna mee gebeurt, is onbekend. Ook wordt zijn wandschildering in het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam bedreigd.
Meer duidelijkheid is er over Het ziekenhuisbed van Lex Horn (1916-1968), een drieluik uit het gesloopte Swammerdam Instituut in Amsterdam. Een deel daarvan is aangekocht door het Academisch Medisch Centrum en daar ook te zien. Voor de twee andere delen wordt nog een bestemming gezocht. Een andere succesvolle reddingsactie betrof Van ’t Hoff in zijn laboratorium van Dolf Henkes (1903-1989). Van ‘t Hoff was directeur van raffinaderij Nerefco, nu Texaco. In 1901 ontving hij de Nobelprijs, waardoor zijn portret dat Henkes halverwege de jaren vijftig op de muur van de bedrijfskantine maakte, ook cultuurhistorische waarde heeft. Bij de sloop van de raffinaderij werd het portret verwijderd en na restauratie in 2005 herplaatst in de Hogeschool van Rotterdam.
[ < terug ]

aanverwante artikelen: