Verhalen van de zee |
|
datum plaatsing |
21-jul-07 |
medium |
Gelderlander |
auteur |
Peter de Jaeger |
De zee herbergt talloze geheimen. Zeegoden als Neptunus, afzichtelijke reuzeninktvissen en mythische stormen spelen de hoofdrol in menige legende. Ook voor wetenschappers was de zee lange tijd een mysterieuze plek, vol onbekende dieren en stoffen. Waarom is de zee bijvoorbeeld zout en een rivier niet? En waarom loopt de zee nooit over? Dergelijke vragen worden inzichtelijk beantwoord in het boek ‘Geheimen van de zee’ door journalist Ruud Hisgen en bioloog Remi Laane. De aardbol zou eigenlijk waterbol moeten heten. Immers, er is veel meer water dan grond en de Stille Oceaan is dieper (11 km) dan de top van hoogste berg in de Himalaya (9 km). Er is 97 procent zout water en slechts drie procent zoet, waarvan het meeste onbereikbaar ligt opgeslagen in gletsjers en ijsbergen. De zoute zee was in het begin zoet, zo wordt aangenomen. Er zijn veel verhalen over de verzilting van de zee. Zo krijgt de zee als plas water een letterlijke betekenis in een Indiase mythe. De goeroe Agastya dronk de zee in één slok leeg. Hij wilde de mensen behoeden voor de demonen die zich erin verstoppen. De wijze nam de zoete zee in zijn hand en slikte het water als een druppel door. De demonen bleven hulpeloos achter op de droge zeebodem en konden worden vertrapt. Later plaatste de goeroe de zee weer terug door het water uit te plassen. Sindsdien is de zee zout. Sommige gelovigen consumeren daarom nog steeds geen zeezout, maar steenzout. “Maar goed dat ze niet weten dat dat ooit zeezout was”, merken de auteurs fijntjes op. Steenzout, zoals in de Poolse zoutmijnen, zit namelijk onder de grond op plekken waar ooit de zee stroomde. Omgekeerd zijn er nu zeeën waar vroeger land was. De Noordzee bijvoorbeeld ligt er pas 10 000 jaar. Voordien kon je van Nederland naar Engeland lopen en was de Theems een zijrivier van de Rijn. Op de uitgestrekte vlakte leefden allerlei dieren. Zo kan het zijn dat een visser een mammoetbot opvist uit de Noordzee. De Noren kennen het verhaal van Aegir, een oude grijze reus met lange nagels die leefde op de bodem van de zee met zijn vrouw en negen dochters. Als hij boos was kon hij het laten stormen. Om Aegir gunstig te stemmen offerde de kapitein voor de afvaart enkele bemanningsleden. De oceaan was zout geworden omdat er op de bodem een molen stond waarmee twee sterke slavinnen van Aegir voortdurend zout aan het malen waren. Dat onderzeese geweld is nog steeds te merken aan het wilde water bij Orkney boven Schotland. De maalstenen zorgen volgens de eilanders daar voor gevaarlijke draaikolken. Leonardo da Vinci ontrafelde als eerste het ware geheim van het zoute water. In den beginne was er alleen zoet water. Door de Franse zacht water genoemd en door de Engelsen vers of fris water genoemd. In dat pure water zijn zouten beland als gevolg van een schakel in de waterkringloop. Als regenwater op het land en de rotsen valt komen kleine hoeveelheden mineralen in het water terecht. Ze lossen erin op en stromen vanzelf via de rivieren uit in de zee. Als het zeewater verdampt blijven de zouten achter. Zo wordt de zee steeds een beetje zouter. Op plekken waar meer zeewater verdampt dan er wordt aangevoerd door de rivieren is de zee zouter. Daarom is bijvoorbeeld de Middellandse Zee zouter dan de Atlantische Oceaan. De zeemeermin -half mens,half vis- uit het sprookje van Hans Christian Andersen (half 19e eeuw) wordt door de schrijvers gezien als breekpunt van de omgang van de mens en de zee. Het is de overgang van een gevaarlijk monster (zoals de fatale sirenen in de Odysseus, die zeelieden verleiden en daarna doden) in een verleidelijke schone. De meermin wilde verder leven als warmbloedige vrouw onder de zon en niet langer als vis in het koude water. Een toverdrankje veranderde haar vissenstaart in twee benen, waarmee ze door het leven kon stappen met haar droomprins aan haar zijde. Met de jaren veranderde de zee van een angstaanjagend niemandsland in een attractieve bron met heilzame werking. Vanaf ongeveer 1750 kwamen welgestelden naar de zee om te kuren en de rust van het strandleven te ervaren. Aan de kust vergeet men de stinkende steden en vindt de eetlust en de slaap terug. Onderdompeling in de koude zee brengt een schok teweeg in het middenrif die zorgt voor een nieuw evenwicht. Het koude water zou ook goed zijn voor meisjes in de puberteit en beteugelde hun ontluikende hartstochten. Nymfomanen zien na een koude duik geen man meer staan. De kou zou ook werken op het zenuwstelsel en goed zijn voor mensen die geestelijk in de war zijn en hypochonders. Francis Bacon wist het al in de 17e eeuw: zeewater verwijdert bedorven vocht uit de klieren en verlengt de levensduur. Water als medicijn. Geheimen van de zoute zee door Ruud Hisgen en Remi Laane. Een uitgave van Veen Magazines, Diemen. Prijs € 17,50. ISBN 9085710375.[ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
