Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Stillere molens, dankzij de vleugels van de uil
Stillere molens, dankzij de vleugels van de uil

Stillere molens, dankzij de vleugels van de uil


datum plaatsing

27-jan-07

medium

Gelderlander

auteur

Peter de Jaeger


De rondzoevende wieken van windmolens zorgen voor geluidsoverlast. Door een bevestiging van borstels aan de achterkant wordt het lawaai gehalveerd. Een simpele oplossing, met dank aan de uil.

“Uilen blijken, beter dan andere roofvogels, hun prooi nagenoeg geruisloos te kunnen naderen in het aanvliegen. Het geruis wordt sterk verminderd door kleine donshaartjes aan de achterkant van hun vleugels. Dat bracht ons op een idee”, zegt Stefan Oerlemans van het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) te Marknesse.
De donshaartjes zijn vervangen door borstelharen. “Net als op de bezem waar je de stoep mee veegt”, zegt hij. Dit concept was al eerder bestudeerd voor vliegtuigvleugels. Vliegtuigen zorgen voor flink wat lawaai tijdens het opstijgen en landen. Vroeger kwam dat vooral door de motoren. Maar die zijn al een stuk stiller gemaakt. Het meeste geluid op de grond komt door de vliegtuigvleugels. Door wervels rond die vleugels ontstaat stromingsgeluid, dat flink kan oplopen. In windtunnels hebben we dat weten te verminderen door borstels”.
Nu is het idee ook, met succes, bestudeerd voor windturbines. Het luchtvaartlaboratorium is namelijk direct betrokken bij een groot Europees onderzoek dat streeft naar grootschalige toepassing van windenergie. “Nu gaan projecten met windmolens vaak niet door, vanwege de strenge geluidsnormen. Ook draaien de turbines ’s nachts vaak op halve toeren, om de buurtbewoners te ontzien. Dat is straks niet meer nodig, dankzij die borstels. Stillere molens kun je op vol vermogen laten draaien en dat levert meer energie”.
De onderzoekers begonnen echter met een andere insteek. Ze zochten het in een andere vorm van het rotorblad. De doorsnede is een langgerekte druppel. Door de kop wat minder rond te maken ontstaan er minder wervelingen en dus minder geluid. Tijdens die studie kwam men op het idee van de borstels, waar inmiddels een octrooi op is aangevraagd. Vanaf half dit jaar hoopt Oerlemans er de markt mee op te gaan. Het inventieve onderwerp is tevens genomineerd voor de Prijs van Wetenschap en Maatschappij.
“We concentreren ons nu op de borstels, omdat die toegepast kunnen worden op bestaande windmolens. Bijvoorbeeld molens aan de rand van een park of dicht bij bebouwing. Dat is een veel goedkopere oplossing, dan alle rotorbladen te vervangen door een blad met een iets andere vorm”.
“De borstels hoeven trouwens niet over de hele lengte te worden bevestigd. Na geluidsmetingen bij bestaande windmolens kwamen we erachter dat het geluid van windmolens alleen komt van het uiteinde van het blad, omdat die het snelst door de lucht zwaait. Daarom komen de borstels alleen over ongeveer een kwart van de lengte. Ook ontdekten we dat het geluid wat je hoort als je onder een molen staat ontstaat bij het rotorblad dat naar beneden draait. Daarbij kunnen snelheden van wel 250 kilometer per uur worden gehaald. Dat geeft een flink volume”.
Gemiddeld zijn de borstels tien centimeter lang en één millimeter dik. In de windtunnels worden verschillende materialen, dichtheden en flexibiliteit van de borstels onderzocht. Desgevraagd zegt Oerlemans dat de borstels geen energieverlies geven. “Uitgangspunt is dat we het geluid moeten verminderen met behoud van energie. De borstelharen lijnen zichzelf uit, omdat ze meebuigen met de wervelstroming en niet een soort hinderlijke achterklep vormen. Het aërodynamisch effect van de borstels is daarmee verwaarloosbaar klein”.
Ook voor de kosten hoeven fabrikanten het niet te laten. Een beetje windmolen kost al gauw een miljoen euro. “De borstels vallen daarbij in het niet”.
[ < terug ]

aanverwante artikelen: