Zonder plaatsnamen zijn we nergens |
|
datum plaatsing |
|
medium |
Gelderlander |
auteur |
Peter de Jaeger |
Zonder geografische namen waren we nergens. In de oudheid hadden we elkaar niet kunnen vertellen waar het beste gejaagd kan worden, of waar nuttige planten te vinden zijn. En in onze tijd konden we geen brieven versturen of een route uitstippelen naar een afgelegen oord. De vele landkaarten in de atlas bewijzen dat er maar weinig stukjes op onze aarde zijn die zonder naam door het leven moeten gaan. Naar schatting zijn er een miljard aardrijkskundige namen op een oppervlak van 147 miljoen vierkante kilometer. Dat zijn er bijna acht per vierkante kilometer! Riemer Reinsma heeft een alleraardigst boek geschreven over de herkomst van deze namen onder de titel Van hier tot Tokio. De hoofdredacteur van TaalActief beperkte zich niet tot Nederland maar heeft ook de toponomie van oude culturen bestudeerd. Het resultaat is een schat aan informatie, systematisch en zeer leesbaar op een rij gezet. De achtergrond van een plaatsnaam is soms een opvallend groot aantal. Zoals Foxham in Groningen, een plek waar ooit vele vossen ronddoolden. Omgekeerd verwijst een naam soms naar een uitzondering. Toen men in de pas drooggelegde Noordoostpolder bij het graven van een sloot een paardenskelet vond kreeg die plek de naam Paardetocht (tocht is sloot). Ook Otterloo (wordt al in 838 genoemd) op de Veluwe dankt zijn naam aan een incident. Een otter op de waterarme Veluwe zag je namelijk zelden. Opvallend is dat oudste namen kort zijn, vaak niet meer dan een lettergreep, zoals De Peel, Zeist, Best. Samengestelde namen ontstonden pas in de vroege Middeleeuwen. Voorbeelden zijn Oosterbeek: beek in het oosten, Winterswijk: vestigingsplaats van een persoon die Winter heette en Ermelo: groot woud. Namen voor objecten door de mens gemaakt, zoals bruggen en huizen, zijn jonger dan die voor rivieren, bergen en bossen. Het aantal rivieren wereldwijd dat kortweg Rivier heet loopt in de duizenden. Dicht bij huis betekent Rijn niets anders dan ‘stroom’. Eilanden heten soms gewoon eiland (Tonga), woestijn woestijn (Gobi) en berg berg (Kaukasus). Die naamgeving dateert uit een tijd dat men een kleine actieradius had. Heel oud zijn ook de namen waarmee de exacte locatie wordt omschreven. Zo betekent Poughkeepsie (in de staat New York) in Mohawktaal ‘een veilige, prettige haven voor kleine boten’. Bekendste voorbeeld is een dorp in Wales op het eiland Langsley, met de onuitsprekelijke naam Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwlllantysiliogogogoch. In vertaling betekent dit mondiale lengterecord: de kerk van Saint Mary in het dal van de witte hazelaar, dicht bij de snelle draaikolk van de rode grot van Saint Tysilio. Deze idioot lange naam is in de volksmond afgekort tot Llanfair P.G. Opmerkelijk verschil in oude naamsystemen is dat de Amerikaanse indianen weinig godennamen gebruikten, terwijl de Kelten (De Seine is genoemd naar de godin Sequana) en Germanen (Odense is afgeleid van Odin) dat juist volop deden. De indianen waren meer voorstander van een nauwkeurige aanduiding van de locatie, zoals ‘rivierdal achter de dennenbomen’. Pas veel recenter zijn de namen waarin de bezitters zijn verwerkt. Natuurvolken kennen geen privé eigendom. Bij de indianen en Maori’s kom je dus geen namen tegen van het type Roelofarendsveen. De ligging is een voorname reden voor een plaatsnaam. Grappig is dat de namen verraden dat de geografische kennis beperkt was. Zo betekent Chili letterlijk ‘einde van de wereld’. Maar ook de bewoners van het Russische schiereiland Jamal gaven hun woonoord dezelfde naam. Dat was in een tijd dat de aarde nog plat was en men niet verder kon reiken dan de horizon. Sommige trotse volken waren zagen hun leefgebied als het centrum van de wereld. Cuzco in Peru betekent navel en was de hoofdstad van het Incarijk. Ook de Romeinen zagen hun hoofdstad Rome als de wereldnavel. Evenals Jeruzalem in de bijbel. En de Polynesische naam voor Paaseiland betekent eveneens navel van de aarde. De naamgeving gebeurt soms door anderen. Zo kreeg Italie haar naam van de Oude Grieken. Het eerste wat de zeelieden zagen in de hiel van de laars was het volk de Vituli, dat door de Grieken werd uitgesproken als Witaloi en later verbasterd tot Italoi. Ander voorbeeld is Guinee in West-Afrika. Die naam is afkomstig van de Toearegs uit het noorden, een rondreizende ‘blanke’ nomadenstam. Zij onderscheidden zich van de bewoners ten zuiden van de Sahara door hen Aginawa of zwarten te noemen. Deze naam maakte in 1545 een sprong naar het verre oosten. Toen arriveerde de Spaanse ontdekkingsreiziger Ortiz Retes op een zeer groot eiland in de Stille Oceaan. De donkere huidskleur deed hem denken aan de negers in Afrika. Hij noemde het land Nieuw Guinea. De talloze naamverwijzingen zijn dankzij een index achterin makkelijk terug te zoeken. Deze klus dwingt veel respect af voor de taalkundige Reinsma. Een heerlijk boek. Van hier tot Tokio doro Riemer Reinsma is uitgebracht door SDU-uitgevers te Den Haag. Prijs € 19,95. ISBN 9012105641. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
