Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



IJzervretende planten reinigen vuile grond
IJzervretende planten reinigen vuile grond

IJzervretende planten reinigen vuile grond


datum plaatsing

14-okt-06

medium

Gelderlander

auteur

Peter de Jaeger


Sommige planten tieren welig op met zware metalen vervuilde grond. Voor grootschalige inzet tegen bodemvervuiling zijn de plantjes te klein. Maar via genetische manipulatie worden de eigenschappen van de ijzervreters overgebracht naar andere planten, zoals koolzaad.

Waarom kiezen voor dure ingrepen, zoals afgraven of chemisch reinigen, als de schoonmaak goedkoop en milieuvriendelijk kan door planten. Het idee is eenvoudig. Sommige planten kunnen metalen, als nikkel, cadmium en zelfs kwik, opslaan in hun weefsels. “Wanneer je op vervuilde bodem een veldje metaaleters plant, kun je ze na een tijdje oogsten. Zo halen ze na verloop van tijd, drie tot zes jaar, alle zware metalen uit de grond”, zegt Wilfried Ernst, hoogleraar Plantenecologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Voor dit principe is het begrip fytoremediatie bedacht door de Amerikaanse bioloog Ilya Raskin in 1994. Er zijn verschillende groene schoonmakers. Mosterdplanten halen nikkel, cadmium, chroom en seleen uit de grond. Schildzaadsoorten eten nikkel en zinkboerenkers lust graag zink. De veelbelovende techniek wordt echter weinig in de praktijk toegepast. Reden is dat de ijzervreters langzame groeiers zijn en erg weinig biomassa maken. “Daardoor duurt bodemreiniging met planten veel te lang”, zegt Ernst.
Daarom probeert zijn vakgroep sinds 2003 de gunstige eigenschappen over te zetten naar grote, snelgroeiende planten. Dat moeten kruisbloemigen zijn, net als de ijzervreters. De VU werkt voornamelijk met zinkboerenkers, maar ook met steenzaad en berkheya, een Australische heester. De onderzoekers proberen genen te vinden die verantwoordelijk zijn voor opslag van de metalen in de plant.
Bij zinkboerenkers is dat gedaan door een kruising te maken tussen een tolerante en een gevoelige variant. Bij de nakomelingen is gekeken welke eigenschappen van welke ouder overbleven. Op die manier zijn de genen gevonden die coderen voor opname van metalen in de bladeren, zegt onderzoekster Kerstin Richau. Het bijzondere van boerenkers is dat ze nikkel en cadmium opslaan in de bladeren en niet in de wortel. Deze plant heeft een mechanisme ontwikkeld dat voorkomt dat zware metalen schadelijk werk doen in de plantecel. De planten brengen de zware metalen naar vacuolen of luchtblaasjes, die door een membraan van de rest van de cel is afgescheiden.
Erg belangrijk is verder dat het opgenomen metaal niet terechtkomt in de zaden. “Dat is een natuurlijk verdedigingsmechanisme”, zegt Richau. “Een moeder wil immers haar eigen kinderen niet vergiftigen”.
Schoonmaak van weinig vervuilde bodems met planten is in stedelijk gebied te traag, denken de onderzoekers. Het is wel een uitkomst voor landelijke gebieden. Boeren en natuurbeheerders zijn gebaat bij een schone bodem en hebben geen haast. “Maar dan moeten we ze wel een gewas bieden waar ze iets mee kunnen verdienen”, zegt Richau. “Daarom is de keuze gevallen op koolzaad, een kruisbloemige die van nature ook metalen opneemt. Die kan in wisselbouw worden geteeld met andere gewassen”.
In een experiment in de Brabantse Kempen en op een bedrijfsterrein in Budel (zinkfabriek) zijn verschillende varianten koolzaad uitgeprobeerd. Gekeken is welke variant de meeste metalen opslorpt. Met die cultivars gaan de onderzoekers verder. Richau: ”Van nature haalt koolzaad wel iets uit de grond, maar dat is maar een fractie van dat waar zinkboerenkers toe in staat is. In Amerika heeft men zelfs geprobeerd het nietige plantje te kruisen met koolzaad. Maar de uitkomst was teleurstellend. Dat idee van natuurlijke veredeling heeft men laten varen. Genetische manipulatie is de enige optie”.
Koolzaad neemt weliswaar metalen op, maar bewaart die vooral in de wortels. De complete plant oogsten is lastig, zegt Richau. “We proberen daarom de koolzaadplant aan te zetten de metalen vast te houden in de stengel en de brede bladeren. Het zaad kan dan worden gebruikt voor biodiesel en de rest kan worden verbrand. Na opschoning van de overgebleven as kan het opgevangen nikkel en cadmium worden verkocht als grondstof aan de chemische industrie. Dan is het plaatje rond”.
[ < terug ]

aanverwante artikelen: