Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Proefdiervrij kan nooit
Proefdiervrij kan nooit

Proefdiervrij kan nooit


datum plaatsing

medium

Gelderlander

auteur

Peter de Jaeger


U kent wel die reclame. Iemand vraagt aan een voorbijganger die zijn  hond uitlaat of hij even een paar druppels in de ogen van het dier mag proberen. De eigenaar reageert of de ander gek is geworden. Deze campagne van Proefdiervrij Nederland zou graag willen dat wij ook zo opkomen voor alle proefdieren in ons land. Sympathieke actie, maar niet reëel. Dierproeven hebben nut en de wetenschap kan eenvoudig niet zonder.
De wetgeving over dierproeven in ons land staat ter discussie. Critici willen openbaarheid van alle onderzoeken waarbij dieren worden gebruikt. De onderzoekers zelf willen liefst niet alles in de openheid, ze zijn bang voor acties en juridische processen. Het debat is nog volop gaande en de minister heeft daarom de wetgeving even terzijde gelegd. De Stichting Bio-Wetenschappen en Maatschappij heeft een cahier uitgebracht om bij te dragen aan een betere discussie over de zin en onzin van dierproeven.
Het boekje geeft vooral een verhelderend inzicht in de noodzaak van dierproeven. Het Softenondrama was er bijvoorbeeld nooit geweest wanneer het middel eerst op dieren was uitgetest. Het kalmeringsmiddel thalidomide, beter bekend onder de handelsnaam  Softenon,  bleek ook prima te werken tegen misselijkheid bij zwangere brouwen. In 46 landen werd het Duitse middel eind jaren vijftig verkocht. Maar in 1959 deden er verhalen de ronde over geboorteafwijkingen, zoals handen en voeten die direct aan schouder of heupgewricht ontspruiten. In 1961 werd het middel uit de handel genomen. Thalidomide was destijds als volledig veilig aangeprezen voor moeder en kind, zonder dat het ooit op zwangere dieren was getest. Sinds het Softenonschandaal worden nieuwe geneesmiddelen standaard getest op vruchtbeschadiging bij dieren.
Uitbanning van de pokken (laatste geval in 1977 in Somalië) kon alleen door opoffering van tienduizenden kalveren. Mensen worden niet echt ziek van koepokken, maar ze leveren wel jarenlange immuniteit tegen echte pokken. Daarom zijn 150 jaar lang kalveren ingezet om vaccins te maken. Hun huid werd tussen rug en buik opengekrabd, daarin werd koepokvirus gesmeerd, dat zich in het kalf vermeerderde. Om andere infecties te voorkomen werden de beesten in een tuigje gehangen. Na een paar dagen werden de kalveren gedood en het vaccin geoogst. In 1980 was het pokkenvirus officieel de wereld uit, maar uit angst voor terroristische bio-aanslagen is deze brute  productie van het pokkenvaccin weer hervat. Ook in ons land.
Dierexperimenten hebben ook huid- en orgaantransplantaties mogelijk gemaakt. Vreemd weefsel wordt afgestoten door het lichaam. Middelen die afstoting tegengaan, zoals antilymfocytenserum, worden gemaakt door konijnen of paarden te vaccineren met menselijke witte bloedcellen. Het geoogste serum is altijd anders en wordt daarom altijd eerst getest bij resusapen, die genetisch dicht bij de mens staan. Geen gezond nadenkend mens leent zich hiervoor.
Dierproeven zijn van alle tijden. Al in 500 voor Christus sneed een Griekse arts uit Croton een oog uit de kop van een dier en ontdekte zo de oogzenuw. Door snijden in dode, maar ook levende dieren, is veel over de werking van het lichaam ontdekt. Tot in de 19e eeuw  had men weinig oog voor het grove leed dat dieren in naam der wetenschap werd aangedaan. Opereren bij mensen ging immers ook altijd gepaard met veel pijn en bloed en dieren hadden geen gevoel, dacht men. Dierexperimenten werden zelfs uitgevoerd voor leken als infotainment, zoals wij nu naar proefjes kijken in een populair wetenschappelijk tv programma. Engeland kwam als eerste met een wet tegen dierenmishandeling in 1876. Deze wet schreef gebruik van narcose en pijnstillers voor, gebood registratie van proefdieren en bond dierproeven aan vergunningen. In Nederland kwam de Wet op de Dierproeven pas in 1977.
In deze wet staan de drie V’s centraal: Vervangen, Verminderen en Verfijnen. In de laatste tien jaar is veel bereikt. Voor zwangerschapstesten zijn onvolwassen muizen vervangen door een chemische test. Voor de diagnose van tbc zijn geen cavia’s meer nodig. Dat gebeurt door een kettingreactie in een verbeterde  voedingsbodem. De test op koortsverwekkende stoffen in geneesmiddelen gebeurt niet meer op konijnen maar met degenkrabbloed. Weefselkweek maakt veel dierproeven overbodig.
In ons land daalde het aantal proefdieren de afgelopen 25 jaar met de helft. Nu zijn er nog 600 000 proefdieren. Sommige testen, zoals de oogirritatietest bij konijnen hebben nog steeds geen goed alternatief. Wel wordt het dier tegenwoordig pas in laatste instantie gebruikt, wanneer men de cosmetische stoffen in de voorrondes heeft getest op veiligheid in de reageerbuis. Algemene trend is dat het diergebruik opschuift  naar latere fasen van het onderzoek. De dierproef blijft in de meeste gevallen de gouden standaard.
Overigens, verdere daling van het aantal proefdieren is al in 1995 tot stilstand gekomen en zou nu zelfs wel eens kunnen omslaan in een stijging. Reden zijn de toenemende experimenten met transgene dieren. Daarnaast verplichten wettelijke regels in Europa de komende jaren alle chemische stoffen die al lang in gebruik zijn alsnog te testen bij proefdieren op giftigheid. Dat gaat om tienduizenden stoffen en miljoenen extra proefdieren.

“Dieren in dienst” is te bestellen voor € 6,- bij de Stichting Bio-Wetenschappen en Maatschappij. Telefoon: 070-3440781 of  e-mail: bwm@nwo.nl.
[ < terug ]

aanverwante artikelen: