Een paardentand staat nooit stil |
|
datum plaatsing |
8-apr-06 |
medium |
BN/De Stem |
auteur |
Peter de Jaeger |
“Een paardentand staat nooit stil” Sinds vorige week wordt in Wageningen onderzoek gedaan naar paarden. Bewegingen worden met video vastgelegd om rijtechnieken te verbeteren en blessures te voorkomen. Ook wordt gekeken naar het effect van voeding op het gedrag in de wei. Vijf paardenboxen en een buitenbak telt de kleine, maar hoogwaardige onderzoeksfaciliteit. “Studie naar sport- en recreatiepaarden past in de verbreding aan Wageningen Universiteit van de aandacht voor het dier. Ging het vroeger alleen om productiedieren, nu is er ook veel belangstelling voor het gezelschapsdier, zowel in het onderzoek als in het onderwijs”, zegt Kees Spoor van de leerstoelgroep Experimentele dierkunde. Spoor is technisch natuurkundige en houdt zich bezig met de belasting van de dieren. “Veel paarden hebben last van kreupelheid, onder meer door verkeerde belasting en rijstijl.” In de paardenbak wordt het effect van de ruiter, van de rijtechniek, van de bodemsoort en van het type hoefijzers onderzocht. Dat gebeurt met high-tech meetapparatuur. Op de benen van het paard zijn retrobolletjes geplakt, die weerkaatsen het licht. “Net zoals een verkeersbord of kentekenplaat op de auto”, verduidelijkt Spoor. “We hebben helaas nog geen lopende band, dat is voorlopig te duur. Tot nu toe laten we het paard rondjes lopen in een bak. Twee vaste camera’s leggen automatisch de beweging vast op het moment van passeren.. Dat is dus maar een klein stukje van de beweging. Maar door de positie van de bolletjes te meten in de ruimte via beeldanalyse en wat rekenwerk kan precies worden bepaald hoe het paard beweegt. Dat alles is bedoeld om de rijstijl te verbeteren, met het oog op het welzijn van het paard”. Spoor en zijn collega’s doen ook krachtmetingen onder de hoeven van vrijlopende dieren en drukmeting onder het zadel. “Het is een misverstand dat de meeste blessures zouden ontstaan bij renpaarden of bij dressuur. Als je een manegehouder vraagt waar de schoen wringt dan noemt hij altijd kreupele paarden. Wij proberen te achterhalen hoe dat is te voorkomen”. De onderzoekers hopen op die manier ook meer inzicht te krijgen in het probleem van osteochondrose. Deze kraakbeenaandoening in de gewrichten van jonge paarden komt door een stoornis in het verbeningsproces. “Bot is in eerste aanleg kraakbeen. Vanuit het centrum ontstaan verbeningskernen. Vlakbij het gewrichtskraakbeen moet die verbening ver genoeg doorgaan om een dun laagje kraakbeen over te houden in de gewrichten. Bij osteochondrose stopt de verbening te vroeg en blijft het gewrichtskraakbeen te dik, kan afbrokkelen en in het gewricht terechtkomen. Dat is vervelend voor het dier. Afhankelijk van de mechanische belasting kan dat probleem blijven bestaan of verdwijnen.” Dit onderdeel van het onderzoek gebeurt in het lab. Stukjes levend kraakbeen worden mechanisch belast om te kijken wat de gevolgen zijn voor de kraakbeencellen. Die cellen maken namelijk onder invloed van belasting meer of minder collageenvezels, die op hun beurt de boel bij mekaar houden en de sterkte van het kraakbeen bepalen. De faciliteit wordt ook gebruikt door de leerstoelgroep Diervoeding. Met markeerstoffen wordt de passagesnelheid van het voer door het paardenlichaam van mond tot kont gevolgd. “Dat is van belang om een goed beeld te krijgen van de spijsvertering in het maagdarmkanaal”, zegt Marianne Bruining. Zwaarlijvigheid is een voedingsprobleem. Veel paarden zijn te dik, stoten bij elke stap hun knieën tegen de buik en hebben last van hun eigen lichaam. Dat komt door onbeperkt eten, aldus Bruining. “Een paardentand is altijd in beweging. Als er in de wei genoeg gras staat dan blijven de dieren eten. Paarden kunnen worden beperkt in hun voeropname door ze maar een paar uren per dag in de wei te laten of in een wei met weinig gras”. Het eten van veel krachtvoer lijkt gekoppeld aan maagzweren, een ander veel voorkomend probleem in de paardenstal. Vooral bij renpaarden, die hoog moeten presteren en dus veel krachtvoer in de trog krijgen, komen veel maagzweren voor. Een paard maakt continu zoutzuur aan, ook als die niet eet. Dat zuur belast bij beweging vooral de hogere delen van de maag, bij de slokdarm, waardoor maagzweren kunnen ontstaan. Speeksel neutraliseert het zoutzuur in de maag. Bruining: “Een paard maakt echter alleen speeksel bij het eten van ruwvoer, zoals gras en hooi, waar een paard goed op moet kauwen. Op krachtvoer hoeft het paard nauwelijks te kauwen. De bufferende werking van het speeksel ontbreekt dus bij krachtvoer”. Een krachtvoerdieet heeft ook invloed op het gedrag in de wei, denken de onderzoekers. Dieren met alleen krachtvoer kunnen drukker zijn, omdat ze teveel energie binnen krijgen dat ze kwijt moeten”. Er wordt ook gezocht naar een verband tussen voeding en maneneczeem. Dat eczeem is een allergische reactie op het speeksel van een mugje dat de dieren in de wei belaagt. Er zijn voederfabrikanten die beweren dat ze een product op de markt hebben dat het probleem teniet doet. Maar bewezen is dat nog steeds niet. Wel is bekend dat paarden op beschutte plekken het meeste last hebben van de jeuk veroorzakende eczeem. “In winderige steken in het noorden en langs de kust waait het vliegje gewoon weg en krijgt geen kans toe te slaan”.[ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
