Nederland is weer een echt kikkerland geworden |
|
datum plaatsing |
10-dec-05 |
medium |
PZC |
auteur |
Peter de Jaeger |
Nederland is weer kikkerland. Het gaat goed met de kikkers en padden in ons land. Er springen er weer meer van rond, terwijl in omringende landen en wereldwijd juist minder wordt gekwaakt. Vorige week kwam het Centraal Bureau voor de Statistiek met het goede nieuws. Uit de jaarlijkse tellingen sinds 1997, in opdracht van het ministerie van landbouw en natuurbeheer, blijkt een toename van het aantal amfibieën met vier tot zes procent per jaar. Gerard Smit van Stichting Reptielen, Amfibieën en Vissen Onderzoek Nederland (RAVON) coördineert de inventarisatie door ruim tweehonderd fanatieke vrijwilligers. “De stijging is een gevolg van het gevoerde regionale natuurbeleid, met de nadruk op waterplaatsen”, zegt Smit. “Sinds de jaren negentig zijn er door provincies honderden poelen aangelegd en kregen nieuwe aangelegde natuurgebieden een moerasachtig karakter”. “Na de oorlog zijn veel poelen en drinkputten voor vee verdwenen door schaalvergroting in de landbouw. Ook is veel weiland omgezet in maïsakker, waardoor nog meer water verdween. Pas vanaf de jaren tachtig kreeg men in de gaten dat dit funest is voor amfibieën. Toen werden er beschermingsplannen opgesteld”. En die bemoeienis heeft zijn vruchten afgeworpen. De boomkikkers, die in Twente, Zeeuws-Vlaanderen en de Achterhoek zitten, profiteren het meest van de zorg van natuurbeheerders. Binnen zeven jaar tijd is hun populatie verviervoudigd. Vooral in de Achterhoek groeit hun aantal explosief. Smit: “Deze gevoelige kikker, die van schaduw houdt, kwam eerst voor in gebieden van enkele vierkante kilometers, nu zijn dat blokken van tientallen vierkante kilometers. En de verspreiding gaat rap verder”. De algemeen voorkomende bruine en groene kikkers hebben vooral de vruchten geplukt van schoner oppervlaktewater. Deze amfibieën leven overal in het land langs de waterkant en zijn gebaat bij schoon slootwater. Vanwege hun flinterdunne huid zijn ze zeer gevoelig voor watervervuiling. “Het milieubeleid wordt steeds strenger. Bestrijdingsmiddelen worden minder geloosd, evenals fosfaten uit wasmiddelen en kunstmest. De slootkwaliteit verbetert. Bovendien wordt het afvalwater steeds beter gezuiverd. Hierdoor nemen de aantallen bruine en groene en kikkers jaarlijks met zes en vier procent toe.” Nederland telt tevens meer padden. Het aantal gewone padden groeit sinds 1997 met 3,5 procent per jaar. Ook de ernstig bedreigde geelbuikvuurpad klimt uit een dal. Deze pad komt alleen nog voor in een handjevol Limburgse zandsteengroeven en was zo goed als uitgestorven. Door gerichte acties van lokale vrijwilligers gaat het sinds een paar jaar weer goed en de pad lijkt zich zelfs op meer plekken te vestigen. Smit: “Vroeger kwam de soort voor in tijdelijke waters, zoals ondergelopen karrensporen. Die zijn er natuurlijk niet meer. Dergelijke situaties worden nu met succes nagemaakt. Maar door hun geringe aantal en het beperkt aantal locaties blijft deze soort erg kwetsbaar”. Het is niet allemaal halleluja in kikkerland. De poelkikker of kleine groene kikker, die van voedselarm, schoon water houdt, daalt in aantal. En de heikikker blijft stabiel. Ook de knoflookpad heeft het moeilijk en is op veel plaatsen verdwenen. Hoe het gaat met de zeldzame vroedmeester- en rugstreeppad is moeilijk te zeggen, omdat die zich moeilijk laten zien en er weinig cijfers over bekend zijn, aldus Smit. Dat geldt ook voor de meeste salamanders. De verwachting is dat die meeliftten op het succes van de kikkers, maar dat is lastig te onderbouwen. Salamanders zijn namelijk moeilijker te tellen, je hoort ze niet kwaken zoals kikkers en ze zitten verstopt in het water tussen de vegetatie. Veel soorten worden pas ’s nachts actief. “Dat is niet de periode dat je de meeste vrijwilligers op de been krijgt”, weet Smit. De kentering in Nederland staat haaks op de mondiale afname van amfibieën. Een derde van alle bekende soorten (5743) staat op uitsterven, terwijl bij veertig procent de populaties krimpen, aldus een artikel in Science. De situatie in Nederland wordt nog verder verbeterd, door de aanleg van nieuwe moerassen. Vooral langs de uiterwaarden van de grote rivieren vindt natte natuurontwikkeling plaats waarvan gangbare amfibiesoorten profiteren. Kleinschaliger projecten zijn aan de gang langs de Lek en de Nederrijn. De provincie Flevoland is ook actief door de Oostvaardersplassen te verbinden met de Noorderplassen door een natte groenstrook. “Leefgebieden worden ook aan elkaar gekoppeld door faunapassages, zoals dassentunnels. Hierdoor kunnen amfibieën veilig wegen kruisen”, aldus Smit. “Provincies en Rijkswaterstaat trekken steeds meer geld uit voor dergelijke voorzieningen om versnippering op te heffen en kleine natuurgebieden met elkaar te verbinden”.[ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
