Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Modder koestert geschiedenis klimaat
Modder koestert geschiedenis klimaat

Modder koestert geschiedenis klimaat


datum plaatsing

jul-06

medium

PZC

auteur

Peter de Jaeger


Archief in de modder.

Modder uit sloten en plassen is een natuurlijk archief. Onderzoekers lezen uit deze ‘bibliotheek’ hoe het milieu en het klimaat in het verleden waren. Bagger verdient daarom een beschermde status. Probleem is dat bagger niet sexy is.

“Nederland ligt onder een deken van gifstoffen, zoals zware metalen. Daarom kun je via bodemanalyse niet meer nauwkeurig achterhalen wat er in het verleden is gebeurd. Ongestoorde bodems van meren en plassen zijn bij uitstek geschikt om de geschiedenis te leren kennen”. Dat zegt Bertil van Os van TNO in Utrecht.
Ongestoorde wateren zijn evenwel schaars en liggen hier en daar  langs snelwegen en spoorlijnen. Ook zijn er nog wat meertjes te vinden bij oude forten en verdediginglinies en –uiteraard- in natuurgebieden. “Maar de meeste zijn verdwenen door natuurbeheer en onderhoudswerk”, zegt bioloog Van Os. “Dat is jammer want daarmee is ook een schat aan informatie verloren”.
Wat kun je er dan zoal uit aflezen, uit die bagger? “Het is mogelijk om het klimaat en milieu tot duizenden jaren terug te reconstrueren. Bagger is namelijk niets anders dan resten van organische bestanddelen en deeltjes uit de lucht die door het water naar de bodem zakken. Die bodemafzetting of sediment wordt elk jaar dikker. Door nu van ieder laagje de ouderdom te bepalen en te onderzoeken welke planten en dierenresten erin zitten, wordt beetje bij beetje de geschiedenis ontrafeld"”
De onderzoekers hebben in de loop der jaren verschillende bio-indicatoren gevonden. Resten van dansmuggen blijken bijvoorbeeld geschikt om de zomertemperatuur in de oudheid te achterhalen. Bepaalde soorten gedijen alleen bij koud weer en andere alleen bij een warm klimaat. Zo is achterhaald dat de gemiddelde zomertemperatuur aan het eind van de laatste ijstijd, circa 12 000 jaar terug, 10 graden Celsius was.
De temperatuur is ook af te leiden uit neergeslagen  kalkalgen in het slib. Door in die beestjes  de verhouding te meten tussen gewone en zware zuurstofatomen ontstaat een maat voor de watertemperatuur. En daaruit is vervolgens  het verloop van de buitentemperatuur af te leiden.
Door de huidmondjes in afgevallen bladeren te tellen ontstaat inzicht in de hoeveelheid koolzuurdioxide in de lucht van dat moment. Hoe meer koolzuurgas, hoe minder huidmondjes een plant nodig heeft. Een plant haalt namelijk koolstof uit de lucht via haar huidmondjes. Door verbranding van fossiele grondstoffen is er sinds eind 19e eeuw steeds meer CO2 in de lucht gekomen en daalde het aantal huidmondjes.
Pollenonderzoek leert ons over de meer recente ontwikkeling van het milieu. “Nederlandse boeren zijn vanaf 1980 massaal maïs gaan telen. Dat geeft een specifieke piek in maïspollen. Als je dat vindt weet je dat die diepte hoort bij dat jaartal. Vervolgens kun je net als met jaarringen van een boom gaan aftellen. Dan weet je ook in welk jaar hoeveel van een bepaald zwaar metaal of andere gifstof in de bodem is terechtgekomen”.
Andere piek levert de Tsjernobyltijd. De pollen uit die tijd (1986)  zijn rijk aan Cesium 137. “Zo weten we precies hou oud het sediment is op een bepaalde diepte.”
Aan de hand van dergelijke tijdsindicaties wordt op dit moment de Maas onder de loep genomen door TNO. De waterbodems van afgesloten meanders van deze rivier worden intensief bekeken. “We kunnen zien wanneer de uiterwaarden voor het eerst zijn volgelopen, bij welke temperatuur en andere klimaatsomstandigheden. Ook kunnen we de invloed zien van de ontbossing, die plaats vond  voor de middeleeuwen,  op het transport van het sediment door de rivier. Dat is van belang om te weten hoeveel de dijken straks opgehoogd moeten worden om geen natte voeten te krijgen”.
Het verleden leert ons hoe we de toekomst tegemoet moeten treden. Daarom pleiten onderzoekers als Van Os voor een beschermde status van bagger via een soort verdrag van Malta dat is ingesteld voor archeologisch erfgoed.  Ook zou het volgens hem wenselijk  zijn als de intacte meren en plassen worden beheerd door één instantie. Nu is het beheer verdeeld over natuurorganisaties, gemeenten,  provincies en waterschappen. “Trend is om slib weg te halen om de kwaliteit van het oppervlaktewater te verbeteren. Maar door te baggeren worden juist veel gifstoffen uit de bodem losgewoeld en komen  terecht in het water. Vaak kun je het slib daarom beter met rust laten. Tegelijk verlies je door te baggeren je  historisch archief en moet je voor onderzoek uitwijken naar andere oorden, zoals de Noordpool. Maar ja, er is meer aandacht in de media voor een expeditie naar Groenland waar een ijskern op drie kilometer diepte naar boven wordt gehaald. Dat is sexier dan met een schepnetje wat bagger uit de Hollandse sloot omhoog hijsen”.
[ < terug ]

aanverwante artikelen: