Opgezadeld met de mens |
|
datum plaatsing |
jul/aug-06 |
medium |
EOS |
auteur |
Peter de Jaeger |
Een paard is nooit symmetrisch. Hierdoor worden links en rechts niet gelijk belast en kunnen blessures ontstaan. Bedenkers van verschillende rijstijlen beweren dat probleem op te lossen of te voorkomen. Maar de uitwerking van hun aanpak is nooit objectief gemeten. “Wij willen een academisch centrum worden voor paardenonderzoek met preventieve gezondheidszorg als voornaamste doel”, zegt Johan van Leeuwen, hoogleraar experimentele zoölogie aan de Wageningen Universiteit. Dit voorjaar werd een kleine, maar hoogwaardige paardenfaciliteit geopend op de Ossenkampen, een proefboerderij in Wageningen, waar destijds de melkrobot is ontwikkeld. Voorlopig werken de paardenonderzoekers met vijf paarden; een Fries en vier Nederlandse warmbloedpaarden. Voor metingen bij grotere populaties wijken ze uit naar een manege in Deurne. Ook zijn er banden met Utrecht, waar de faculteit Diergeneeskunde al veel langer studie doet naar paarden. “Hier in Wageningen zijn we gestart vanuit het onderwijs. Er is een verbreding in de dierwetenschappen van productiedieren als kippen, varkens en koeien naar gezelschapsdieren, als honden, katten en paarden. Daar trekken we veel nieuwe studenten mee”, zegt Van Leeuwen. Logisch dat zo vlak na de start nog geen grootse resultaten van het onderzoek zijn te melden, maar de hoogleraar en zijn medewerkers vertellen enthousiast over wat ze willen. “Er leven in de paardenwereld allerlei ideeën over hoe je het beste met de dieren moet omgaan. Vaak gebruikt men termen die niet wetenschappelijk zijn. Wij willen daarom een vertaalslag maken naar de academische wereld en de beste rijtechniek eruit halen. Dat valt niet mee”. Zo wordt een spraakmakende methode gedoceerd door de Vlaamse rij-instructeur Antoine de Bodt in Aspelare, onder Gent. “Frappant is wat De Bodt laat zien. Hij kan een mank paard binnen een kwartier tot een half uur een stuk beter laten lopen door de manier waarop de ruiter het dier aanstuurt. Wij willen weten hoe dat precies zit”. Dat is het terrein van de biomechanica. Medewerker Kees Spoor is technisch natuurkundige en houdt zich bezig met krachten op en belasting van de dieren. “Kreupelheid ontstaat door verkeerde belasting en rijstijl”, weet hij. In de paardenbak wordt het effect van de ruiter, van de rijtechniek, van de bodemsoort en van het type hoefijzers onderzocht. Dat gebeurt met high tech meetapparatuur. Op de benen van het paard zijn reflecterende bolletjes geplakt, die het licht weerkaatsen. “Net als een verkeersbord of kentekenplaat op de auto”, verduidelijkt de onderzoeker. Hij laat de paarden rondjes lopen. Drie of meer camera’s leggen automatisch de beweging vast op het moment van passeren. Die momentopnames verraden slechts een klein stukje van de beweging. Maar door de positie van de bolletjes te meten in de ruimte via beeldanalyse en rekenwerk kan precies worden bepaald hoe het paard beweegt. Op die manier is het effect van de verschillende rijstijlen zichtbaar te maken en objectief vergelijkbaar. Samen met TNO in Eindhoven is de leerstoelgroep bezig met een andere manier om de krachtenverdeling en belasting te meten. “Dat systeem is bedacht voor schaatsers en willen wij nu gebruiken voor sport- en recreatiepaarden”, zegt Spoor. Het zijn kastjes met sensoren die om de gewrichten worden aangebracht. Hierin worden magnetische impulsen weerkaatst door de botten en geregistreerd door de computer. Dat levert fraaie grafieken, waaruit is af te leiden hoe het paard zijn of haar benen neerzet. De biomechanische deelonderzoeken worden steeds gedaan met een gezadelde ruiter. In het verleden werd alleen gekeken naar de beweging van het paard, bijvoorbeeld op een lopende band. “Door de ruiter erbij te betrekken wordt de werkelijkheid beter benaderd. Maar tegelijk heb je wel met twee levende wezens te maken met elk hun eigen variatie. Dat is een stuk lastiger vast te leggen in patronen”, zegt dierenarts Patricia de Cocq. Zij doet promotieonderzoek naar het effect van zadels op het paard. Bij haar afstuderen in Utrecht deed ze dat door een gewicht van 75 kilo, wat een gemiddelde ruiter weegt, op het zadel te zetten. Nu werkt ze met levende ruiters. “Een zadel en buikriem kan de performance van een paard verminderen. Met name in de dressuur is beweging van het paard synoniem voor geleverde prestatie. Een verkeerd bewegingspatroon kan op den duur leiden tot blessures”, zegt De Cocq. In haar pilot studie vond ze inderdaad een effect van het zadelgewicht op het paard bij stap en draf. De strekking van de rug was gedurende de hele beweging toegenomen, wat kan leiden tot weefselschade, en de retractie (belasting) van de voorbenen nam toe. Bij korte galop was het effect op de rug groter, maar was er geen noemenswaardig gevolg van het zadel met gewicht voor de beweging van de benen. Het soort zadel is belangrijk. Wat een goede schoen is voor een hardloper, is een goed zadel voor een paard. In haar vooronderzoek, gedaan in Utrecht, werkte ze samen met een zadelpasser. Deze gaat ervan uit, net als Antoine de Bodt, dat paarden niet symmetrisch zijn, maar een kromme rug hebben. Ook is de ene kant lager dan de andere. “Als je daar een symmetrisch zadel op legt dan glijdt dat als een huis op een helling naar één kant en worden de benen ongelijkmatig belast. Dat euvel is op te vangen met extra vulling van de kussens aan de holle kant. Hierdoor ontstaat een andere drukverdeling onder het zadel. Of dat ook beter is voor het paard, zal door aanvullend onderzoek moeten worden aangetoond”. Foutieve belasting door zadels werkt door op de hoeven. Paardenhoeven zijn beslist geen spiegelbeeld van elkaar, maar duidelijk afwijkend. Dat heeft gevolgen voor de houding van het paard. Je ziet paarden in de wei die altijd met links voor staan, andere weer met rechts. Die voorkeur leidt tot verschillende belasting op die hoeven. En de hoefvorm en –groei reageert weer op die belasting. In Wageningen wordt gekeken hoe dat zit. Een hoef is niets anders dan een nagel, doceert Van Leeuwen. Het mooie van die vezelstructuur is dat het licht materiaal is. Mocht er een scheurtje in ontstaan dan wordt dat meteen tot stilstand gebracht door dat weefsel. Daarom kan men paarden ook zonder problemen beslaan met hoefijzers. Er is trouwens een discussie gaande in de paardenwereld of je een paard wel moet beslaan. De hoef is immers een prima schokopvanger. Als de hoef neerkomt wordt die aan de achterkant breder, waardoor je niet direct de schok op de botten krijgt. Daarom zijn hoefijzers aan de achterkant ook altijd open. “Maar als het mis gaat, gaat het goed mis”, zegt van Leeuwen. Een van de problemen door overbelasting is hoefkatrolontsteking. Onderin de hoef zit een botje dat werkt als een katrol. Dat botje zorgt ervoor dat een pees onder een bepaalde hoek aanhecht op het hoefbeen, waardoor het spier-pees-skelet systeem effectiever werkt. “Afwijkingen in de hoefkatrol kunnen erfelijk zijn bepaald, maar komen vooral door overbelasting. Door het dier symmetrisch te laten lopen kan de kans op blessure worden verkleind.” Een andere vaak voorkomende aandoening is osteochondrose. Dit probleem in de gewrichten van jonge paarden komt door een stoornis in het verbeningsproces. Bot is in eerste aanleg kraakbeen. Vanuit het centrum ontstaan verbeningskernen. Vlakbij het gewrichtskraakbeen moet die verbening ver genoeg doorgaan om een dun laagje kraakbeen over te houden in de gewrichten. Bij osteochondrose stopt die verbening te vroeg en blijft het gewrichtskraakbeen te dik, kan afbrokkelen en in het gewricht terecht komen . Dat is pijnlijk voor het dier. Afhankelijk van de mechanische belasting blijft het probleem of verdwijnt het. Van Leeuwen: “Bij een jong paard groeit het kraakbeen het eerste levensjaar aardig door. Is het drie jaar oud dan is die groei over. Dus als je schade hebt kan het niet meer vanzelf herstellen. Daarom is het erg belangrijk om na de geboorte de juiste belasting te krijgen. Een hele dag op stal is niet goed, maar als het veulen het eerste jaar teveel wordt belast is ook niet goed.” Dit onderzoeksdeel gebeurt in het laboratorium. Stukjes levend kraakbeen worden mechanisch belast om te kijken wat de gevolgen zijn voor de kraakbeencellen. Die cellen maken namelijk onder invloed van belasting meer of minder collageenvezels, die de boel bij elkaar houden en de sterkte van het kraakbeen bepalen. “Osteochondrose is een kostbare zaak. Zieke dieren, die te oud zijn voor herstel, moeten namelijk worden afgemaakt omdat de aandoening te pijnlijk is. Wij helpen zoeken naar de juiste belasting en het beste moment waarop daarmee kan worden begonnen. Er is een tendens onder paardenliefhebbers om een paard te vroeg op te zadelen met een ruiter. Veel eigenaren willen zo snel mogelijk aan de slag met zijn paard. Maar dat is niet verstandig”. De ultramoderne paardenfaciliteit wordt ook gebruikt door de leerstoelgroep Diervoeding. Met markeerstoffen wordt de passagesnelheid van het voer door het paardenlichaam gevolgd van mond tot kont. “Dat is van belang om een goed beeld te krijgen van de spijsvertering in het maagdarmkanaal”, zegt onderzoekster Marianne Bruining. In de paardenwereld is men gewend aan krachtvoer en dekt men dat paarden niet meer zonder kunnen. Maar de Wageningers denken dat hobbypaarden geen krachtvoer nodig hebben. Een paard is een echte graseter. Zwaarlijvigheid is een serieus probleem. Veel paarden zijn te dik, stoten bij elke stap hun knieën tegen de buik en hebben last van hun eigen lichaam. “Een paardentand staat nooit stil”, zegt Bruining. “Als er in de wei genoeg gras staat dan blijven de dieren eten. Paarden kunnen worden beperkt in hun voeropname door ze maar een paar uren per dag in de wei te laten of in een wei met weinig gras”. Aan de andere kant staat de maag vaak droog van paarden die lang op stal staan op een menu van hoogwaardig krachtvoer. Het eten van veel krachtvoer lijkt gekoppeld aan maagzweren en koliek, een ander veel voorkomend probleem in de paardenstal. Een paard maakt continu zoutzuur aan in de maag, ook als die niet eet. Dat zuur belast bij beweging vooral de hogere delen van de maag, bij de slokdarm, waardoor maagzweren kunnen ontstaan. Speeksel neutraliseert het zoutzuur. Bruining: “Een paard maakt echter alleen speeksel bij het eten van ruwvoer, zoals gras en hooi, waar een paard goed op moet kauwen. Op krachtvoer hoeft het dier nauwelijks te kauwen. De bufferende werking van het speeksel ontbreekt dus bij krachtvoer”. Vooral bij renpaarden, die hoog moeten presteren en dus veel krachtvoer in de trog krijgen, komen veel maagzweren voor. Ook vertonen paarden met een krachtvoerdieet vaak abnormaal stereotiep gedrag zoals het bijten in stangen of in hout. Bruining: “In een proefopzet kijken we naar het effect van krachtvoer op het gedrag in de wei. Een groep dieren krijgt naast gras en hooi geen krachtvoer, de andere groep wel. Dieren die veel krachtvoer krijgen kunnen drukker en onrustiger zijn en misschien ook meer stereotiep gedrag vertonen, omdat ze teveel energie binnen krijgen dat ze kwijt moeten”. Het is de bedoeling dat straks ook gekeken wordt naar inspanningsfysiologie van paarden. Hierbij wordt het zuurstofverbruik gemeten tijdens inspanningen, zoals draven. Het zuurstofverbruik is een indicator van het energieverbruik en het uithoudingsvermogen. “Dan kun je de grenzen bestuderen. Dat is vooral interessant voor racepaarden die over ene lange afstand zo hard mogelijk moeten blijven rennen. Die grenzen van prestaties kun je vervolgens oprekken via fokkerij en voeding”. Krachtvoeding speelt ook een rol bij het ontstaan van hoefproblemen, vermoeden de onderzoekers. Door te weinig ruwvoer in het maagdarmstelsel raakt de bacteriesamenstelling in de darmen uit balans. Bepaalde gifstoffen komen vrij en die zorgen ervoor dat bloedvaten in de hoef zich vernauwen en niet open blijven staan. Delen van de hoef krijgen dan te weinig bloed en zuurstof, waardoor een ontsteking van de hoefleerhuid ontstaat, deze eventueel afsterft en uiteindelijk de hoefnagel loslaat. Zeer pijnlijk, zeker als het dier op een harde ondergrond loopt. Er is ook een mogelijk verband tussen voeding en manen- en staarteczeem. Dat eczeem is een allergische reactie op het speeksel dat een zwarte steekvlieg tijdens de beet in het paard brengt. Allergiedeskundige en immunoloog Huub Savelkoul van Wageningen Universiteit gaat de hele batterij van allergische analyses uitvoeren om te zien waarom het immuunsysteem van sommige paarden ontspoort en dat van andere niet. Savelkoul wil die informatie via stamboekgegevens koppelen aan erfelijke aanleg. “Als je weet dat bepaalde bloedlijnen gevoeliger zijn voor dit nieuw soort eczeem kun je dat meenemen in gerichte fokadviezen”, meent hij. Er zijn voerfabrikanten die beweren een product op de markt te hebben dat afrekent met dit probleem. Maar bewezen is nog steeds niets. Wagenings onderzoek kan de beweringen hard maken of onderuit halen. Wel is bekend dat paarden op beschutte plekken het meeste last hebben van de hinderlijke jeuk. In winderige streken en langs de kust waait het vliegje gewoon weg en krijgt geen kans toe te slaan. Paard is sociaal dier Een paard alleen op stal of in de wei is zielig. Paarden zijn namelijk heel sociale dieren, die jarenlange vriendschappen aangaan. Ze verzorgen elkaars vacht en spelen. Deze vriendschappen worden verdedigd: als een vriendje van een dier aardig is tegen een ander, dan wordt dat dier ‘jaloers’ en grijpt in. Dat is gevonden in een studie van Machteld van Dierendonck aan de Universiteit Utrecht. De dierenarts onderzocht dit in kuddes met merries en ruinen (gecastreerde hengsten). Zij vond ook een duidelijke rangorde, waarbij de oudere merries steeds bovenaan staan. Die hogere merries bepalen wanneer de paarden gaan eten en beslechten ruzies. De ruinen blijven tot hoge leeftijd spelen met alle jonge dieren en zo kunnen ze de dieren aanleren hoe zich te gedragen als paard. Het welzijn van paarden zou volgens Van Dierendonck beter kunnen worden door hen fysiek en sociaal contact te laten hebben met hun maatjes. Dat gebeurt volop bij Konik paarden in de Oostvaardersplassen en de Blauwe Kamer. Daar worden de dieren ingezet bij het natuurbeheer. Paul Koene is etholoog in Wageningen en bestudeert hun gedrag in het wild, samen met studenten. Hij vergeleek kuddes in Polen en die in Nederlandse natuurgebieden. Opvallend is dat de niet-gedomesticeerde groep in Polen een grotere afstand houden tot mensen. In de Oostvaardersplassen zijn de dieren het best benaderbaar. Hij ontdekte dat door kegels in het veld te zetten en te kijken hoe nieuwsgierig de dieren hierop reageren. In Mongolië kijkt Koene naar Przewalskipaarden in reservaten. Hij vergelijkt het groepsgedrag van paarden in gebieden met weinig waterplekken. Groepen met een eigen waterplek zijn een stuk rustiger. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
