Interview met Stuart Pimm |
|
datum plaatsing |
dec-06 |
medium |
EOS |
auteur |
Peter de Jaeger |
Biografie van Stuart Pimm. Stuart L.Pimm is geboren in 1949 in het Engelse Derbyshire. Na zijn studie zoölogie in Oxford promoveerde hij in 1974 aan de universiteit van New Mexico in Santa Fe. Sindsdien verblijft hij in de Verenigde Staten en heeft een Amerikaans paspoort. Pimm besloot zich op het behoud van soorten te gaan richten toen hij in de jaren zeventig op Hawaï allerlei vogels zag uitsterven. Nog steeds doet hij daar onderzoek. Verder is hij betrokken bij ecologische studies in onder meer Madagascar, Brazilië en Zuid-Afrika. Ecologie moet je op wereldschaal bedrijven, maar de oplossingen zijn lokaal, is zijn motto. Hij introduceerde begin de jaren tachtig het begrip voedselketen in het onderzoek naar het uitsterven van plant- en diersoorten. In 2001 verscheen zijn invloedrijke boek ‘The world according to Pimm; a scientist audits the earth’. Hierin schrijft hij voor een groot publiek op een zeer toegankelijke wijze over het belang van het in stand houden van ons ecologisch erfgoed. Hij is lid van de internationale vereniging van verontruste wetenschappers, een club die ijvert voor het zoeken naar de waarheid. Pimm was vanaf de jaren zeventig verbonden aan de Texas Tech University en de University of Tennessee. In 1999 werd hij hoogleraar aan het Center for Environemental Research and Conservation van de Columbia University in New York. Momenteel bekleedt hij de Doris Duke Chair of Conservation Ecology aan de Duke University in Durham, North Carolina. Daarnaast is hij gasthoogleraar aan de universiteit van Pretoria in Zuid-Afrika. Pimm won diverse belangrijke internationale prijzen, waaronder de Heineken prijs voor Milieuwetenschappen 2006. Ecoloog Stuart Pimm ‘Wetenschapper is verplicht zijn kennis te delen met publiek’ Niks geen ivoren toren. De beroemde Amerikaanse ecoloog Stuart Pimm staat midden in de maatschappij. Hij voelt zich soms meer activist dan wetenschapper. Pimm ziet het als zijn plicht om via onderzoek opgedane kennis en inzicht te delen met het publiek via lezingen en het schrijven van artikelen en boeken. Een gesprek over hoe het milieu er voor staat, op wereldschaal. Ondanks de trieste feiten is de internationaal geprezen hoogleraar opvallend optimistisch. Van alle levende wezens op aarde weten we het meeste over vogels. Dit dankzij de talloze amateur vogelaars die er met hun verrekijker in het weekend op uit trekken om vogels te turven en hun broedgedrag te bestuderen. Het uitsterven van vogels is daarmee een goede maatstaf om te weten hoe het milieu ervoor staat. U beweert dat dat uitsterven van vogelsoorten veel sneller gaat dan verwacht. Hoe zit dat precies? Officieel staan er bijna 130 van de ruim tienduizend bekende vogelsoorten te boek als uitgestorven. Maar de helft van alle vogelsoorten is pas na 1850 beschreven. Veel vogelsoorten waren dus al uitgestorven voordat de wetenschappelijke beschrijving van soorten goed en wel op gang kwam. Met dat inzicht moet je concluderen dat er jaarlijks één verdwijnt. Terwijl we weten, op basis van fossiele gegevens, dat de natuurlijke uitstervingsnelheid slechts één per eeuw is. Elke vogelsoort houdt het van nature immers ongeveer een miljoen jaren uit. Er verdwijnen dus honderd maal zoveel vogels als door natuurlijke sterfte. In de komende eeuw zal het uitsterven nog sneller gaan. En de mens is de schuldige? Overduidelijk. De invloed van de mens is goed meetbaar. Het probleem begint op het moment dat de Europeanen -Portugezen, Hollanders en Vlamingen voorop- de wereld gingen ontdekken en koloniseren. Dat was rond 1500. Vanaf die tijd begint het uitsterven van soorten door niet natuurlijke oorzaak, maar door overbejaging en verlies aan habitat. Overigens, ook de Polynesische beschaving, die vanuit het zuiden van Zuid-Amerika de talloze eilanden in de Grote Oceaan hebben bevolkt, heeft gezorgd voor uitroeiing van soorten. Hun invloed was net zo groot als die van de Europeanen. Al sinds pakweg tweeduizend jaar verdwijnt er jaarlijks een vogelsoort van de aardbodem. Bij het begin van de jaartelling zullen er dus circa 12 000 vogelsoorten op aarde hebben rond gevlogen. En het ergste moet nog komen, als we uw boek ‘The world according to Pimm’ uit 2001 moeten geloven? Inderdaad. De eerste slag is vooral geleverd op eilanden. Bekend beeld is de Hollander die een dodo op Mauritius in de pan hakt. Maar wat nu gebeurt is dat we de leefgebieden van miljoenen dieren en planten vernielen op het vasteland. De snelheid van ontbossing op het continent is gigantisch hoog. Vooral sinds de tweede wereldoorlog. Kijk maar naar Indonesië. Zowat alle regenbossen op Java zijn in vijftig jaar tijd volledig gekapt. De voorspellingen zijn dat de soorten straks duizend maal sneller verdwijnen dan natuurlijk is. Waar baseert u dat op? Op talloze tellingen en een goede vogelboekhouding, een eenvoudige maar uiterst doeltreffende methode om de vogelstand te leren kennen. Een meer geavanceerde techniek is remote sensing. Door satellietbeelden van verschillende tijdstippen met elkaar te vergelijken krijg je een fraaie indruk van de ontwikkeling. En die kun je extrapoleren naar de toekomst. We gebruiken hiervoor militaire satellietbeelden uit de jaren zeventig die voorheen staatsgeheim waren. Dat spionagespul is verbluffend goed. Weliswaar in zwart wit, maar met een erg hoge resolutie, je ziet er zelfs individuele bomen op staan. Als je die legt naast meer recente satellietfoto’s zie je waar ooit bossen waren en waar ze nu nog zijn. De plekken waar habitats of leefgebieden worden vernietigd zijn meestal dezelfde plekken waar het bos verder vernietigd zal worden. Als je die kennis combineert met het voorkomen van kwetsbare soorten, dan weet je gelijk waar de prioriteit van natuurbehoud moet liggen. En daar moeten we ons op concentreren. Welke gebieden zijn dat dan? Er zijn op aarde vijfentwintig tot dertig kwetsbare hotspots met een zeer rijke biodiversiteit. Die zijn onder meer te vinden in de Cariben, Brazilië, Madagaskar, de Filippijnen en in Indonesië. Maar ook in Zuid-Afrika, langs de Middellandse Zee en in Californië en Florida zijn unieke natuurgebieden met inheemse soorten die alleen daar voorkomen. Qua oppervlakte beslaan die gebieden nog geen tien procent van de aarde, maar ze huisvesten wel meer dan de helft van alle levende soorten. Dat zijn niet alleen bossen, maar betreffen ook koraalriffen, wetlands en kustgebieden. Als we de plekken kennen waar de meeste hoeveelheden van bepaalde soorten voorkomen en we weten wat de meest kwetsbare gebieden zijn dan zoeken we naar de goedkoopste aanpak om wat er is in stand te houden. Geeft u eens een voorbeeld. Een van die aandachtsgebieden is een strook regenbos langs de kust van Brazilië die doorloopt tot in Argentinië. Velen kennen de Amazone, maar dat kustgebied is zeker zo belangrijk voor de biodiversiteit. Het was ooit een miljoen vierkante kilometer groot, nu is daar nog maar een tiende van over, verdeeld over van elkaar geïsoleerde, gefragmenteerde laaglandbossen. We hebben een goed idee van welke vogels daar oorspronkelijk zaten en in welke dichtheden. Om zeker te weten dat onze prognose over daar levende diersoorten klopt gingen we in het veld op expeditie in het afgelegen berggebied. Dat was spannender dan verwacht. We gingen daar met de helikopter heen en zouden na drie dagen weer worden opgehaald. Maar de helikopter kwam niet opdagen. De piloot had besloten dat hij het te gevaarlijk vond met die onverwachte bergpieken en steile wanden. We zijn er na een week doodsangst te hebben doorstaan te voet levend uitgekomen. In elk geval hadden we de soorten in kaart gebracht en wisten dat we te maken hadden met een gebied waar de grootste hoeveelheid vogels van beide Amerika’s bij elkaar zit. Hoog tijd voor actie dus. Uit studies rond de stad Manaus, in het noordoosten van het land, weten we dat dergelijke geïsoleerde lappen bos op den duur soorten verliezen. Bijvoorbeeld omdat een dier simpelweg geen partner meer kan vinden. Dat is simpel op te lossen door de afzonderlijke bossen met elkaar te verbinden. Goedkoop en zeer doelmatig. Het is onder meer het enige leefgebied op aarde van het gouden leeuwaapje, de kleinste aap ter wereld. Ook is het gebied botanisch van belang, omdat er meer dan zesduizend endemische plantensoorten groeien. En voorbeelden elders? De Everglades in Florida, een enorm uitgestrekt moerasgebied en een eldorado voor watervogels, is opgesplitst in kleine vakken door dijken. Door die kunstmatige dammen weg te halen wordt weer een meer natuurlijke situatie voor het ecosysteem gecreëerd. Simpel en godkoop. In Madagaskar wordt de natuurbescherming via de lokale bevolking benaderd. Mijn groep werkt in een dorp waar de onderwijzer de best betaalde baan heeft. De rest werkt op het land, dat ze regelmatig afbranden om de productiviteit te verhogen. De branden slaan over op het nationaal park en vernielen daar stukken bos. Voor hen heeft het park geen enkele betekenis. Ons programma heeft gezorgd voor de bouw van een restaurant. De ecotoeristen die naar het park komen schuiven allemaal aan tafel van dit enige restaurant in de wijde omtrek. Zij die niet in de keuken staan of helpen met de bediening zijn gids geworden. We hebben hen een verrekijker geven en een vogelboek. Die aanpak genereert zoveel werkgelegenheid dat alle kinderen naar school kunnen. Vroeger was onderwijzer het best betaalde baantje, nu verdienen gidsen soms veel meer. Nu is men economisch gemotiveerd het park te beschermen. Ook in het westen zijn bewijzen dat de mens veel kan veranderen. Toen ik 35 jaar geleden vertrok uit Engeland waren er veel vogels die stonden op uitsterven, zoals roofvogels. Door een actief natuurbeleid zijn sommige vogels weer helemaal terug van weggeweest. Het kan dus wel. We kunnen de omgeving zodanig managen dat de biodversiteit er weer op vooruit gaat. U wordt vaak in een adem genoemd met Paul Ehrlich, een voorvechter die zorgde dat in de jaren zeventig het milieu bovenaan de politieke agenda kwam. Zijn boek ‘The population bomb’ droeg sterk bij aan het milieubewustzijn van de consument. Ehrlich won in 1998 de Heinekenprijs. Ik spreek Paul wekelijks. Hij brengt dezelfde boodschap als ik. Wij worden vaak gezien als milieuactivist. Maar we zijn en blijven op de eerste plaats wetenschapper. Paul was de eerste die vond dat wetenschappers niet in hun ivoren toren moeten blijven, maar erop uit moeten trekken en het publiek informeren over wat er werkelijk gebeurt in de wereld. In dat kader past ook uw felle kritiek op de brenger van de ‘goed nieuws show’ de Deen Bjorn Lomborg, die in 2001 beweerde dat het beter gaat met het wereldwijde milieu. Daar kan ik mij nu nog boos om maken. Veel van wat hij zei was complete onzin. Volgens hem is er nu bijvoorbeeld meer bos dan voorheen. Dat is gewoonweg niet waar en makkelijk te weerleggen. Je hoeft geen expert te zijn om te zien dat er wereldwijd een enorme aanslag wordt gepleegd op onze regenbossen. Maar het was een controversieel geluid en dus sprong de media er bovenop. Hij haalde zich daarmee wel de woede van ecologen en milieukundigen op de hals. In Nature schreef u een vernietigende kritiek op zijn boek ‘The skeptical Environmentalist”. Daarin rekent u genadeloos met hem af. U verwijt hem zelfs te redeneren zoals de mensen die de Holocaust ontkennen. Gaat dat niet wat ver? Nee. Die vergelijking is volledig terecht. Mensen die wereldwijde milieuproblemen ontkennen maken op een oneerlijke manier selectief gebruik van argumenten, net zoals Holocaust ontkenners dat doen. Wereldwijd leiden drie miljard mensen een uitzichtloos bestaan en moeten rond komen van minder dan een dollar per dag. Lomborg durft dan nog te beweren dat het percentage arme mensen een klein beetje is gedaald, terwijl de wereldbevolking sinds 1960 is verdubbeld. Dus in absolute zin leiden steeds meer mensen honger. Waarom doet iemand zoiets? (Op deze vraag reageert hij met het bekende gebaar van de wijsvinger en de duim die over elkaar wrijven.) In elk geval heeft de Deense commissie voor wetenschappelijke integriteit na de internationale academische aanklacht Lomborg veroordeeld voor wetenschappelijke oneerlijkheid. Hij is wetenschappelijk incompetent verklaard en werkt niet meer aan de universiteit van Arhus. Maar ik voorspel je dat over vijf of tien jaar weer een nieuwe Lomborg opstaat. Net als Julian Simon twintig jaar geleden ook al hetzelfde verkondigde. Een beroemde uitspraak van hem was dat als we geen koper meer hebben, dan maken we toch gewoon koper uit andere onderdelen. We zullen moeten leren leven met zulk soort mensen die nog geloven in alchemie. Komt het nog goed met het milieu? We moeten zoeken naar praktische oplossingen voor wereldwijde problemen. En die zijn er in overvloed. Globaal denken, maar lokaal handelen is de beste insteek. Wetenschappers dienen regeringen en lokale groepen te adviseren over te nemen maatregelen om de natuur er weer bovenop te helpen. Ik heb u al succesvolle voorbeelden genoemd. Er is weliswaar een immens probleem maar dat kunnen we aan. Ik ben geen doemdenker, maar optimist van huis uit. Ik ben ervan overtuigd dat we de benarde situatie van onze spectaculair mooie planeet ten goede kunnen keren. Dat zijn we verplicht aan onze kinderen en hun kinderen. [ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
