Uw zoekopdracht

Zoeken in een regio



Vergeten groenten
Vergeten groenten

Vergeten groenten


datum plaatsing

nov-06

medium

EOS

auteur

Peter de Jaeger


Comeback voor vergeten groenten.

Wel eens een Brave Hendrik op uw bord gehad? Of de tanden gezet in een Zijden Hemdje, Zeekool of Kardoen? Grote kans van niet. Maar deze vergeten groenten maken een comeback. Evenals bijna uitgestorven inheemse bomen en struiken, zoals de steeliep en kraagroos. De handen worden ineengeslagen om het agrarisch erfgoed van de lage landen veilig te stellen.

Er groeien ruim 400 000 plantensoorten op onze aarde, waarvan de mens er ongeveer zevenduizend teelt. Slechts dertig soorten leveren 95% van de calorieën van ons dieet, waarvan rijst, tarwe en maïs de helft voor hun rekening nemen. “Daardoor belanden honderden interessante groentesoorten in het vergeethoekje”, zegt Jac Nijskens. Hij begon een paar jaar terug op de omgebouwde varkensboerderij van zijn vader in het Limburgse Beesel (bij Venlo) met een moestuin vol vergeten groenten. Hij wil oude groenterassen behoeden voor uitsterven. Daarvoor heeft hij in 2003, samen met de bevriende zaadhandelaar Ton Vreeken, het Genootschap der Vergeten Groenten opgericht. “Wij willen mensen die bezig zijn met oude rassen bij elkaar brengen en kennis met elkaar uitwisselen”.
Op zijn land en in een tuinbouwkas staan 300 verschillende zeldzame en historische groenten. Soms waren pas na moeizaam speurwerk de zaden van de bijzondere gewassen te achterhalen. De tuin is omgedoopt tot Historische Groentehof en trekt inmiddels veel publiek. De varkensstal is omgebouwd tot kookschool. Chef-koks laat hij bij toerbeurt speciale gerechten klaarmaken waarbij de typische smaak van de bijzondere groenten het best tot hun recht komt. Inmiddels is ook een kookboek met recepten uit oma’s tijd verschenen. “De meeste aardappelen en groenten liggen voor weinig geld in de schappen. Maar ze smaken amper en kunnen niet zonder sausje of dressing. Smaakvolle, maar bewerkelijke soorten zijn buiten beeld geraakt. En dat is jammer”, meent Nijskens. “De Nederlander mag zich gelukkig prijzen met zijn internationale eetcultuur, maar de oer-Hollandse lekkernijen moet je met een lantaarntje zoeken”.
De belangstelling is groot. Nijskens zijn Genootschap wil verbouw en gebruik van oude groenten als loopkool, rode snijbiet en zwarte wortelen stimuleren. Hij biedt zaden en pootgoed te koop aan en verstrekt informatie over de teelt en bereiding op internet (www.vergetengroenten.nl). De meest prozaïsche namen kom je daar tegen. Pastinaak, kliswortel, boksbaard, Belgische witte en warmoes.
Maar er zijn er veel meer. Deze mogen echter niet zomaar commercieel worden verhandeld. Daar is een karrenvracht aan vergunningen en administratie voor nodig plus veel geld. Om de gewassen legaal te mogen verkopen moeten ze prijken op de Gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen van de EU. Dat kost duizenden euro’s per gewas.
Dat is ook zeer frustrerend voor Ruurd Walrecht; de ex-beheerder van de Oersprong in Veenhuizen. Deze pionier heeft veertig jaar lang tegen de bierkaai gevochten om zijn ‘troetelkinderen’ commercieel op de markt te krijgen. Tevergeefs. Zonder steun van de overheid lukt dat niet. Walrecht heeft nooit een cent subsidie gekregen. Hij windt zich er nog over op dat “Europese miljoenen worden verspild aan computerregistratie, overbodige conferenties en dure folders die toch geen sterveling leest”.
Meer dan 500 oude landbouwgewassen zijn door hem in de loop der jaren verzameld en uitgezaaid op zijn museumakker. De Oersprong is nu in handen van stichting De Nieuwe Akker (www.denieuweakker.com). Deze stelt zich ten doel de verzamelde collectie en kennis van Walrecht veilig te stellen en op die manier de agrobiodiversiteit te behouden. En te laten zien. De Nieuwe Akker is de grootste genenbank van Nederland in situ. De gewassen worden ter plekke (in situ) bewaard via verbouw in het veld en daarom ontwikkelen ze zich voortdurend door zich aan te passen aan de omgeving, bijvoorbeeld de klimaatverandering, en door menselijke selectie.

Dat is een groot verschil met een genenbank die zaden ex situ (Latijn voor buiten de plek) bewaard, zoals het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland in Wageningen (www.cgn.wur.nl). In deze genenbank worden plantenzaden van 23 000 verschillende herkomsten bewaard bij een temperatuur van min twintig graden Celsius en een constante lage luchtvochtigheid. In Gent en Melle zitten soortgelijke genenbanken voor Vlaanderen.

“De genenbanken zijn ontstaan om de genetische erosie een halt toe te roepen”, zegt Chris Kik van de Wageningse genenbank. In de eerste helft van de twintigste eeuw werd door onderzoekers, met name N.I.Vavilov (Rusland) en H.V.Harlan (VS) geconstateerd dat de diversiteit in gewassen afnam. Pas in de jaren zestig werd dit onderwerp op de politieke agenda gezet en ontstond er wereldwijd een netwerk van genenbanken. Nu zijn er ongeveer 1 500 genenbanken die circa acht miljoen zaadherkomsten bewaren”.
Die genetische erosie is ontstaan door het verdwijnen van geschikte habitats waar planten kunnen gedijen. Hierdoor verdwenen niet alleen soorten, maar liep ook de variatie binnen een soort terug. Andere reden is de opkomst van grootschalige landbouwmethoden. Waar eerst werd gelet op de smaak van levensmiddelen, telde in de crisisjaren en na de oorlog, toen er nog honger was, in de eerste plaats de opbrengst. Kik: ”Voor de veredeling van bijvoorbeeld aardappelen werden uniforme rassen gekozen die het meest ziekteresistent waren, lang houdbaar en de hoogste opbrengst boden. Hiermee gingen andere eigenschappen, zoals de smaak, verloren. Verlies aan genetische variatie is gevaarlijk en daarom is consererving van oude landrassen zo belangrijk. Je kunt hierop terugvallen als er bijvoorbeeld een nieuwe ziekte de kop opsteekt.of het klimaat verandert”.
Kik heeft op dit moment een gastmedewerker uit Tunesië die op zoek is naar meloenen en pompoenen die goed gedijen in zoute omstandigheden. De bodem daar is aan het verzilten door irrigatie. “Dan kun je je wel proberen te verlaten op moderne biotechnologie, maar het is veel makkelijker als je de mogelijke natuurlijke variatie voor zouttolerantie binnen de soort kan benutten en via kruisingen inbrengen. Daarom zijn genenbanken van onschatbare waarde. Meer biodiversiteit betekent meer voedselzekerheid. Niet alleen voor ontwikkelingslanden, maar ook voor de westerse wereld”.

Het internationale biodiversiteitsverdrag dat in 1992 in Rio de Janeiro is afgesproken verplicht trouwens de lidstaten, waaronder Nederland, de biodiversiteit te beschermen. Hier vallen ook de landbouwgewassen onder. Volgens de FAO zijn tienduizenden graan-, groenten- en fruitrassen inmiddels verdwenen.
Verduurzaming van de landbouw heeft er ook baat bij dat oude rassen niet allen nog maar op zeventiende eeuwse stillevens en landschapschilderijen zijn te vinden. Met name de biologische landbouw heeft grote behoefte aan rassen die ongevoelig zijn voor ziekten en plagen. Die mogen immers niet spuiten. En die weerstand wordt vaak gevonden in rassen die in onbruik zijn geraakt of soms helemaal verdwenen.

Niet alleen groentegewassen en grote landbouwgewassen als tarwe en aardappel zijn mettertijd veredeld en geselecteerd op hoge productie en weinig ziektes, maar ook fruitbomen. Er zijn verschillende organisaties die zich inzetten om oude appels, peren en pruimen in stand te houden. Onder meer met het oog op mogelijke teeltproblemen. Maar ook omdat het gewoon lekker is. In Frederiksoord in het zuidwesten van Drenthe is er een fruithof van acht hectare aangelegd met hoogstam vruchtbomen uit vroeger tijden. Daar bloeien perenbomen met fraaie namen als Juttepeer, Sappig groentje en Zoete Brederode. Ouderwetse appels zijn Alkmene, Zijden Hemdje, Gravenstein, Vroege zoete paradijsappel en de Notarisappel. Op pruimengebied hebben ze Opal, Reine Claude, Bleue Belgique, Victoria en Zoete kwets in de aanbieding. Deze fruithof is een uitgebreide genenbank waarin een groot scala aan geur-, smaak- en ziekteresistente eigenschappen wordt bewaard,. Voor de verspreiding van oude rassen is de Fruithof een welkome bron van entmateriaal.

Een andere genenbank betreft inheemse bomen en struiken. Dit voorjaar is een stuk bos bij Dronten, het Roggebotsezand, bestempeld als ‘bron voor de nieuwe natuur’. Op bijna dertig hectare zijn zestig oer Hollandse houtige gewassen veilig gesteld. De initiatiefnemers hebben oude bosrestanten en stukjes houtwal afgezocht naar originele bomen en struiken. Deze soorten groeiden al in Nederland voordat de grote ontbossing en import van buitenlands materiaal toesloeg. We vinden hier de oorspronkelijke jeneverbes, wilde appel, wegedoorn en peperboompje. Nog maar 5 procent van de vegetatie in Nederland is oorspronkelijk. De rest zijn exoten en komen overwegend uit zuidelijke landen. Opnieuw zijn ook hier de kwekers de schuldigen. “Bijna alle geplante meidoorns komen van over de grens, omdat ze zo snel groeien. De inheemse varianten groeien minder hard, maar wortelen beter en zijn minder gevoelig voor bacterievuur, een ziekte die jaarlijks vele struiken de das om doet”, aldus een woordvoerder van het Staatsbosbeheer, die verantwoordelijk is voor het bos. De steeliep is een inheemse soort die niet wordt aangetast door de iepziekte.
Vanuit deze genenbank of zaadgaard zullen natuurgebieden in Nederland weer worden voorzien van oorspronkelijk in eigen land voorkomende bomen en struiken.

Ark van Noach voor gewassen
Wetenschappers willen alle gewassen van de wereld redden met een soort Ark van Noach. In een diepvrieskluis op het eiland Spitsbergen bij de Noordpool worden straks de zaden van alle bekende gewassen bewaard. Deze genenbank zal dienen als een soort veiligheidsklep. Na milieucatastrofes of andere problemen kan de mensheid in laatste instantie teruggrijpen op deze zadenbank. Uiteindelijk doel is de wereldvoedselvoorziening veilig te stellen.
De kluis krijgt een capaciteit van drie miljoen monsters. Groot voordeel is dat de zaden bevroren blijven als de stroom uitvalt. Samen met het ijs beschermen ijsberen de onderaardse bewaarplaats. Volgens deskundigen blijven de meeste zaden onder deze barre omstandigheden tientallen jaren goed. Graankorrels kunnen zelfs honderden jaren overleven. Echter, voor alle soorten geldt dat er op gezette tijden, afhankelijk van de soort, moet worden gekeken naar de kiemkracht van het zaad. Dat gebeurt door het zaad uit te zaaien zodat nieuw zaad kan worden gewonnen dat op zijn beurt weer wordt opgeslagen voor langere tijd. Een deel van de monsters komt in zwarte dozen, die pas mogen worden geopend als andere zaden zijn vernietigd of opgebruikt.

Stichting Zeldzame Huisdieren
Niet alleen planten maar ook dieren zijn ver doorveredeld op hoogproductieve rassen. De oude huisdierrassen die hiervoor de beste basis vormden zijn nu zeldzaam en worden met uitsterven bedreigd. Ze kunnen het niet meer opnemen tegen de moderne rassen. Toch zijn er goede redenen om deze bedreigde rassen te behouden, zodat de fokkerij er op terug kan vallen. Met dat doel is in 1976 de Stichting Zeldzame Huisdierrassen opgericht.
Oude rassen zijn producten van fokkerskunst uit het verleden en hebben een aparte culturele waarde. Zij vormen ene bron van biologsiche verscheidenheid en vertonen een rijke variatie van vormen en kleuren. Daardoor zijn ze geschikt om in te zetten in landschappen, parken, recreatiegebieden en kinderboerderijen.
Ze hebben wetenschappelijke waarde. In combinatie met archeologische vondsten geven ze inzicht in landbouwmethoden uit vroeger tijden. Ze hebben vaak bijzondere kenmerken die biologisch van belang zijn.
Ook hebben ze praktische betekenis. Ze vromen namelijk een reservoir van erfelijke eigenschappen die via inkruising in moderne veerassen van nut kunnen zijn. Oude rassen stellen vaak weinig eisen aan hun omgeving en zijn daardoor geschikt voor gebruik bij beheer (begrazing) van natuurterreinen.
Bij runderen gaat het onder meer om Lakenvelder, Witrijk en de Friese Roodbonte. Bij paarden zijn het Groninger paard, het Fries en Zeeuws trekpaard van belang. En bij schapen draait het bijvoorbeeld om Drents heideschaap en het Mergellandschaap. Bij hoenders staan Assendelfter, Groninger Meeuw, Brabanter en de Baardkuifhoen op de lijst. Van oude varkensrassen is er geen meer over. (Meer info: www.szh.nl)
[ < terug ]

aanverwante artikelen: