Rubber uit paardenbloem |
|
datum plaatsing |
feb-07 |
medium |
EOS |
auteur |
Peter de Jaeger |
De rubberproductie wordt bedreigd door een bodemschimmel en kunstrubber is niet voor alles toepasbaar. Daarom zoekt men wereldwijd naar alternatieven voor natuurlijke rubber, zoals rubber uit de woestijnstruik guayule. Dichter bij huis probeert men rubber te tappen uit paardebloem en zelfs uit sla. De rubberboom (Hevea brasiliensis) komt van oorsprong uit Brazilië. Daar is de productie de afgelopen decennia echter gekelderd tot nog maar één procent van de wereld. Het gros van de jaarlijkse wereldopbrengst van 9 miljoen ton komt tegenwoordig uit landen in Afrika en Zuidoostazie, met name Maleisië. Er komt vrijwel geen rubber meer uit Zuid Amerika, omdat de bomen worden aangetast door een bodemschimmel die de bladeren laat vallen en uiteindelijk de boom doet sterven. Er is geen probaat middel tegen, behalve kappen. Daarom is men in Maleisië als de dood dat daar de ziekte de kop op steekt. Intercontinentale vluchten van Brazilië naar Maleisië bestaan niet. Die reis moet altijd met tussenlandingen. Kampeerders die een wereldreis maken en rechtstreeks willen hoppen van Brazilië naar Maleisië komen het land niet in. Naast deze strategische reden (als de ziekte losbarst valt de hele wereldproductie weg) is er nog een andere reden om te zoeken naar alternatieven. Rubber bevat bepaalde eiwitten waar mensen allergisch op kunnen reageren. Rubberen handschoenen die gebruikt worden door tandartsen en in ziekenhuizen geeft bij sommigen jeuk en tranende ogen. Er zijn ook mensen die niet tegen condooms kunnen. Kunstrubber uit olie is niet goed genoeg voor dergelijke medische toepassingen. Goede waterdichte (of liever spermadichte) condooms zijn alleen te maken met natuurrubber. Latexsoorten op oliebasis bevatten altijd minuscule kleine gaatjes, groot genoeg om virussen door te laten of een superspermacel. Ook vliegtuigbanden zullen altijd van natuurrubber moeten zijn. Mindere kwaliteit geeft teveel slijtage en kan funest zijn.. Synthetisch rubber zoals styreenbutadyleen en isopreen worden wel gebruikt bij duikerspakken, tuinslangen en deels verwerkt in autobanden. Hoe zwaarder de belasting hoe meer natuurrubber erin moet, dat is slijtvaster. Ook de kunstleren bank bij u thuis is van een soort kunstrubber. Maar kunstrubber is niet altijd een uitkomst. Gezocht wordt daarom wereldwijd naar planten die net als de Heveaboom rubber kunnen leveren. Een internationale groep van wetenschappers verenigd in EPOBIO zet, sinds eind november, alle mogelijkheden op een rij. Programmadirecteur, professor Dianna Bowles van University van York: “De twee belangrijkste bedreigingen voor onze huidige maatschappij zijn de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, welke op termijn opraken en klimaatsverandering. Planten hebben de mogelijkheid om alle producten die nu nog uit aardolie worden gemaakt te vervangen. Hierdoor kunnen we voor de toekomst een duurzame samenleving creëren en tegelijkertijd een oplossing vinden voor de stijgende energieprijzen, de leveringszekerheid van grindstoffen en de milieueffecten”. Planten als groene fabrieken voor vezels en bioplastics. EPOBIO onderzoekt het gebruik van energie en smeermiddelen uit planten en ontwikkelt alternatieven voor natuurrubber. De studie naar nieuwe rubberplanten gebeurt onder meer aan de universiteit van het Zwitserse Lausanne en wordt gecoördineerd door de Nederlander Jan van Beilen. “Guayule gooit hoge ogen”, weet hij. “Dat is een woestijnstruik die groeit in het noorden van Mexico en in het zuidwesten van de Verenigde Staten; Arizona, New Mexico en Texas.” “De pre-Columbiaanse indianen maakten hier al ballen van voor hun spelen en wedstrijden. De aandacht voor deze struik schommelt sinds 1900 met de rubberprijs. Telkens wanneer de rubber uit de rubberboom goedkoper is verslapte de aandacht. Maar nu is de nood erg hoog, zeker omdat straks de olievoorraad op is”. De struik heeft echter nogal wat nadelen vergeleken met de gangbare rubberboom. Zo maakt men een paar schuine sneden in de bast van de boom en de witte latex druppelt er vanzelf uit en wordt opgevangen in bakjes. De witte latex is vrijwel uitsluitend pure rubber en behoeft nauwelijks nabehandeling. Het winnen van rubber uit guayule is lastiger. Het gewenste spul zit verspreid over alle takken van de plant. Daarom moet je de struik in zijn geheel oogsten, in stukken hakken en via een oplosmiddel, zoals aceton, de latex eruit extraheren dat vervolgens nog nagezuiverd moet worden met vervuilende chemicaliën. Een arbeidsintensief en milieubelastend karwei. “Die winningsmethode kan een stuk beter. Nu is het veel te duur en te vervuilend. Het is hard nodig een goedkopere en snellere methode te ontwikkelen. Dat gaan we uitzoeken”, zegt Van Beilen. Zo wordt er geëxperimenteerd met het afsnijden van de takken, twee jaar na de aanplant. Dat kan om de twee jaar worden herhaald, omdat de plamnt na het snoeien nieuwe uitlopers maakt. Ander idee is de plant vier jaar ongestoord te laten groeien en dan met wortel en al te oogsten en verwerken. “Het is nog niet duidelijk wat de hoogste productie geeft”. Via veredeling en selectie is het de afgelopen twintig jaar wel al gelukt de opbrengst te verhogen van gemiddeld 300 kilo rubber tot 1000 kilo per hectare (een rubberboom levert 2000 kilo per ha). Door de bijproducten van guayule rubber te gelde te maken wordt de productie nog rendabeler. Zo is de laag gewicht rubberfractie (een kwart van het totaal) te verwerken in rubbertoepassingen waar weinig druk op komt. Het hars bevat vetzuren als triglyceriden en terpenen, die zijn onder meer waardevol voor de cosmeticamarkt. De harsen kunnen ook dienen als coatinglaag, bijvoorbeeld om hout te verduurzamen. “De verbouwers kunnen makkelijk een hogere prijs voor hun rubber vragen, omdat het geen allergene eiwitten bevat’, zegt van Beilen. In de staat Arizona staat inmiddels een fabriek die deze natuurrubber uit guayule verwerkt en op de markt zet. Belangrijkste afnemer is de medische wereld. De plant kan ook in Europa groeien in droge en streken zoals in landen rond de Middellandse Zee”. Rubber komt van nature voor in talloze planten, aldus Van Beilen. “Als je de stengel knakt van een gewone paardebloem komt daar melk uit, dat bevat een beetje rubber. Ook in de zonnebloem zit rubber, maar dat is te weinig voor een serieuze productie”. Dat kan wel bij de Russische paardebloem, waarvan het sap bestaat uit 5 tot 10 procent rubber. Deze plant, oorspronkelijk groeit die in Kazachstan, wordt in Lausanne als modelgewas gebruikt om beter te begrijpen hoe de rubber wordt gemaakt in de plant. “Als we dat bio-moleculair proces in de vingers hebben kunnen we dat gebruiken om andere rubberproducerende planten op te peppen”. Paardebloem, zonnebloem en zelfs sla maken wel rubber, maar erg weinig en van bar slechte kwaliteit. De slechte kwaliteit komt door de korte eiwitketens. Van die eiwitten zijn langere polymeren te maken door genetisch te sleutelen. Maar dat stuit voorlopig nog teveel op weerstand bij de consument, weet Van Beilen. “”Beter is om bestaande rubberplanten te veredelen en de verbouw verder te verbeteren, door te achterhalen wat de beste grondsoort is, welke voeding die vraagt en hoeveel water nodig is. “Guayule en de Russische paardebloem zijn nu nog wilde planten. Die moeten net als aardappelen en maïs eerst worden gedomesticeerd door de landbouw.” Over pakweg vijftien tot twintig jaar ziet Van Beilen akkers met paardenbloemen en guayule in Europa. Op termijn is zelfs de rubber uit olie niet meer te betalen, omdat de olie op raakt en steeds duurder wordt. Natuurrubber is dan relatief goedkoper en aantrekkelijker. Nog een andere goede reden die volgens Van Beilen dwingt te zoeken naar een alternatief is de uitstoot van koolzuurdioxide. “De rubberproductie uit gewassen leidt tot minder koolzuurgas dan rubber uit olie en is dus beter voor het milieu”.[ < terug ] Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Indien dit artikel interessant is voor uw website, bieden wij u de mogelijkheid het te gebruiken. Neem hiervoor contact op met Nostraverus.
|
|
